dinsdag 13 oktober 2009

Catching a grizzly girl

Op Pukkelpop 2004 kocht ik twee CD's. Die editie was memorabel om meerdere redenen. Ik stond donderdagochtend op de camping om te ontdekken dat ik mijn tentzakje enkel een binnentent bevatte. Mijn broer zijn schuld. Ik heb hem achteraf gelyncht. Quitte.

De grote terugkeer van dEUS was zo opwindend als een emmer lauw water. De grote terugkeer van Soulwax was beter maar Any Minute Now was nog niet uit. Enkel de perfide illegale downloaders kenden het nieuwe materiaal. Any Minute Now verscheen na Pukkelpop maar was toch al te verkrijgen op de wei. Alzo verkreeg ik die, inclusief affiche.

De tweede CD die ik die Pukkelpop kocht was Laughter Through Tears van Oi Va Voi. Die groep stond op de affiche maar had last minute afgezegd. Het concept (Klezmer! Mariachi!) sprak mij zo aan dat ik de CD kocht. Ik kan nu, vijf jaar later, niet zeggen dat ik er meer dan tien keer naar geluisterd heb. Desalniettemin ben ik gisterdag naar Oi Va Voi in de AB gegaan. Gewoon omdat ik het kon.

Amatorski was bij wijze van intro voorgeprogrammeerd. Het gezelschap liet warme en koude klanken clashen alsof het een raketwetenschap was. Denk aan triphop maar dan op een veel meer organische wijze. De set was te kort om te gaan vervelen maar verre van perfect. Met name de drummer stoorde maar ik heb geen idee of dat lag aan de drummer zelf of aan de klankbalans. De paar nummers zonder percussie, die qua ritme enkel op een contrabas dreven, waren veruit de beste van de set.

Oi Va Voi zelf dan en zeker niet Oi Polloi, zoals een overjaarse anarchopunker hardop dacht. Ze waren met zeven en zeven is tot nader order een heilig getal. De vier heren droegen propere hemdjes. De klarinettist annex zanger had zelfs bretellen: classy! Dit mannelijk kwartet hield zich enigszins op de achtergrond zodat de drie dames konden schitteren.

Dat mag nu letterlijk nemen: hun outfits waren een en al glimmer. De bassiste speelde een ijsgodin uit het allerhoogste Noorden. Betoverend doch afstandelijk. Nonchalant doch sexy. De basgitaar zelve, quoi? De violiste, die ook een toefje melodica speelde, was een wilde amazone die blootsvoets over het podium gallopeerde.

De ster van de avond was echter de frontdame. Een Nubische prinses die sierlijk paradeerde als een hoofse hinde over de zonovergoten savanne. Zwarte soul en klezmer versmolten perfect in haar gezang. Ze kermde en klaagde als ze de Endlösung én de Ruwandese genecide had meegemaakt. Ze juichte en kolkte alsof ze Kwanza én Chanoeka tegelijk vierde. Ze droeg een Madonnaiaanse (Madonnaëske?) puntbeha.

Los van al deze wierook was het geen rimpelloos optreden. De twee eerste nummers pruttelde het nogal richtingloos. Bij het derde nummer sloeg de vlam in de pan maar pas een dik uur later kookte de soep. Voor het echter zover was waren drie instrumentaaltjes gepasseerd die voor een goed gebonden dipsaus zorgden. Het tweede bisnummer was er teveel aan. Het eerste, meezingmoment Refugee was het hoogtepunt van de avond en deed mij denken aan Arsenal. Maar die vergelijking slaat nergens op en dat weet u.

Labels: , , ,