Muzak is an evil
Als Kleine Geert braaf is mag hij soms mee in de grote rode auto van Meneer Sander. Kleine Geert moet altijd zijn gordel aandoen in de grote rode auto van Meneer Sander. Samen zingen Kleine Geert en Meneer Sander vrolijkere liedjes dan K3. Samen reizen Kleine Geert en Meneer Sander verder dan Piet Piraat.
Vrijdag is Kleine Geert braaf geweest. 's Avonds mag hij mee met Meneer Sander. De grote rode auto stopt voor het huis van Kleine Geert. Kleine Geert krijgt een brooddoos van Mama. Twee met smeerkaas en eentje met speculaaspasta. Een mandarijntje en een drinkbusje Fristi. Kleine Geert geeft Mama een dikke knuffel.
Vroem zegt de grote rode auto van Meneer Sander nadat Kleine Geert zijn gordel heeft aangedaan. De grote rode auto rijdt weg van het huis. De grote rode auto rijdt de straat uit. De grote rode auto rijdt de stad uit. Kleine Geert wil weten waar ze heen gaan. Dat moet een verrassing blijven volgens Meneer Sander. Kleine Geert is heel benieuwd.
De grote rode auto komt op plaatsen waar Kleine Geert nog nooit is geweest. Meneer Sander en Kleine Geert zijn net Robin Hood en Kleine Jan. Sanne heeft zich ooit afgevraagd of niemand het verdacht zou vinden dat de armen in de regio van Robin Hood enkel met goudstukken betalen. Kleine Geert had het antwoord niet geweten en Sanne was verhuisd naar een ver land. In het verre land spreken de mensen een vreemde taal. Kleine Geert kent die taal niet.
Al snel bereiken Kleine Geert en Meneer Sander een klein dorpje. Meneer Sander parkeert zijn grote rode auto op een grote weide tussen heel veel andere auto's. Als ze straks de auto maar terugvinden. Kleine Geert vraagt zich af wat ze nu gaan doen. Wandelen zegt Meneer Sander tussen veel mensen.
Al snel komen Kleine Geert en Meneer Sander bij een vijver. Naast de vijver staat een grote tent. In de grote tent staat een podium. Op het podium spelen twee meneren poppenkast. De ene meneer heeft een lange baard. De andere meneer heeft een korte baard. De ene meneer draagt een das en een petje. De andere meneer niet. De poppenkast is heel grappig. Kleine Geert moet hard lachen. De meneer met de lange baard zingt liedjes. Meneer Sander danst op die liedjes. Ook de andere mensen vinden het heel fijn.
Na de poppenkast eten Kleine Geert en Meneer Sander hun boterhammetjes op. Eerst twee mee smeerkaas. Dan eentje met speculaaspasta. Eerst het drinkbusje Fristi. Dan het mandarijntje. Meneer Sander heeft veel meer boterhammen bij dan Kleine Geert. Meneer Sander heeft wel vijf boterhammen bij. Met hesp en kaas en confituur. Meneer Sander heeft geen drinkbusje Fristi bij. Meneer Sander heeft een fles water bij. Meneer Sander heeft geen mandarijntje bij. Meneer Sander eet een appel en een banaan.
Na de boterhammen moeten Kleine Geert en Meneer Sander naar huis. Kleine Geert moet immers gaan slapen. Hij is al moe. Meneer Sander moet nog niet gaan slapen. Hij is een grote meneer. Kleine Geert en Meneer Sander stappen terug in de grote rode auto. Kleine Geert doet zijn gordel aan in de grote rode auto van Meneer Sander. Meneer Sander start de grote rode auto en snel zijn ze terug thuis. Kleine Geert bedankt Meneer Sander voor de fijne dag en geeft hem een knuffel. Meneer Sander zegt dag tegen Mama. Meneer Sander stapt terug in zijn grote rode auto. Meneer Sander rijdt weg. Tot binnenkort Meneer Sander.
Kleine Geert geeft Mama een knuffel. Kleine Geert gaat zijn tandjes poetsen en zijn pyjama aandoen. Kleine Geert kruipt zijn bedje in. Hij krijgt een kus van Mama. Hij slaapt al snel. Kleine Geert droomt van Tijgertje. Tijgertje gaat verhuizen naar een ver land. In het verre land spreken de mensen een vreemde taal. Kleine Geert kent die taal niet. Tijgertje vertrekt naar het verre land. Dat vindt Kleine Geert niet leuk. Maar Tijgertje belooft dat ze terugkomt. Dat vindt Kleine Geert wel leuk. Tot binnenkort Tijgertje.
Labels: gewaardeerd popkenner, live, zelfverheerlijking, écrivassier

0 Comments:
Een reactie plaatsen
Links to this post:
Een link maken
<< Home