Ik heb de stijl maar niet de gratie. Ik heb de kleren maar niet het gezicht. Ik heb het brood maar niet de boter. Ik heb het raam maar niet de luxaflex. Maar ik ben groot in
Amsterdam. De homeboys van
Perdu sloten vrijdag hun jaar af met het Definitieve Eindfeest en ondergetekende was uitgenodigd. Je bent een troetelbelg of je bent het niet. Ik ben bovendien ontzettend feestvaardig, zo feestvaardig als een verdwaalde kogel.
Wanneer mijn trein halte houdt in Rotterdam zit ik wat
Jeugd Van Tegenwoordig voor me uit te flowen: "De K / De E / De R / De K / De kerk". Net op dat moment passeren we een gigantische moskee. Ik overwin mijn schaamte en de trein treint verder richting Amsterdam. Ik heb het station nauwelijk verlaten of uit een Johnnymobiel schalt
Wanna Be Startin' Somethin'. Ook hier wordt gerouwd. Uit Café Stopera weerklinkt dan weer
Toppertje. Ik voel me onmiddelijk thuis. In Perdu is er koffie en entertainment. Het codewoord van de avond is definitie. Post-its geven iedereen de kans alles wat los of vast zit te omschrijven. Ik kroon mezelf maar tot Belg.
David Sneek opent de avond met een betoog over Humpty Dumpty, de Académie française en de ethiek van
Spinoza.
Hedde Zijstra heeft het over kennis. Aan de hand van een paar heerlijk quotes van Donald Rumsfeld onderzoekt hij de notie unknown known. Aan het einde ontspoort het mij iets teveel richting taalkunde.
K. Michel leest drie gedichten voor over een tekenaar, over een landkaart, over Pinocchio. Zeer mooi.
Martin van der Galiën gebruikt zijn tijd om Perdu aan de schandpaal te nagelen als subsidie verslindende linkse kerk, als lanterfanten onder de noemer cultuur, als ego, veel ego. Heerlijk herkenbaar discours.
Tjer Bakker (?) duidt het woord nieuw aan als het grootste probleem van deze tijd. Ik zou er persoonlijk Piet Huysentruyt nog aan toevoegen maar de man heeft een punt.
Miek Zwamborn skypet live vanop de grens tussen Oostenrijk, Zwitserland en Italië. Doe ik volgende keer ook. Bespaart mij vijf uur trein. Miek heeft een paar reuzeleuke flarden woordenboek aan elkaar genaaid.
Geert Simonis, allez ja, ikzelf dus. Ik ben een beetje zenuwachtig en het is ondertussen nogal benauwd. Al bij al valt het wel mee. Liefhebbers of nieuwsgierige Galliërs kunnen mijn tekst
alhier schnitzelen. Reacties zijn positief al vinden sommige mensen het te theoretisch. Dat ze godverdomme eens netjes mijn zak kussen.
Matthijs Ponte mixt filosofie en poëzie aan elkaar. Beetje Beckett, beetje readymade, serie
Het. Nice.
Hilde Meeus analyseert het fascinerende verschijnsel muskaatnoot in het Engels en raakt ermee weg. De roots van alle woorden blijken naar testikels te verwijzen. Wie had dat durven dromen?
Zodra de woorden zijn weggewaaid, barst het feest pas echt los met klezmergezelschap
Trio C Tot De Derde. Party like it's
1948! Ik dans als een beertje, een kleutertje, een wildeman, een zwetende otter. Gelukkig ben ik niet alleen. De heren smijten de
Lambada ertussen alsof het niets kost.
Funkytown laten ze naadloos overgaan in
Hava Nagila. De DJ-set achteraf begint met een half uur Michael Jackson en dat mag. Even later neemt Trio C Tot De Derde de DJ-set doodleuk over door te een potje te jammen op
Blue Monday. Bloody nice!
We drinken een biertje en daarna - ach ja, waarom ook niet? - nog eentje. We zijn maar één keer jong. We socializen, we netwerken, we discussiëren over
Animal Collective, het
marxisme en
paus Benny. Daarna komt de afwas en als het weer licht is, kan ik de trein op om te crashen in tweede klasse. Het random fotoverslagje vindt u
alhier.
Labels: alcohol, gewaardeerd popkenner, live, zelfverheerlijking, écrivassier