Do what yourself?
Gisteren heeft Da Snood Laïs geschnitzeld in de Rotonde van de Botanique. Even terugspoelen. Laïs is a household name net zoals Lay's dat is. Zoals Lay's dat was toen de naam nog Smith's was. The Smiths is ook al a household name. Zelfs Jarne was onlangs naar The Queen Is Dead aan het luisteren. Laïs is a household name.
En toch. Ik had hen nooit live gezien. Behalve een korte visite bij Roland op Couleur Café 2004. Een van de beste optredens die ik dat jaar heb gezien. Laïs deden een prachtig After The Goldrush. Plus één van de drie Laïschicks heb ik meermaals mooie dingen zien doen aan de zijde van Admiral Freebee. Laïs is a household name.
En toch. Hun eerste en derde CD staan in mijn rek. De eerste gekopieerd uit de bib van Peer. De derde gekocht in de Free Record Shop van het station in Berchem. Een mens doet gekke dingen als hij moet wachten op zijn trein naar Limburg. Die Free Record Shop is niet meer. Die bibliotheek nog wel. Die beide CD's, hoe bloedmooi ook, kan ik niet langer dan een kwartier beluisteren. Die stemmen, die vrolijkheid, die folk begint op mijn zenuwen te werken. Laïs is a household name.
En toch. De vreemde berichten bereiken mij dat Laïs zichzelf heeft heruitgevonden. Dat er met elektronica gespeeld wordt. Dat groovy Antwerpse vogels als Elko Blijweert een vinger in de pap hebben te brokken. Laïs is a household name. Da Snood is a curious motherfucker.
Da Snood is aangenaam verrast geworden in de Rotonde van de Botanique. De volksliedjes waren allemaal thuisgebleven. Wat Laïs wel had meegebracht varieerde tussen waanzinnig, uitzinnig en kippenvel. Nu eens bestond de muziek uit voorzichtig gedrone, een abstracte rivierbedding waarover het stemmenwerk naar de monding kon stromen. Dan weer waren er echte liedjes. Denk aan The Lyre Of Orfeus waar de achtergrondzangeressen het hebben overgenomen en Nick Cave de laan uit hebben gestuurd.
Ik zou de term roots van stal halen maar daarvoor zat er te veel weirde shit in. Niet iets dat je zou associëren met Laïs toch? Elko haalde dingen uit zijn gitaar die eerder bij Rage Against The Machine zou horen. Zelfs "Captain Beefheart" stond in mijn notaboekje gekribbeld. Het heerlijkst was hoe Elko een stukje clichématige country speelde om het daarna elektronisch te bewerken tot een crazy ass rāga.

Maar de chicks zelf stalen toch de show. Met een acapella Didn't Leave Nobody But The Baby bijvoorbeeld - bekend uit O Brother, Where Art Thou?. Met hun beeldige jurkjes waar Pony! menig modeblog over kan volpennen. Ze waren truely de drie mooist boerinnetjes op het bal. Ze dansten als derwisjen op het oogstfeest. Bestond Laïs uit vier zangeressen, er zou nogal gesquaredancet worden in onze rijke Vlaemsche gewesten.
Had ik mijn baseballknuppel bijgehad, hij had innig kunnen kennismaken met acht kniën. Vier overijverige fans, drie met T-shirts gesigneerd door Laïs, de vierde met een staart tot onder de knieën. Ik mag dan dansen als een kleuter die stijf staat van teveel cola, deze vier bitches lieten zich gaan als ADHD-mongolen op bollen. Ik zou een goede man aanraden om hen op het rechte pad te krijgen maar een goed pak rammel might just do the trick. De waterstofbom zal de wereld niet redden.
Labels: fotografie, gewaardeerd popkenner, live, vroegerhater

1 Comments:
Captain Beefheart? In een Laïsrecensie? 200 scenepoints go to Geert.
Een reactie plaatsen
Links to this post:
Een link maken
<< Home