woensdag 18 juli 2007

Brugmongool

Jazz is de tweede hand op de buik van de blues. Ik dus gisteren naar Gent voor het Blue Note Records Festival. Het originele plan was te gaan met de pappie. Die had het echter te druk met zijn dochter dus mocht mijn fiancée mee. En de rest is geschiedenis.
First up: Anjani, een bevallige Hawaiaanse freule in de weinig dankbare positie van veredeld voorprogramma. Zij begon haar carrière als medewerkster van de grote Lenny Cohen. Nu heeft ze zelf een plaatje uit waar de grote Lenny Cohen aan meewerkt. En zo is de cirkel rond. (Alsof het zo moeilijk is met Lenny te werken. Volgende week ga ik zelf met hem brainstormen over een paar teksten voor zijn volgende plaat.)
Anjani bracht zwoele, uitgesponnen cocktailjazz met te veel solo's. Het publiek werd pas wakker bij covers van bekende nummers van de Lenny. Ik herinner me vooral een subtiel The Gyspy's Wife. Een herinnering die zwaar wordt verstoord door de echo's van de crappy zen-bindteksten. "It's so nice to know we're all going to the same place." Dat soort werk. Anjani = saai. Zeg dat ik het u gezegd heb. Dat ik het u gezegd heb.
De hoofdvogel van de avond: Elvis Costello With The Allen Toussaint Band & Horns Featuring Steve Nieve. Een hele mond vol. Dat vraagt om een kleine verduidelijking. Elvis Costello is de Elvis die nog leeft. Allen Toussaint is een bejaarde funkateer uit New Orleans, wiens oeuvre geplunderd is door God en kleine Pierke, bijvoorbeeld door the Red Hot Chili Peppers. De band in kwestie was niet the Imposters. De horns waren the Crescent City Horns. Steve Nieve stond vroeger bekend als professor Steve Naïve. Binnen dit bont gezelschap vochten blazers, toetsen en snaren een imposante veldslag uit met en tegen elkaar. Een opwindend geheel van veel slaan en weinig zalven. Elvis Costello zat strak in het pak, Allen Toussaint droeg een iets minder hippe combinatie van witte sokken en sandalen.
The River In Reverse kwam vanzelfsprekend geheel aan bod, zij het wel met de knop van de soulfulness op elf. Daar kwam een handvol New Orleans-pareltjes bij uit de achterzak van Allen Toussaint. (Big Chief bijvoorbeeld, dat Lily Allen gesampled heeft in Knock 'Em Out en dat Allen Toussaint opdroeg aan Professor Longhair.) Door dit deeg werd een ruime schep Elvis Costello-klassiekers gemixt, die gloednieuw stonden te blinken dankzij de inbreng en meewaarde van de blazers. Een uitgelaten (I Don't Want To Go To) Chelsea hield ons van meet af aan bij de les. Clown Strike werd doorboord door een felle gitaarsolo van Elvis' eigen kleine handjes van beton. Watching The Detectives was meer dan ooit doordesemd van reggae.
Na een heerlijke set van meer dan anderhalf uur kwam nog een bisronde van meer dan een half uur. Lucky us! I Want You, uiteraard, zelden een lied gekend met zoveel op zijn geweten. Alison met een prachtig intro van enkel blazers. Een stiekem verhoopt I Can't Stand Up For Falling Down. Een doorvoeld The Sharpest Thorn om alles af te sluiten.
Geert was onder de indruk, quoi? Niet in het minst van de overtuiging waarmee Elvis als een bezeten preacher poneerde dat zijn schot oprecht was, is en zou blijven. Hoe technisch perfect de set van Anjani ook moge geweest zijn, zij meende het niet en dat neem ik haar kwalijk. Zoals ik het Andrea Croonenberghs kwalijk neem dat zij onder één hoedje speelt met fascisten van allerlei allooi.

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home