woensdag 17 september 2008

Het oranje gevaar

De afgelopen zaterdag heeft spannend materiaal opgeleverd voor mijn weldra te verschijnen autobiografie De Terugkeer Van Marcel. Het begon allemaal toen ik Gent verliet. Brussel bood mij een triomftocht aan alsof ik Caeser himself was die net Brittannië had onderworpen. Héél Brittannië? Nee, een kleine nederzetting blijft moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakt het leven van de Romeinen in de omringende legerplaatsen bepaald niet gemakkelijk.
Alzo belandde ik op het undergrounfestival Musikometro. Dit jaar was het voor geen enkel goed doel en puur voor de muziek. Maar goed ook want die oplichters steken alles in eigen zak. De arme negertjes zien daar nooit iets van. Geert koos voor metrohalte Botanique. Die is namelijk het dichtste bij het kot van Pony! en Geert is liever lui dan moe. Okee, strikt genomen zit Pony! daar niet meer op kot maar wie geeft er een ijsje?
Pete Molinari. Een man met een akoestische gitaar en een mondharmonica in een ijzeren ding. Verbaast het u dat hij heel erg klonk als de jonge Dylan? Hij had zijn look zelfs gemodelleerd naar de hoes van Bob Dylan. Al na twee liederen resulteerde dit in een overdosis epigonisme maar Pete counterde dit vlotjes met een paar Hank Williams-covers. Er was nog geen dozijn mensen opgedoken voor Pete maar een paar kinderen reagerden erg enthousiast dus het kan nog alle kanten op!
Dez Mona. Voor de gelegenheid in hun basisbezetting van zang en contrabas maar wel aangevuld met de cellist van die anarchistische DAAU-kerels. Een kort maar hevig shot muziek om de dronkaards in de hemel op te vrolijken. Of de onschuldigen in het vagevuur te troosten. Een dramatisch pleidooi dat er geen reden is om je voor een metro te smijten. Die metro voelt daar toch niets van. Een gevaarlijk lichtpunt in een veilige duisternis. De vage gloei van die ene sigaret die je kanker gaat bezorgen. En rokershoest.

De Dolfijntjes. Oudere jongeren brengen oergezellige en überenergieke meezingers voor het hele gezin. Het soort liederen waarbij spontaan woonwagens en kampvuren opduiken. Muziek om zelfgestookte drank bij te nuttigen tot je blind wordt. Met teksten in een West-Vlaams dat nergens stoorde. Picture Flip Kowlier die iets van Paul van Ostaijen op muziek zet met veel accordeons. Ik ben heel benieuwd wat De Dolfijntjes ervan bakken in een festival- of zaalcontext.

Eens de trein Leuven had bereikt, werd ik onthaald zoals het hoort: met een zjat koffie en een stukske vlaai. Later volgde ik een pad naar het Stukcafé alwaar Showstar van leer trok ter mijne meerdere eer en glorie. Ik hoorde Waalse indierock die bij momenten zeer te pruimen viel. Zolang het tempo maar hoog bleef liggen, zolang de zanger maar van zijn speelgoedxylofoon afbleef.

Die zanger miste zoveel hoeken dat hij wankel was en leek me bovenal enorm vermoeiend. Al kan ik mij perfect inbeelden dat hij zich ontpopt tot volksmenner eens je hem op een groene weide neerpoot. Een regel als "I don't like your presents / I don't like your parents" is gewoon beestig. Of bewoon geestig, daar wil ik vanaf zijn. Voor eeuwig en altijd vanaf zijn.
Ik ben daarna een dutje gaan doen. Een besluit dat ik mij niet heb beklaagd. Een kilo van het beste werk weegt niet af tegen honderd gram commerce.
I'm scared of your pants. I'm scared shitless of your pants.

Labels: , , ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home