"Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën," aldus
Paulus in zijn eerste brief aan de christenen van Thessaloniki. Paulus zoop er ook niet naast. Het toeval wil dat
Mokkel dit semester studeert in Thessaloniki en dat ik van afgelopen donderdag tot afgelopen maandag
op bezoek was. Ik ga u niet lastigvallen met honderd details, lieve lezer, maar met zeventien flarden.
(Als soundtrack raad ik
In The City van
the Jam aan.)
Actueler dan de krant (donderdag)
I
De man naast me op het vliegtuig leest
La Bourse Pour Les Nuls. Als ik terugkeer, zit hij waarschijnlijk in eerste klasse.
II
Studentenhaard, de lokale Alma, is gratis. Er zijn maar twee menus en je kan geen frieten bijhalen. De omelet is best te eten, de spaghetti crap, de macaroni valt mee. Overal komt a side dish van witte kool bij. Iemand laat zijn plateau vallen. Heel de zaal applaudiseert.
III
Els had mij
The Notebook meegegeven met de garantie dat die nookie zou opleveren. Ik twijfel nooit meer aan haar.
Vleugeltjes om bestwil (vrijdag)
IV
Het Belgisch consulaat is ook het Braziliaans consulaat. Twee fiere naties onder één dak.
V
In het Letterengebouw hangt een hoog Mei '68-sfeertje. In het cafetaria serveren ze ijskoffie die niet te zuipen valt.
VI
Mokkel en ik kijken
Lebenszeichen van Werner Herzog op het Filmfestival van Thessaloniki. Ik verwacht constant bekenden tegen te komen tot ik besef dat arty fary Griekenland iets anders is dan het arty farty thuisfront.
Bass, the final frontier (zaterdag)
VII
Grieken zijn kleine mensen. Als ik onder de douche sta, komt mijn hoofd zonder te proberen tegen het plafond.
VIII
Een
YouTubefilmpje van
Maarten Inghels bekijken: thuis zou ik het nooit durven maar in Thessaloniki doe ik het alsof het niks kost.
IX
De Witte Toren is een museum over de stad. Ik leer op heel korte tijd veel bij en vergeet het allemaal voor we weer buiten staan. Behalve dan dat de eerste filmvoorstelling in Thessaloniki in 1897 was.
X
Mokkel belooft mij een zoo met lokale dieren. Ik verwacht centauren, saters, hydras en een minotaurus. Ik krijg zielige beertjes en verveelde wolfjes. Teleurstelling.
XI
In het winkeltje waar Mokkel haar brood koopt, versta ik mijn eerste woord Grieks. Het is "kalinichta" en
Bassie en Adriaan are always on my mind.
Stegosaurus krulspeld (zondag)
XII
Bezoek aan een klooster op een berg in Meteora met kotgenoten van Mokkel. Ik ben er al geweest op Griekenlandreis in het laatste middelbaar maar dat besef ik pas ter plekke. Het laatste middelbaar is lang geleden.
XIII
Bezoek aan bergklooster betekent vroeg opstaan. Om zes uur zelfs. Ik maak een denkfout tussen Griekse en Belgische tijd en mijn GSM wekkert en mekkert om vijf uur.
XIV
Ik overweeg een Starbuckskoffie te drinken. Ik voel me een morele prostituee. De Starbucks is gesloten.
XV
De omroeper in het busstation van Trikala heeft de meest onaangename stem aller tijden. En plus versta ik geen lettergreep van zijn gebazel.
XVI
Op de bus terug blijkt dat we naast tickets ook een reservatie nodig hebben. Die hebben we niet ergo geen zitplaatsen. We mogen op de grond zitten. In een echt land zou dat geen optie zijn. Alzo staar ik drie kwartier naar het kruis van een Griek in een trainingsbroek.
A brief history of violence (maandag)
XVII
Op de luchthaven van Wenen spot ik een echte Tiroler terwijl
Ayo Technology in de versie van
Milow door de boxen schalt. Als ze mijn leven ooit verfilmen, hoop ik dat dit geen sleutelscène wordt.
Tot zover deze lezing uit de heilige schrift.