Gisteren richting Stuk getrokken voor een brokje geluidsterreur. Zonder
GW die zijn schoonfamilie moest
entertainen. Zonder gewaardeerd popkenner
Klaasman R. die te bed lag met de griep. Gelukkig mét een bevriend
fotograaf, zodat ik niet zielig alleen moest rondhangen.
Het ging hem om Animal Collective. Dat viel te merken aan het publiek. Een bende entarte hipsters met arty farty brillen, mutsen en T-shirts. Ze praten zo abstract over poëzie omdat zij allemaal zulke slechte dichters plegen te zijn.
Highlife verzorgde lusteloos het voorprogramma. Enerzijds was hij ziekjes, anderzijds was hij niet te ziek om whisky te slurpen. Zijn eerste nummer speelde hij op een minimalistische accordeon. Dan deed hij een paar liedjes op akoestische gitaar. Aardig stukje fingerpicking. Waarop hij een beetje ging jammen op zijn elektrische gitaar met behulp van elektronica en pornogeluiden.
Toen dat nergens toe leidde, concludeerde Highlife: "Im gonna try a real song." De akoestische gitaar terug boven. Met de ogen dicht speelde hij een paar aardige blueskes als was hij Blind
Willie OmHetEvenWie. Het was richtingloos en chaotisch. De man droeg shiny shoes!
Animal Collective zelf redde het meubilair min of meer. Drie heren voor de gelegenheid op een gitaar, een paar trommeltjes en vooral veel apparaatjes. Er werd geschipperd tussen tribale beats en intellectueel gefröbel, tussen het aardse en het etherische.
Het hippe publiek reageerde extatisch. Zelf dreef ik regelmatig af in gedachten maar of dat ze dat nu bedoelen met in trance geraken? Het duurde een kwartier à een half uur te lang maar de heren zijn geslaagd. Nu ik nog.