vrijdag 1 juli 2011

They'll serve you red beans and kidney stew

Waldorf: Just when you think this show is terrible something wonderful happens.
Statler: What?
Waldorf: It ends.
"Ik heb mijn blogs van het internet gehaald. Het is Mulisch of het is niets," aldus Mokkel en ze pleegde digitale seppuku. Vandaag wordt Onderhond vijf jaar jong. 't Is rap op, vijf jaar. In vijf jaar kan je oud zijn. Ook ik ga er een einde aan maken. Beschaafder dan Mokkel evenwel: Onderhond zal hier rustig blijven staan en van zijn pensioen genieten.
Ik ben mijn eigen grootste vijand. Gemakzucht is mijn god. Nietzsche's eeuwige terugkeer van hetzelfde is puur amateurisme vergeleken met de manier waarop ik keer op keer op keer in herhaling ben gesprongen. Ik wil veranderen van pen om echter te schrijven. Door het gewicht van het verleden kan dat niet hier gebeuren. De revolutie zal live uitgezonden worden op www.geertsimonis.wordpress.com. De revolutie zal evenwel nog enige tijd op zich laten wachten. Dat is hier de fucking Oriënt niet.
Ik trek mij terug om mijn harde schijf te herformatteren, om de kreukels glad te strijken, om te oefenen achter gesloten deuren, om het stof uit de kieren van mijn hoofd te blazen. Als ik terugkom, zal 't uwen besten dag niet zijn.
Bedankt voor het lachen.
(Afscheidslied.)

Labels: , , ,

We think all librarians are hot

Juniboekjes:
  • Hairstyles of the damned (2004) van Joe Meno
  • Verzameld werk (2010) van Willem Elsschot (Ein-de-lijk uit!)
Junifilmpjes:
  • Manhattan murder mystery (1993) van Woody Allen
  • Rubber (2010) van Quentin Dupieux
  • A history of violence (2005) van David Cronenberg

Labels: ,

zondag 26 juni 2011

You put your arms around me and we tumble to the ground

Toen ik tussen droom en daad over de Leuvense ring strompelde met duizend andere mieren joeg Studio Brussel Don't play no game that I can't win van de Beastie Boys en Santigold door mijn oren en het zal wel aan mij gelegen hebben maar dat daarin de regel "Twenty years of schoolin' and they put you on the day shift" uit Subterranean homesick blues van Bob Dylan werd geciteerd, heeft mijn zondag gemaakt.

Labels: ,

zaterdag 25 juni 2011

A ten minute dream in the passenger's seat

Tussen wraps en ijsjes door verwijt ze mij dat ik het vroege werk van Fountains Of Wayne niet ken. Klopt, ik ben pas aangeknoopt bij Stacy's mom. Had Nederland in 1953 over zo'n dijk van een lied beschikt, er zou nooit sprake geweest zijn van watersnood. Ik ken dat vroege werk niet doordat ik destijds niet naar de radio luisterde. Sinds enkele maanden durf ik af en toe afstemmen op Radio Scorpio. Zie mij eens hip en underground wezen alsof het niets kost.
Zonder radio zijn bepaalde fenomenen in een grote bocht om mij heen geslopen. In het beste geval wierpen ze een onrechtstreekse schaduw op de eindeloze reeks flaters die ik mijn leven noem. Zo heb ik weet van een groep die Intergalactic Lovers heet, goede kritieken krijgt en een bloedmooi lied zingt. Even YouTube checken, ik bedoel uiteraard Delay.
Nu krijgt het grietje dat daar in de microfoon zucht zo maar even tweeëneenhalve pagina interview in mijn weekendkrant. Gelukkig zegt ze dingen die mij aanstaan: "Ik zit met het gevoel dat ik gefaald heb. En op de klasreünie ben ik degene die het niet gehaald heeft." En later: "En op klasreünies word ik toch met mijn neus op de feiten gedrukt. Heb je al een huis? Nee. Heb je een lief? Nee. Je bent toch al zesentwintig? Tja."
Steevast ga ik dat soort reünies uit de weg. Mensen mogen gerust huwen of werpen maar ik hoef daar niet bij te zijn. Na tien minuten uitgepraat zijn en dan drie uur dezelfde herinneringen ophalen als het jaar ervoor: nee bedankt. Zoals Tony Soprano al bromde:  "Remember when is the lowest form of conversation."
Een echte officiële reünie heb ik maar één keer gedaan. Nauwelijks een maand ver in mijn eerste postsecundaire academiejaar. Hij had net zijn rijbewijs gehaald, mocht de auto van zijn ouders lenen en zou mij een lift fixen. Een paar pinten na middernacht reden we weg en botste hij prompt op een stel paaltjes dat daar enkele maanden eerder nog niet had gestaan.
Oktober 2002 moet dat geweest zijn. Dat was voor ik Fountains Of Wayne leerde kennen.

Labels: , , , ,

zondag 19 juni 2011

Het jaar is weer voorbij, wat zullen we straks vieren?

Zelden ben ik zo rechtstreeks met spelplezier geconfronteerd geweest als in Plattegrond van Janne Desmet en Ephraïm Cielen. De actrice en de muzikant verhalen hoe iemand van het appartementsgebouw springt en wat er ondertussen gebeurt in de flats. Hij acteert zoals zij musiceert: onbeholpen, dat deert niet.
Als er gedanst moet worden, mag ik De Alcoolstift vasthouden. Ik vergeet Ze terug te geven, dat deert niet. Ik ga Haar op gepast wijze omzetten in stiftgedichten. In de staart wordt Paul Jambers’ legendarische onderhoud met Zatte René en diens moeder tot lied bewerkt. Het eindigt up on the roof maar enkel de pop springt daadwerkelijk. Het zal je leren, Barbie.
Noot per noot begeeft mijn linkeroor het een beetje meer. In bed liggen met het laken over mijn hoofd lijkt een goed idee. Tegen beter weten in zoek ik theater, muziek en lawaai. Laat Braakland/ZheBilding net die componenten serveren op zijn seizoensafsluiter Vermaak na arbeid gisterdag. Laat Braakland/ZheBilding nu net een tiet geld gekregen hebben van de universiteit. Reden genoeg om richting Openbaar Entrepot voor de Kunsten te slenteren.
Genoeg theater! Tijd voor muziek! Een goede anekdote heeft een begin, een midden en een einde maar niet noodzakelijk in die volgorde. Wij mankeren Clarence Clemons maar ik moet het gros van het oeuvre van Bruce nog ontdekken. Momenteel zwoeg ik op Nebraska. Een plaat zonder Clarence, een plaat waar ik weinig grip op krijg. De enige optie: enkele nachten waken rond het kampvuur met Bruce en zijn gitaar. Waar de schijn van de vlammen eindigt, begint de donkere nacht van de nieuwe maan. Outlaws, renegades en refugees zorgen voor opstoten van diepere zwartheid in de peilloze duisternis.
In Smallfilm waagt Leen Verheyen zich aan een soort Braakland van de witte producten. Het verhaal werd hoe langer hoe minder boeiend. De muziek van Jan Evenepoel en Sim Van wordt gradueel beter. Waar de stijgende lijn en de instortende pijl elkaar kruisen, knippert een oranje verkeerslicht doelloos verder. De ogen van het meisje schieten spichtig de zaal rond, de tieten van het meisje staren mij onversaagd aan. Ik houd niet van babyborrels maar als dit stuk volgroeid is, komen whiskeyfles en ik met plezier af om de sweet sixteen gepast te vieren.
Alles begint met kort theater, flarden voor de toekomst. Zjat per zjat verliest de koffiekan haar inhoud. The shape of Braakland to come. Snede per snede wordt het brood gekleineerd. Braakland: the next generation.  Boterham per boterham sterft de Diestse geitenkaas uit van volle maan, over halve maan, tot nieuwe maan.
De oogst van Tom Pintens is een plaat waar ik weinig grip op krijg. Ik oogst haar als de soldenthermometer van JJ Records op min zeventig procent staat. Twee seconden eerder heb ik Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten van Roosbeef vast maar die heb ik al gered toen de Bilbo op het Ladeuzeplein ermee nokte. De oogst biedt een prima alternatief wegens ook uit op Excelsior. De averechtse jazztroep Franco Saint De Bakker levert een ijzersterk optreden af. Ik ben vergeten hoe goed en strak doch wild ze zijn. Ik zal het nooit meer doen.
In Aard hinkstapspringt Kristof Van Perre door zijn verleden tijd. De kat sterft. De tweede kat sterft. De vader sterft. Ermee omgaan heet volwassen zijn. Ermee omgaan heet onmogelijk. Het gitaargetokkel van Youri Van Uffelen is te vrijblijvend. Benieuwd wat Aard wil worden als het later groot is.
Halverwege ranselt Kristof Broeder Jakob uit zijn xylofoontje. Een lied dat in het Nederlands een andere betekenis heeft dan in het Frans. Frère Jacques moet opstaan met het bevel: “Sonnez les matines.” Frère Jacques moet opstaan om de klokken te luiden. Broeder Jacob wordt gewekt met de woorden: “Hoor de klokken luiden!” Broeder Jacob moet opstaan want de klokken luiden al. Benieuwd wat Aard wil worden als het later groot is.
Ik durf het handvol nummers dat Tom Pintens speelt nauwelijks een optreden noemen. Moeiteloos levert hij het muzikale hoogtepunt van het jaar af. Een begeleidingsgroep heeft hij niet nodig. Vingerafdrukken op de gitaar, schaduwen op rood fluweel, neerslag in mijn ziel. Ik neem mijn petje af en buig heel, heel diep.
Tape Cuts Tape heette vroeger Trouvé, Cassiers en Thielemans. Daarmee kent u de dramatis personae. Stem, drums, gitaar en elektronica gaan de strijd aan als vier  wereldgodsdiensten. Nu eens kruistocht, dan weer oecumene. Nergens echt slecht, soms zo-zo maar adembenemend in het laatste lied. Daarin schuren de zang van de sirene en de brom van de Rudy zachtjes tegen elkaar. Alsof je je favoriete zjat inpakt in schuurpapier.

Labels: , ,