zaterdag 21 november 2009

Ge moet een beetje sociaal zijn, mijnen beste

Wat ik vertel als ik vertel over donderdag.

I
Dat ik op de zolder van het rectoraat ben geweest. Gewoon minding my own business.

II
Dat ik dictees heb verbeterd op Groot Dictee der Leuvense Studenten in de Aula Pieter De Somer. Dat er diep in mij een leerkracht zit.

III
Dat Leuvense studenten niet kunnen spellen. De mooiste fout aller tijden was iemand die blode groen had gepend als bleau-de-groen. Iemand anders liet kritisch beginnen met een C.

IV
Dat ter verdediging van de Leuvense student gezegd moet worden dat het dictee hondsmoeilijk was. Ik kon niet eens de titel juist schrijven. Ik struikelde over mama's-kindje. Wist ik veel? Ik ken enkel fils à papa.

V
Dat Nele Van de Broeck het dictee opluisterde met liedjes. Zelf was ik op dat moment druk aan het verbeteren. Ik heb enkel Loser's Twist meegepikt. 't Is dat ik het woord lijflied haat anders zou ik het hier placeren.

VI
Dat ik op voorhand wel een leuk, vrienschappelijk babbeltje had geslagen met Nele en dat er heel veel seksuele spanning in de lucht hing. Al kunnen het ook verdampte okselvijvers geweest zijn.

Labels: , ,

vrijdag 20 november 2009

Word wakker & lees mijn felicitaties

Buiten het bereik van de scherpe kiezen van de bloedhonden van de staatsveiligheid verborg ik mij afgelopen weekend in een betonnen bunker op het schiereiland waar Mokkel tegenwoordig hof houdt en waar ik haar het hof heb gemaakt en tussen eindeloze stromen koffie door vergaapten wij ons als mongoloïde toeristen aan Cadillac Records van Darnell Martin en sindsdsien spookt de blues door mijn kop als de doodsreutel van een afgeleefd paard en zelfs nu ik Mokkels bunker en Mokkels schiereiland achter mij heb gelaten als een lege chocoladewikkel en ben weergekeerd naar het Vaderland raak ik die doodsreutel maar niet kwijt want het afgeleefde paard volgt mij achtervolgt mij achterhaalt mij vierentwintig keer per dag zestig keer per uur zestig keer per minuut en dat is de enige echte reden waarom ik woensdagavond met de bereden infanterie op mijn hielen het Stuk betrad waar het befaamde balorkest Briskey ten dans speelde voor de ronddolende en uitgebluste jongeren van het grijze grauwe donkerblauwe Louvain en Briskey deed dat met jazz en met elektronica en met grooves maar zonder blues maar dat is niet erg want de ware en oprechte existentiële blues waakt altijd en waakt overal dus ook bij dit optreden van Briskey dat klonk als Buscemi voor schimmen die niet van dansen houden die dansen haten die niet kunnen dansen die niet willen dansen op een soundtrack voor de James Bondfilm waarin uiteindelijk eindelijk onthuld wordt dat Miss Moneypenny al die jaren voor de KGB heeft gewerkt als een laffe dubbelspionne op het randje van het gevaar die daarmee een aardige datsja op het platteland heeft verdiend en uit de aftiteling van die prent op dat bevlekte witte doek zal blijken dat die soundtrack gecomponeerd is door Gert Keunen het hart van Briskey en de ziel van Briskey en het brein van Briskey maar bovenal de dirigent van Briskey waardoor hij als een kleine fijne Jef Stalin de andere muzikanten bij de les hield van het drumstertje Isolde tot het beeldige zangeresje met het rode jurkje met de rode schoentjes met de rode stem die kon slaan als Bianca Castafiore die dag dat haar juwelen waren gestolen door zigeuners, Joden en vrijmetselaars en die kon zalven als Billie Holiday op tweede kerstdag met warme chocolademelk en mistletoe en The Sound Of Music en met al die gedachten in mijn arme kop tegen elkaar op botsend in een wervelwind van blues en herfst en verdwaling verliet ik het Stuk om elders te gaan pokeren in de naam van de Heer en eens ik een full house had gescoord was het slechts een kwestie van tijd voor de scherpe kiezen van de bloedhonden van de staatsveiligheid mijn linkerknie om zeep hielpen want de zomer was voorbij en ik was tegen alle verwachtingen in een man geworden die dit alles van zich afzette in de schaduw van een volk dat twijfelt aan de blues de hele blues en niets dan de blues.

Labels: , , ,

donderdag 19 november 2009

Lasagna lasanja lasanje lasagne

In Area 51 spelen marsmannetjes Texas hold ‘em poker met luchtmachtofficieren. De kelders van het Vaticaan bevatten documenten die wij niet mogen lezen. Martin Bormann zit alive and kicking in een Argentijnse tangokroeg. De Rechtvaardige Rechters hangen bij uw grootoudjes in de living. Ja, voor een goede complottheorie val ik altijd wel te porren.

Mayerling is een Oostenrijks jachtslot ten zuidwesten van Wenen waar in 1889 kroonprins Rudolf overleed samen met zijn minnares Marie von Vetsera. Rudolf, duivel-doet-al, dandy en druggebruiker in één handzame verpakking, was de enige zoon van keizer Frans Jozef en zijn echtgenote Sissi, bekend bij bakvissen van alle leeftijden. Rudolfs overlijden was verdacht. Overdosis? Ongeluk? Moord? Zelfmoord? Voer voor een complottheorie, quoi?

Daarrond heeft het Brusselse toneelgezelschap De Parade dinsdag een aardig boompje opgezet aan de Molens van Orshoven. Het betrof het vierde en laatste luik van een reeks rond de kleine kantjes van de eens zo fiere Habsburgse dynastie. Rudy Meulemans had de tekst geleverd, Hilde Wils stond in voor de regie.

Mayerling
behelst in feite drie stukken. Drie monologen die in de loop van het stuk naar elkaar toe groeien maar uiteindelijk langs elkaar heen scheren zonder daadwerkelijk te raken. De eerste monoloog is de hoofdlijn en mag dan ook de titel aanleveren. Een journalist anno nu krijgt nieuwe informatie die – misschien, mogelijk, eventueel, hopelijk – de raadselachtige dood van Rudolf en Marie kan helpen ontrafelen. Elke pas dichter bij de waarheid is echter een stap weg van zijn echtgenote die langzaam ten onder gaat aan kanker.

Deze lijn wordt geëchood in de tweede monoloog waarin een wetenschapper reflecteert over het leven en de werken van Charles Darwin. Hier is het de dood van ’s mans dochter die parallel loopt met het voltooien van de reusachtige legpuzzel van de evolutieleer. Naar het exacte verband tussen het verhaal van de journalist en dat van de wetenschapper tast ik in het duister.De derde monoloog brengt daar helaas geen opheldering in. Een kunsthistoricus lult wat in het ijle over het verchil tussen de Londen se National Gallery en het Weense Kunsthistorisches Museum, over paradigmashiften, over de rol van de dood en God in kunst.

De drie monologen vormden zowel de sterke kant als de zwakke plek van Mayerling. De afwisseling hield het tempo hoog en de vraag naar het verband tussen de drie verhalen liet de aandacht nooit verzwakken. Tegelijkertijd ging het discours van de wetenschapper mijn petje te boven. Mijn gezelschapsdame had een soortgelijke ervaring met de vertelseltjes van de kunsthistoricus. Afhankelijk van de persoonlijke interesse zal elke kijker wel ergens een serieus dipje ontwaren.

Het spel was sober zodat de tekst alle ruimte kreeg en door de intimiteit van de zaal volop tot zijn recht kwam. Het einde van Mayerling zal ik niet verklappen maar het liet me achter met veel vraagtekens en een onbevredigd gevoel. Net als het echte leven!

Labels: ,

woensdag 18 november 2009

Natural flavour handmade today

"Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën," aldus Paulus in zijn eerste brief aan de christenen van Thessaloniki. Paulus zoop er ook niet naast. Het toeval wil dat Mokkel dit semester studeert in Thessaloniki en dat ik van afgelopen donderdag tot afgelopen maandag op bezoek was. Ik ga u niet lastigvallen met honderd details, lieve lezer, maar met zeventien flarden.
(Als soundtrack raad ik In The City van the Jam aan.)

Actueler dan de krant (donderdag)
I
De man naast me op het vliegtuig leest La Bourse Pour Les Nuls. Als ik terugkeer, zit hij waarschijnlijk in eerste klasse.
II
Studentenhaard, de lokale Alma, is gratis. Er zijn maar twee menus en je kan geen frieten bijhalen. De omelet is best te eten, de spaghetti crap, de macaroni valt mee. Overal komt a side dish van witte kool bij. Iemand laat zijn plateau vallen. Heel de zaal applaudiseert.
III
Els had mij The Notebook meegegeven met de garantie dat die nookie zou opleveren. Ik twijfel nooit meer aan haar.

Vleugeltjes om bestwil (vrijdag)
IV
Het Belgisch consulaat is ook het Braziliaans consulaat. Twee fiere naties onder één dak.
V
In het Letterengebouw hangt een hoog Mei '68-sfeertje. In het cafetaria serveren ze ijskoffie die niet te zuipen valt.
VI
Mokkel en ik kijken Lebenszeichen van Werner Herzog op het Filmfestival van Thessaloniki. Ik verwacht constant bekenden tegen te komen tot ik besef dat arty fary Griekenland iets anders is dan het arty farty thuisfront.

Bass, the final frontier (zaterdag)
VII
Grieken zijn kleine mensen. Als ik onder de douche sta, komt mijn hoofd zonder te proberen tegen het plafond.
VIII
Een YouTubefilmpje van Maarten Inghels bekijken: thuis zou ik het nooit durven maar in Thessaloniki doe ik het alsof het niks kost.
IX
De Witte Toren is een museum over de stad. Ik leer op heel korte tijd veel bij en vergeet het allemaal voor we weer buiten staan. Behalve dan dat de eerste filmvoorstelling in Thessaloniki in 1897 was.
X
Mokkel belooft mij een zoo met lokale dieren. Ik verwacht centauren, saters, hydras en een minotaurus. Ik krijg zielige beertjes en verveelde wolfjes. Teleurstelling.
XI
In het winkeltje waar Mokkel haar brood koopt, versta ik mijn eerste woord Grieks. Het is "kalinichta" en Bassie en Adriaan are always on my mind.

Stegosaurus krulspeld (zondag)
XII
Bezoek aan een klooster op een berg in Meteora met kotgenoten van Mokkel. Ik ben er al geweest op Griekenlandreis in het laatste middelbaar maar dat besef ik pas ter plekke. Het laatste middelbaar is lang geleden.
XIII
Bezoek aan bergklooster betekent vroeg opstaan. Om zes uur zelfs. Ik maak een denkfout tussen Griekse en Belgische tijd en mijn GSM wekkert en mekkert om vijf uur.
XIV
Ik overweeg een Starbuckskoffie te drinken. Ik voel me een morele prostituee. De Starbucks is gesloten.
XV
De omroeper in het busstation van Trikala heeft de meest onaangename stem aller tijden. En plus versta ik geen lettergreep van zijn gebazel.
XVI
Op de bus terug blijkt dat we naast tickets ook een reservatie nodig hebben. Die hebben we niet ergo geen zitplaatsen. We mogen op de grond zitten. In een echt land zou dat geen optie zijn. Alzo staar ik drie kwartier naar het kruis van een Griek in een trainingsbroek.

A brief history of violence (maandag)
XVII
Op de luchthaven van Wenen spot ik een echte Tiroler terwijl Ayo Technology in de versie van Milow door de boxen schalt. Als ze mijn leven ooit verfilmen, hoop ik dat dit geen sleutelscène wordt.

Tot zover deze lezing uit de heilige schrift.

Labels: , , ,

dinsdag 17 november 2009

Het vasteland & het wasteland

Ik heb net bloed gegeven dus vergeef me als dit geen steek houdt.

Mijn grootmoeder langs vaders kant heb ik nooit gekend. Ik ben een kind van de jaren tachtig, zij een slachtoffer van de jaren zeventig. In het huis waar ik mijn grootvader heb weten wonen, heeft zij nooit geleefd. Er huist nu een gezin van vreemde origine. Volgens professor Rötelflöt kopen we er weldra onze kebabs.

In mijn grootouderlijk huis langs moeders kant kom ik nog regelmatig. Een huis uit een andere tijd. Een boomgaard en een stal. Een buitentoilet en een buitenpissijn. In de living geen CD-speler maar een LP-speler. Die staat in een meubel dat ook een stapel LP's herbergt uit de tijd van toen. LP's van mijn nonkels. Een daarvan is Live Stiffs.

Stiff Records was een Londense independent uit de volle punktijd. Ian Dury en Elvis Costello debuteerden er. Op een gegeven ogenblik stuurde Stiff zijn artiesten tezamen de baan op om het Verenigd Koninkrijk te veroveren. Live Stiffs is de neerslag van die tour. Hoogtepunt van de plaat en van elke show was een gezamenlijke versie van Sex & Drugs & Rock & Roll toepasselijk hertiteld tot Sex & Drugs & Rock & Roll & Chaos. Een meer obscuur lid van de Stiffstal was Wreckless Eric. Hij is present op Live Stiffs maar ik zou uit het hoofd geen nummer van de man kunnen noemen.

Door een simpele wending van het lot stond Wreckless Eric vorige woensdag in het Depot. Samen met zijn vrouw Amy Rigby deed hij het voorprogramma van Yo La Tengo. Het was aandoenlijk om twee oude mensen simpelweg gelukkig te zien wezen op een podium. Gewoon met zijn tweetjes en een handvol liedjes. Gitaren vooral, beetje bas, beetje piano, occasioneel beatje uit de laptop. Als ik vierenzestig ben, hoop ik net zo cool te zijn als Wrecless Eric. Fuck dat, ik hoop volgende week donderdag zo cool te zijn als Wreckless Eric. Ik vrees dat het er niet in zit. Ik weet dat het er niet in zit.

Met Yo La Tengo stond er ook al een echtpaar op het podium. Het Depot leek wel een parenclub, verdomme. Net dan staat GSS er met GW als twee lulletjes rozenwater. Husband Ira Kaplan en wife Georgia Hubley werden zoals wel vaker het laatste anderhalve decennium bijgestaan door lone ranger James McNew.

Nu is Yo La Tengo één van die groepen die ik ken van naam maar niet van muziek. In de warrige archiefkast van mijn hoofd staan ze gerangschikt onder de V van Velvet Undergroundachtig. Aan de hand van dit optreden zou ik inschatten dat het lang geen slechte rangschikking is. Het was noisy zoals Sister Ray dat is. Het was verstild mooi zoals Pale Blue Eyes dat is. het was een shot onversneden rock & roll zoals euhm Rock & Roll dat is.

Ik vond het een goed optreden maar niet super. Toch kan ik me perfect inbeelden dat het voor de fans geweldig was. Yo La Tengo heeft bijna twee uur gespeeld maar door de vele stilistische bochten en instrumentenwissels bleef het wel boeien. Enkel het derde half uur had gedecimeerd mogen worden. Hoogtepunten waren een razend funky Periodically Double Or Triple, noisejam I Heard You Looking als setafsluiter en eerste bis Dizzy, een cover van Tommy Roe met Wreckless Eric en Amy Rigby op zang.

Nu ga ik even rusten. Na dat bloedgeven voel ik me zwakjes.

Labels: , ,