zaterdag 13 juni 2009

My uncle died of crotch dot

Gisterdag viel de avond boven de Molens van Orshoven. En boven mij. Wie immer aanwezig voor een portie Vrijdagen van Braakland/Zhebilding in het gezelschap van mijn partner in crime Sander "korte broek" Yezerskiy. Het programma was volslank. De roze keizer besproeide zijn veld met zijn nieuwe bron.
Vooreerst werd in het café voor de allerlaatste keer het toneelstuk Roadmovie gespeeld. Kris Kuppens sprak ons toe als een uitgetelde, uitgebluste en uitgeputte zakenman op jaren. Het soort man dat preventief ijs in huis heeft omdat hij weet dat het leven hem recht in de noten sjot. De tekst was een open brief aan zijn afwezige dochter.
Rudy Trouvé en Gerrit Valckenaers fixten een mooie, zelden opdringerige soundtrack. Telkens die laatste zijn traporgel bediende, tochtte het op mij. Ik zat in de hoek waar de klappen vielen. Goed toneel maar het was toch beter tot zijn recht gekomen in een traditionele theatercontext. Daar is het nu te laat voor, dit was de allerlaatste keer. Vaert wel ende levet scone!
Toen was het echt wel tijd voor wat muziek an sich. Wolf kwam die dorst laven. Een duo met gotische folksongs. Een mooi meisje met heel originele zanglijnen en een dramatische tokkelaar op akoestische gitaar. Zij zong in tongen en had een compleet eigen vocab. Ze fluisterde haar eigen taaltje bijeen tussen Duits, Middelnederlands en Afrikaans in. Troubadours van nu die ons opriepen tot inkeer te komen. Zou de zangeres van Bosscher bollen houden en zo ja zou ze er een keer met mij willen gaan eten? Als we nu vertrekken, hoe laat zijn we dan in Den Bosch?
Madensuyu was eens te meer fafafafuckin' great. Dit duo maakt muziek als een samoerai. Intensief, mysterieus, geslepen, genadeloos. Ze kunnen met hun katana vanop vijf meter een pond sushi afsnijden tot op de gram precies. Als Madensuyu ten oorlog trekt, hoop ik dat ze aan mijn kant staan. Anders vrees ik het ergste voor mijzelf en voor mijn bonsai. Anyhow: ze waren nog beter dan de vorige keer aan 't Stuk en ik kreeg er goesting van mij te laten lynchen door een Thais hoertje.
I-H8 Camera stuurde ons zonder complimenten huiswaarts. In Sanders geval letterlijk. Dit all-star improvisatiegezelschap bestond voor de gelegenheid uit Teuk Henri (gitaar), Aarich Jespers (drums), Heyme Langbroek (sax en trompet), Bert Leenaerts (bas), Mark Meyers (vocals), Rudy Trouvé (gitaar en vocals) en Craig Ward (gitaar). Zeven heren met de rock & roll, de street cred en de arty farty-heid diep in het gelaat gegroefd. Ik bedoel maar: drie van hen rolden sigaretten!
Concreet mochten de zeven om beurt een improvisatie dirigeren. Aanwijzingen varieerden tussen: disco, krautrock, lawaai, iets melancholisch dat gemeen wordt en iets exotisch. Niet alle zeven postmoderne composities waren even goed maar het niveau lag wel verdomd hoog. Zo zie je maar wat een rasmuzikant weer precies is. Ik strompelde naar huis met piepende oren. Het was het waard.
Pak van mijn hart hetgeen je aanstaat. Gooi de rest maar weg.

Labels: ,

2 Comments:

Blogger San F. Yezerskiy said...

Ik wil dat Gij hier nu tegen iedereen vertelt dat ik géén korte broek draag.

juni 13, 2009 4:25 PM  
Blogger Geert S. Simonis said...

Sander, ik zie je heel graag maar ik ga niet voor je liegen.

juni 13, 2009 4:47 PM  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home