donderdag 19 november 2009

Lasagna lasanja lasanje lasagne

In Area 51 spelen marsmannetjes Texas hold ‘em poker met luchtmachtofficieren. De kelders van het Vaticaan bevatten documenten die wij niet mogen lezen. Martin Bormann zit alive and kicking in een Argentijnse tangokroeg. De Rechtvaardige Rechters hangen bij uw grootoudjes in de living. Ja, voor een goede complottheorie val ik altijd wel te porren.

Mayerling is een Oostenrijks jachtslot ten zuidwesten van Wenen waar in 1889 kroonprins Rudolf overleed samen met zijn minnares Marie von Vetsera. Rudolf, duivel-doet-al, dandy en druggebruiker in één handzame verpakking, was de enige zoon van keizer Frans Jozef en zijn echtgenote Sissi, bekend bij bakvissen van alle leeftijden. Rudolfs overlijden was verdacht. Overdosis? Ongeluk? Moord? Zelfmoord? Voer voor een complottheorie, quoi?

Daarrond heeft het Brusselse toneelgezelschap De Parade dinsdag een aardig boompje opgezet aan de Molens van Orshoven. Het betrof het vierde en laatste luik van een reeks rond de kleine kantjes van de eens zo fiere Habsburgse dynastie. Rudy Meulemans had de tekst geleverd, Hilde Wils stond in voor de regie.

Mayerling
behelst in feite drie stukken. Drie monologen die in de loop van het stuk naar elkaar toe groeien maar uiteindelijk langs elkaar heen scheren zonder daadwerkelijk te raken. De eerste monoloog is de hoofdlijn en mag dan ook de titel aanleveren. Een journalist anno nu krijgt nieuwe informatie die – misschien, mogelijk, eventueel, hopelijk – de raadselachtige dood van Rudolf en Marie kan helpen ontrafelen. Elke pas dichter bij de waarheid is echter een stap weg van zijn echtgenote die langzaam ten onder gaat aan kanker.

Deze lijn wordt geëchood in de tweede monoloog waarin een wetenschapper reflecteert over het leven en de werken van Charles Darwin. Hier is het de dood van ’s mans dochter die parallel loopt met het voltooien van de reusachtige legpuzzel van de evolutieleer. Naar het exacte verband tussen het verhaal van de journalist en dat van de wetenschapper tast ik in het duister.De derde monoloog brengt daar helaas geen opheldering in. Een kunsthistoricus lult wat in het ijle over het verchil tussen de Londen se National Gallery en het Weense Kunsthistorisches Museum, over paradigmashiften, over de rol van de dood en God in kunst.

De drie monologen vormden zowel de sterke kant als de zwakke plek van Mayerling. De afwisseling hield het tempo hoog en de vraag naar het verband tussen de drie verhalen liet de aandacht nooit verzwakken. Tegelijkertijd ging het discours van de wetenschapper mijn petje te boven. Mijn gezelschapsdame had een soortgelijke ervaring met de vertelseltjes van de kunsthistoricus. Afhankelijk van de persoonlijke interesse zal elke kijker wel ergens een serieus dipje ontwaren.

Het spel was sober zodat de tekst alle ruimte kreeg en door de intimiteit van de zaal volop tot zijn recht kwam. Het einde van Mayerling zal ik niet verklappen maar het liet me achter met veel vraagtekens en een onbevredigd gevoel. Net als het echte leven!

Labels: ,