maandag 30 november 2009

Een drooggekookte fontein

Het leven is zelden een lolletje. Vorige week nog plantte een onguur type mij een revolver tegen de slaap. Het was een Taurus .357 Magnum. Het type verwijderde zijn wapen pas van mijn schedel toen ik beloofd had afgelopen zaterdag de finale van Rockvonk aan te gapen in Het Depot. Voor de leken: Rockvonk is dé Vlaams-Brabantse rock rally bij uitstek. In het verleden heeft deze wedstrijd ons Bodyspasm en - horresco referens - Jasper Erkens opgeleverd.

Omdat ook Onderhond de hete adem van de concurrentie in zijn nek voelt, heeft de directie geïnvesteerd in professionalisering. Als eerste resultaat zijn de foto's bij dit stuk geleverd door Jochem Thyssen.

Als eerste betrad Amhearst Avenue het podium. Weezer was het grote voorbeeld, Team William de referentie dichter bij huis. De heren speelden uitstekend samen maar beschikte nauwelijks over nummers. Door volledige liedjes te wijden aan Michael J. Fox en Geena Lisa bewezen ze bovenden meer gimmick dan groep te zijn. Afsluiter Mustard was wel enigszins okee.

Vervolgens mocht Head Full Of Flames van jetje geven. Het duo overtuigde met folky singersongwritershizzle. Met als enige doch fatale minpunt dat alle liedjes net iets te identieke tweelingbroertjes en -zusjes waren. Head Full Of Flames wist het publiek wel te overtuigen. En de jury klaarblijkelijk ook want ze werden beloond met de zilveren medaille.

Aegis werd als derde voor de leeuwen geworpen enkel gewapend met een strakke lap poprock. Verre van ons ding maar het stak tiptop ineen en - heel belangrijk - de muzikanten liepen elkaar nergens voor de voeten. Spijt dat de zanger een goede stem combineerde met een ronduit crappy Engelse uitspraak.

Dillian was de dapperste van de avond en trotseerde Het Depot in zijn eentje. Deze dubbelganger van Sonny Bono bespeelde van alles en nog wat en bouwde met een loopstation toch een volle sound op. In zijn teksten vertelt hij verhalen en sleept alzo de blues willens nillens de eenentwintigste eeuw in. Dillian werd derde en terecht.

Het werd steeds later maar de toffe bandjes bleven komen. Willow bijvoorbeeld dat woont op het kruispunt tussen Joy Division en Pixies. Toch beschikken ze over een eigen smoel, een uiterst gladde smoel, dat dan weer wel. Nummers werden steevast een dikke minuut te lang uitgesponnen. Willow beschikte duidelijk over een trouw fanleger. Het mag dan ook niet verbazen dat dit zestal met de publieksprijs ging lopen. Dat zij ook de hoofdschotel afvogelden, bracht mijn wenkbrauwen tot een frons.

Dat toeval niet bestaat bewees het powertrio Soldier Six door als zesde aan te treden. Een nummer droeg de titel Blunt Axe en zo klonk Soldier Six ook. Een machtige mokerhamer van niets en niemand ontziende noisy rock. Qua referenties houdt Soldier Six zich ten zuidoosten van Dinosaur Jr op. Mijn publieksprijsstem wonnen de drie heren moeiteloos maar het heeft niet veel uitgehaald.

Als voorlaatste mocht Bad Cirkuz shinen. Dit Leuvense funkcombo heeft al heel wat naam en faam opgebouwd maar ik had hen nog nooit gezien of gehoord. Ik was met andere woorden nieuwsgierig. Ik was zeer te spreken over deze update van de klassieke Staxsound. Zangeres Laura beschikt nam zonder tegenstand het podium in als een liefdeskind van Janis Joplin en Tina Turner. Het zou me zeer spijten, mocht Bad Cirkuz in de nabije of verre toekomst meer evolueren richting die laatste oude taart.

Er werd afgesloten met een streepje hiphop. Het Brusselse collectief L'Ame Buccale deed het deels Franstalig, deels in het Engels. Speciaal voor de gelegenheid hadden ze vier livemuzikanten meegebracht. Alzo stond er tien man op het podium. Daar bestaat een woord voor: overkill. Doordat er maar een kwartier gespeeld werd, ging L'Ame Buccale voor het zingen de kerk uit. Oh ja: van de vier rappers had de ene bleekneus die er per ongeluk tussen zat, de slechtste flow van heel de hoop. Er schuilt waarheid in clichés.

De toekomst van de Belgische muziek heb ik niet gezien zaterdagavond. Wel een duidelijke doorsneden van de huidige state of the union. Dat is ook iets waard. Wat precies moet u Big Nasty J. vragen. Het leven is zelden een lolletje.

Labels: , ,

zaterdag 28 november 2009

Gestapo membership card blues

Ik ben Geert Simonis en ik heb het niet altijd gemakkelijk. Ik heb geen vriendjes en ik krijg geen cadeautjes. Ik ben Geert Simonis en de wereld is tegen mij. Dit is een verhaal over hoe ik ondanks alle façade een boer uit Limburg ben en blijf. Die al vreest wat hij niet kent. Die liever een heks verbrandt dan zijn horizon verbreedt. Die desalniettemin soms gedwongen wordt de einder te verkennen.
Al enige tijd verkondigen alle hippe media dat noise de nieuwe pop is. No Age. Health. Madensuyu eventueel. Japandroids. Wavves. Die laatste formatie stond vrijdag in De Charlatan in Gent. Gent is een kutstad van jewelste. Een gereanimeerde ruïne waar de linkse ratten van de natie 's nachts nestelen. Ik kom liever niet in Gent zonder begeleiding. Sanne heeft mij er ooit gegidst. GW heeft mij er al vaak rondgeleid. Sanne zit echter in Amsterdam en is voorlopig niet van plan terug te keren. GW zat vrijdag ook al op de Hollander. 't Kan verkeren. Ik stond er met andere woorden in mijn eentje voor. Mijn liefde voor Wavves was echter groter dan mijn afkeer voor Gent. Thuisblijven was geen optie.
Rond kwart voor zeven verlaat ik de gezellige Leuvense herberg De Libertad. Door storm en tegenweer begeef ik mij naar het station. De trein naar Gent heeft van meet af aan een half uur vertraging door een ongeval in Vosselaar of all places. Geduldig placeer ik mij op een bankje met In Europa van Geert Mak. Geweldig boek. Geweldige naamgenoot. Meneer Mak houdt mij ook op de trein gezelschap.
Om half negen zet ik voet op Gentse bodem. Ik haal de reisinstructies boven die de website van Democrazy mij heeft bezorgd. Een eerste tram die ik kan nemen, laat ik passeren omdat het ritnummer er niet duidelijk op staat aangegeven. Gentse trams dragen geen ritnummers zo blijkt. De volgende tram neem ik. Wegens werken worden een aantal haltes - waaronder de mijne, de Korenmarkt - overgeslagen zodat ik nietsvermoedend terug aan het station beland. Een vriendelijke chick met een grote rugzak en een kleine piercing helpt mij uit de penarie. Even later stap ik af aan het Justitiepaleis met het plan de Veldstraat te volgen tot aan de Korenmarkt.
Extra complicaties ontstaan als een peloton Chirochicks mij tot hun gids bombardeert. Drie zijn er verkleed als seut, één als tijger, één als Amy Winehouse. De lelijkste Amy Winehouse aller tijden. De laatste drie zijn niet verkleed. Zij hebben het weekendje georganiseerd. Organisatoren moeten zich nooit verkleden. Ik lever de Chirochicks heelhuids af. Ik ben een goed mens. Door stortregens en de werken op Korenmarkt ben ik weldra min of meer verdwaald. Zelfs Artevelde lacht mij uit van op zijn sokkel.
Ik ben zelden zo blij geweest dat ik een muts bij heb. Ik ben boos op mezelf dat ik handschoenen niet nodig achtte. Ik vraag mensen de weg. Gentenaren kennen hun eigen stad niet. De Vlasmarkt zegt niemand iets. Pas als ik de naam Charlatan laat vallen, gaat er bij een inboorling een lampje branden. "'t Zal wel zijn," is zijn stoplap maar hij helpt mij dus ik neem het hem niet kwalijk.
Tien over tien strompel ik de zaal binnen. 1982 is net begonnen. Manisch en nijdig rock & rolllawaai enzo. De drummer is een besnorde pornoacteur en zit de hele tijd orgastisch te grijnzen terwijl hij zijn drums bewerkt alsof het Shyla Stylez zelve is die voor hem knielt. De bassist en gitarist zijn nerds die elkaar met wiskundige precisie bekampen. De frontman heeft zijn relatine niet gepakt en loopt om de haverklap het publiek in. Het strakke spel wordt via effectpedalen allerhande opgeblazen tot een withete tornado die alles omver blaast en de puinhopen dynamiteert. Nice.
Wavves - gewoon "Waves" uitspreken - speelt rommelige popsongs die huizen op het randje van de perfectie. Die opgesloten in een dwangbuis van ruwe wol en pure fuzz van de ene muur op de andere botsen. Soms moet ik denken aan de rauwe oerkracht van Nirvana maar dat is het soort vergelijking waar achteraf iedereen spijt van heeft. Andere momenten sta ik gewoon te huppelen alsof het 1977 is en ik in de Londense Roundhouse naar de Ramones kijk. Brein Daniel William is een jochie. De drummer een spraakwaterende baardaap. De bassist een helmboswuivende en headbangende afro. De toekomst behoort toe aan Wavves. Wavves behoort toe aan niemand.
Na het optreden vraag ik asiel aan in het café van De Vooruit. In Europa slokt mij wederom enkele uren op. Rond drieën slowt een koppel van rond de vijftig vlak voor mijn neus op In The Ghetto. Het is het mooiste dat ik ooit heb gezien. De laatste bus brengt mij naar de eerste trein. De eerste trein brengt mij naar Leuven. De sporen lopen door dromenland waar Klaas Vaak heerst en de Kerstman droomt van betere tijden.
Ik ben Geert Simonis en ik heb het niet altijd gemakkelijk. Ik heb geen vriendjes en ik krijg geen cadeautjes. Ik ben Geert Simonis en de wereld is tegen mij. Dit was een verhaal over hoe ik ondanks alle façade een boer uit Limburg ben en blijf. Die al vreest wat hij niet kent. Die al bij al liever een heks verbrandt dan zijn horizon verbreedt. 't Zal wel zijn.

Labels: , ,

The shape of geert simonis to come

Donderdagavond hoorde ik een donker jongetje op de bus verklaren: "Michael Jackson had gemaan veel schulden maar ook gemaan veel geld." Zo is het maar net. Ik zat op die bus omdat ik een rendez-vous had met de helmboswuivende baardaap San F. Yezerskiy. Niet veel later karde zijn grote rode auto naar Antwerpen. Ik mocht mee omdat ik was verjaard maar ook omdat ik een brave jongen ben. Ons reisdoel was Trix, het voormalige Hof Ter Loo, onze buit Peter Doherty. Wij zijn piraten, San en ik. Vrijbuiters, kapers, stoere bonken. In elk stadje een ander schatje.

Het was dan ook niet meer dan gepast dat eerste voorprogramma Alan Wass er zelf uitzag als een piraat. En als een Indiaan. En als een hippie. En als een mix tussen die drie. De man was groot en dronken. Hij had een akoestische gitaar en soms een mondharmonica. Hired Gun is het enige lied dat ik mij vandaag nog herinner maar het was wel een heel goed lied.

Tweede voorprogramma was Adam Ficek. Onder ingewijden ook bekend als de drummer van Babyshambles, het bèndje van Peter Doherty. Ons kent ons, incest thuis best. De man was nuchter en meer beschaafd dan Alan Wass. Hij beroerde echter de elektrische gitaar en helemaal geen mondharmonica. Zo kon het ook! Adam speelde een handvol aardige liedjes waarvan Words het enige is dat ik mij vandaag nog herinner.

Hierna steeg de spanning ten top. Zijn reputatie van no show is Peter Doherty tegenwoordig zo goed als kwijt. Toch wachtte het publiek knarsetandend op zijn verschijning. Op een bewijs van zijn bestaan en alzo een bewijs van hun bestaan. Ik was nieuwsgierig maar had weinig verwachtingen. Ik ken 's mans muziek grotendeels van de radio. Enkel de eerste van the Libertines staat in mijn rek te blinken en als ik daar vijf keer naar geluisterd heb, zal het veel zijn. De eeuwige junkieroddels was ik heel snel beu. Blijft over: San die Peter Doherty als een geduldige advocaat verdedigt. 't Is te zeggen: zijn muziek. Zijn spel, niet zijn knikkers.

En alras verscheen de man op het podium. Piet voor de vrienden, onthaald als de messias. Hij was groter dan ik had verwacht en was na Morrissey en Nick Cave de meest charismatische performer van het jaar. Zijn act was slordig, zijn nonchalance berekend en het publiek vrat het op als varkens met een lege maag. Maar het werkte wel. Qua liedjes zou ik Delivery als hoogtepunt willen bestempelen. Qua présence deelde de man sigaretten uit en Duvel. In ruil vroeg hij om een aansteker die hij kreeg. Hij rookte kauwgom en net toen het saai begon te worden kreeg hij ruggensteun van twee danseresjes. De dames sloegen als kut op Dirk bij de muziek maar het oog wil ook wat. Beiden waren gehuld in de Union Jack en verpersonaliseerden alzo dat Cool Britannia-ideaal waar we de laatste jaren ook niet meer zoveel van horen.

Het optreden was goed maar niet schitterend. Ik heb mij niet verveeld maar Peter heeft mij niet kunnen inlijven bij zijn Kerk. Hij is geen Judy Garland en ik geen Tony Hancock. San en ik ontvoerden een grietje en karden terug naar Leuven. Wat daar is gebeurd, zal enkel het nageslacht weten. What goes on in de Yezerskiymobiel stays in de Yezerskiymobiel.

Labels: ,

donderdag 26 november 2009

Gehandicapten & mongolen, ontaarden & gedegenereerden

Money$. Pecunia. Argentium. Duiten. Flappen. Dinero$. Dode pre$identen. Ze doen de wereld draaien en dat weet u. Toen Het Laat$te Uur rond Geld cirkelde $telde ik Gimme $ome Money van the Thame$men voor maar dat mocht niet van Koen Fillet wegen$ te ob$cuur. The Thame$men i$ een fictieve voorloper van het min$ten$ even fictieve $pinal Tap, vandaar. Eigenlijk had ik C.R.E.AM. van Wu-Tang Clan moeten kiezen en dat weet u.

Gi$terdag heb ik de voor$telling Inve$tment van Davi$ Freeman gezien in - kijk een$ aan lang geleden - de $oetezaal van het $tuk. De web$ite van het $tuk wi$t niet goed hoe Inve$tment te labelen. Dan$, theater en reclame pa$$eren de revue. Ik zou daar graag de pa$$e-partoutterm cabaret overheen plakken.

Iedereen kreeg bij het binnenkomen een Euro Million$biljet. Mijn cijfer$ zijn: 01, 02, 06, 25, 38 en 45. Mijn re$ervecijfer$ (ofzo) zijn 02 en 06. De trekking i$ vrijdag. Zaterdag ben ik multimiljonair. Althan$ dat i$ het uitgang$punt van Inve$tment. De bijkomende vraag i$ uiteraard: wat te doen met al die poen?

Op die vraag antwoordt Inve$tment moreel zonder ergen$ morali$ti$ch te worden. Goede doelen worden voorge$teld. Boompje$ redden, arme kindje$ voeden. Inve$teringen worden voorge$teld. FN Her$tal $chijnt echt booming bu$ine$$ te doen dezer dagen. Of we kunnen inve$teren in dan$ en toneel. Waarop uit een mogelijke dan$voor$telling en uit een mogelijk toneel$tuk een kwartier worden gelicht.

Inve$tment
bedreef de $atire zonder dat dit al te duidelijk wa$ en dat i$ heel, heel moeilijk. Ik wa$ dan ook heel, heel erg onder de indruk. Al$ ik Euro Million$ win, laat ik wel iet$ weten. Money$. Pecunia. Argentium. Duiten. Flappen. Dinero$. Dode pre$identen. Ze doen de wereld draaien en dat weet u.

Labels: ,

woensdag 25 november 2009

Alligator purple sperm blues

Twee mannen ontmoeten elkaar. Ze spreken naast elkaar door. Ze leven naast elkaar door. Het ene noemen we communicatie. Het andere vriendschap. Beide concepten staan op het randje van het bankroet. Dat was toch wat ik heb onthouden van het toneelstuk En zo werd het toch nog gezellig van Lazarus maandag in de Soetezaal van het Stuk.

Gunther Lesage is Remy, een acteur die zich destijds door een rugletsel heeft moeten beperken tot het regisseren van toneel. Hij is slecht gekleed, klungel- en slungelachtig en draagt saaie bruine schoenen. Joris Van den Brande is Jonas, een acteur die destijds door Remy is ontdekt. Hij is vol van zichzelf, hip en flashy en hij draagt blitse leren laarzen. Jonas is van het toneel opgeklommen tot filmacteur, tot superstar dj en tot uitgebluste celeb.

Het eerste uur van het stuk kon me niet boeien maar het laatste half uur was ijzersterk. Een beetje zoals aflevering The Germans van Fawlty Towers eerst een kwartier lang nauwelijks grappig is en daarna ontploft. Ik zal u een uitleg besparen, lieve lezer, over hoe En zo werd het toch nog gezellig de banaliteit van menselijke relaties en van het theaterwereldje aan het kruis nagelt. Daardoor eindigt deze recensie eigenlijk hier al.

Qua postscriptum wil ik daar aan toevoegen dat u blij mag zijn dat ik dit stukje niet ben begonnen met een citaat uit Vriendschap van Het Goede Doel. Vriendschap, dat ik heb leren kennen in de versie van Mama's Jasje. Mama's Jasje die ik heb zien optreden in een tent op een voetbalplein in Hechtel-Eksel.

Misschien wel de allesbepalende avond van mijn leven. Het scharnierpunt tussen de opkomst en de afgang van Geert Simonis. De botsing tussen optimisme en pessimisme. Het moment dat ik besefte dat alles in orde zou komen. Het moment dat ik inzag dat niets in orde zou komen.

Al bij al was En zo werd het toch nog gezellig volgens een minderjarig meisje "een beke bizar maar wel goe enzo."

Labels: , , ,

zondag 22 november 2009

If geert simonis were a gunslinger, there'd be a whole lot of dead copycats

Een wijs man die verder anoniem zal blijven, heeft ooit gesteld dat praten over muziek is als dansen over architectuur. Heden voeg ik daar graag aan toe dat schrijven over muziek is als tapdansen over binnenhuisachitectuur. Zelden ben ik mij bewuster geweest van de beperkingen van mijn woordenschat, mijn metaforen en mijn flamboyante pen dan vrijdagnacht na het optreden van Tortoise in 't Stuk.
Ik was best wel benieuwd naar de primus inter pares van het legioen postrockbandjes. Hun passage in het Depot drie jaar terug heb ik gemist wegens andere verplichtingen. Ook op Pukkelpop moest Tortoise het zonder mij doen. Dappere kerels, dat dan weer wel. Die andere dappere kerel, GW, stond naast me fueled op wodka, rum en bruiswater.
De vijf heren van Tortoise betraden het podium met hun ego’s in de uitstand. Als afgetrainde klassebakken hielden ze constant oogcontact en gaven elkaar alle kans te geven de muziek te laten shinen. Alles draaide om het spel, niets om de knikkers. Tortoise is meer dan het kwadraat van de som der delen. Dit was epische muziek met een hoge emotionele geladenheid die nergens – maar! dan! ook! nergens! - bombastisch werd.
Nummers waren langer uitgespannen dan een uiteenzetting van mij over de Internationale Joodse Samenzwering. Alzo kregen ze alle tijd om zich te ontwikkelen. Om te groeien en te bloeien of net te krimpen en weg te deemsteren. Twee à drie gedaanteverwisselingen, facelifts en pimpmomenten per liedje waren geen uitzondering. Tortoise speelde een dik uur en biste een kwartier, maar nog was de zaal niet tevreden. Een tweede bisronde werd luidruchtig afgedwongen. Ik heb in totaal meer dan anderhalf uur staan dansen. Nu ja, u weet wel.
Voor dit soort optredens is het woord triomftocht bedacht. Fuck yeah!
Voorprogramma iCu speelde wat akoestische bas en loopte zichzelf de eeuwingheid in. Voor dit soort optredens is het woord gefröbel bedacht. Aan het einde slaagde hij er wel in te klinken als een snel oprukkend onweer.
De rest van de avond zijn uw zaken niet, mama's-kindje!

Labels: ,

zaterdag 21 november 2009

Ge moet een beetje sociaal zijn, mijnen beste

Wat ik vertel als ik vertel over donderdag.

I
Dat ik op de zolder van het rectoraat ben geweest. Gewoon minding my own business.

II
Dat ik dictees heb verbeterd op Groot Dictee der Leuvense Studenten in de Aula Pieter De Somer. Dat er diep in mij een leerkracht zit.

III
Dat Leuvense studenten niet kunnen spellen. De mooiste fout aller tijden was iemand die blode groen had gepend als bleau-de-groen. Iemand anders liet kritisch beginnen met een C.

IV
Dat ter verdediging van de Leuvense student gezegd moet worden dat het dictee hondsmoeilijk was. Ik kon niet eens de titel juist schrijven. Ik struikelde over mama's-kindje. Wist ik veel? Ik ken enkel fils à papa.

V
Dat Nele Van de Broeck het dictee opluisterde met liedjes. Zelf was ik op dat moment druk aan het verbeteren. Ik heb enkel Loser's Twist meegepikt. 't Is dat ik het woord lijflied haat anders zou ik het hier placeren.

VI
Dat ik op voorhand wel een leuk, vrienschappelijk babbeltje had geslagen met Nele en dat er heel veel seksuele spanning in de lucht hing. Al kunnen het ook verdampte okselvijvers geweest zijn.

Labels: , ,

vrijdag 20 november 2009

Word wakker & lees mijn felicitaties

Buiten het bereik van de scherpe kiezen van de bloedhonden van de staatsveiligheid verborg ik mij afgelopen weekend in een betonnen bunker op het schiereiland waar Mokkel tegenwoordig hof houdt en waar ik haar het hof heb gemaakt en tussen eindeloze stromen koffie door vergaapten wij ons als mongoloïde toeristen aan Cadillac Records van Darnell Martin en sindsdsien spookt de blues door mijn kop als de doodsreutel van een afgeleefd paard en zelfs nu ik Mokkels bunker en Mokkels schiereiland achter mij heb gelaten als een lege chocoladewikkel en ben weergekeerd naar het Vaderland raak ik die doodsreutel maar niet kwijt want het afgeleefde paard volgt mij achtervolgt mij achterhaalt mij vierentwintig keer per dag zestig keer per uur zestig keer per minuut en dat is de enige echte reden waarom ik woensdagavond met de bereden infanterie op mijn hielen het Stuk betrad waar het befaamde balorkest Briskey ten dans speelde voor de ronddolende en uitgebluste jongeren van het grijze grauwe donkerblauwe Louvain en Briskey deed dat met jazz en met elektronica en met grooves maar zonder blues maar dat is niet erg want de ware en oprechte existentiële blues waakt altijd en waakt overal dus ook bij dit optreden van Briskey dat klonk als Buscemi voor schimmen die niet van dansen houden die dansen haten die niet kunnen dansen die niet willen dansen op een soundtrack voor de James Bondfilm waarin uiteindelijk eindelijk onthuld wordt dat Miss Moneypenny al die jaren voor de KGB heeft gewerkt als een laffe dubbelspionne op het randje van het gevaar die daarmee een aardige datsja op het platteland heeft verdiend en uit de aftiteling van die prent op dat bevlekte witte doek zal blijken dat die soundtrack gecomponeerd is door Gert Keunen het hart van Briskey en de ziel van Briskey en het brein van Briskey maar bovenal de dirigent van Briskey waardoor hij als een kleine fijne Jef Stalin de andere muzikanten bij de les hield van het drumstertje Isolde tot het beeldige zangeresje met het rode jurkje met de rode schoentjes met de rode stem die kon slaan als Bianca Castafiore die dag dat haar juwelen waren gestolen door zigeuners, Joden en vrijmetselaars en die kon zalven als Billie Holiday op tweede kerstdag met warme chocolademelk en mistletoe en The Sound Of Music en met al die gedachten in mijn arme kop tegen elkaar op botsend in een wervelwind van blues en herfst en verdwaling verliet ik het Stuk om elders te gaan pokeren in de naam van de Heer en eens ik een full house had gescoord was het slechts een kwestie van tijd voor de scherpe kiezen van de bloedhonden van de staatsveiligheid mijn linkerknie om zeep hielpen want de zomer was voorbij en ik was tegen alle verwachtingen in een man geworden die dit alles van zich afzette in de schaduw van een volk dat twijfelt aan de blues de hele blues en niets dan de blues.

Labels: , , , ,

donderdag 19 november 2009

Lasagna lasanja lasanje lasagne

In Area 51 spelen marsmannetjes Texas hold ‘em poker met luchtmachtofficieren. De kelders van het Vaticaan bevatten documenten die wij niet mogen lezen. Martin Bormann zit alive and kicking in een Argentijnse tangokroeg. De Rechtvaardige Rechters hangen bij uw grootoudjes in de living. Ja, voor een goede complottheorie val ik altijd wel te porren.

Mayerling is een Oostenrijks jachtslot ten zuidwesten van Wenen waar in 1889 kroonprins Rudolf overleed samen met zijn minnares Marie von Vetsera. Rudolf, duivel-doet-al, dandy en druggebruiker in één handzame verpakking, was de enige zoon van keizer Frans Jozef en zijn echtgenote Sissi, bekend bij bakvissen van alle leeftijden. Rudolfs overlijden was verdacht. Overdosis? Ongeluk? Moord? Zelfmoord? Voer voor een complottheorie, quoi?

Daarrond heeft het Brusselse toneelgezelschap De Parade dinsdag een aardig boompje opgezet aan de Molens van Orshoven. Het betrof het vierde en laatste luik van een reeks rond de kleine kantjes van de eens zo fiere Habsburgse dynastie. Rudy Meulemans had de tekst geleverd, Hilde Wils stond in voor de regie.

Mayerling
behelst in feite drie stukken. Drie monologen die in de loop van het stuk naar elkaar toe groeien maar uiteindelijk langs elkaar heen scheren zonder daadwerkelijk te raken. De eerste monoloog is de hoofdlijn en mag dan ook de titel aanleveren. Een journalist anno nu krijgt nieuwe informatie die – misschien, mogelijk, eventueel, hopelijk – de raadselachtige dood van Rudolf en Marie kan helpen ontrafelen. Elke pas dichter bij de waarheid is echter een stap weg van zijn echtgenote die langzaam ten onder gaat aan kanker.

Deze lijn wordt geëchood in de tweede monoloog waarin een wetenschapper reflecteert over het leven en de werken van Charles Darwin. Hier is het de dood van ’s mans dochter die parallel loopt met het voltooien van de reusachtige legpuzzel van de evolutieleer. Naar het exacte verband tussen het verhaal van de journalist en dat van de wetenschapper tast ik in het duister.De derde monoloog brengt daar helaas geen opheldering in. Een kunsthistoricus lult wat in het ijle over het verchil tussen de Londen se National Gallery en het Weense Kunsthistorisches Museum, over paradigmashiften, over de rol van de dood en God in kunst.

De drie monologen vormden zowel de sterke kant als de zwakke plek van Mayerling. De afwisseling hield het tempo hoog en de vraag naar het verband tussen de drie verhalen liet de aandacht nooit verzwakken. Tegelijkertijd ging het discours van de wetenschapper mijn petje te boven. Mijn gezelschapsdame had een soortgelijke ervaring met de vertelseltjes van de kunsthistoricus. Afhankelijk van de persoonlijke interesse zal elke kijker wel ergens een serieus dipje ontwaren.

Het spel was sober zodat de tekst alle ruimte kreeg en door de intimiteit van de zaal volop tot zijn recht kwam. Het einde van Mayerling zal ik niet verklappen maar het liet me achter met veel vraagtekens en een onbevredigd gevoel. Net als het echte leven!

Labels: ,

woensdag 18 november 2009

Natural flavour handmade today

"Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën," aldus Paulus in zijn eerste brief aan de christenen van Thessaloniki. Paulus zoop er ook niet naast. Het toeval wil dat Mokkel dit semester studeert in Thessaloniki en dat ik van afgelopen donderdag tot afgelopen maandag op bezoek was. Ik ga u niet lastigvallen met honderd details, lieve lezer, maar met zeventien flarden.
(Als soundtrack raad ik In The City van the Jam aan.)

Actueler dan de krant (donderdag)
I
De man naast me op het vliegtuig leest La Bourse Pour Les Nuls. Als ik terugkeer, zit hij waarschijnlijk in eerste klasse.
II
Studentenhaard, de lokale Alma, is gratis. Er zijn maar twee menus en je kan geen frieten bijhalen. De omelet is best te eten, de spaghetti crap, de macaroni valt mee. Overal komt a side dish van witte kool bij. Iemand laat zijn plateau vallen. Heel de zaal applaudiseert.
III
Els had mij The Notebook meegegeven met de garantie dat die nookie zou opleveren. Ik twijfel nooit meer aan haar.

Vleugeltjes om bestwil (vrijdag)
IV
Het Belgisch consulaat is ook het Braziliaans consulaat. Twee fiere naties onder één dak.
V
In het Letterengebouw hangt een hoog Mei '68-sfeertje. In het cafetaria serveren ze ijskoffie die niet te zuipen valt.
VI
Mokkel en ik kijken Lebenszeichen van Werner Herzog op het Filmfestival van Thessaloniki. Ik verwacht constant bekenden tegen te komen tot ik besef dat arty fary Griekenland iets anders is dan het arty farty thuisfront.

Bass, the final frontier (zaterdag)
VII
Grieken zijn kleine mensen. Als ik onder de douche sta, komt mijn hoofd zonder te proberen tegen het plafond.
VIII
Een YouTubefilmpje van Maarten Inghels bekijken: thuis zou ik het nooit durven maar in Thessaloniki doe ik het alsof het niks kost.
IX
De Witte Toren is een museum over de stad. Ik leer op heel korte tijd veel bij en vergeet het allemaal voor we weer buiten staan. Behalve dan dat de eerste filmvoorstelling in Thessaloniki in 1897 was.
X
Mokkel belooft mij een zoo met lokale dieren. Ik verwacht centauren, saters, hydras en een minotaurus. Ik krijg zielige beertjes en verveelde wolfjes. Teleurstelling.
XI
In het winkeltje waar Mokkel haar brood koopt, versta ik mijn eerste woord Grieks. Het is "kalinichta" en Bassie en Adriaan are always on my mind.

Stegosaurus krulspeld (zondag)
XII
Bezoek aan een klooster op een berg in Meteora met kotgenoten van Mokkel. Ik ben er al geweest op Griekenlandreis in het laatste middelbaar maar dat besef ik pas ter plekke. Het laatste middelbaar is lang geleden.
XIII
Bezoek aan bergklooster betekent vroeg opstaan. Om zes uur zelfs. Ik maak een denkfout tussen Griekse en Belgische tijd en mijn GSM wekkert en mekkert om vijf uur.
XIV
Ik overweeg een Starbuckskoffie te drinken. Ik voel me een morele prostituee. De Starbucks is gesloten.
XV
De omroeper in het busstation van Trikala heeft de meest onaangename stem aller tijden. En plus versta ik geen lettergreep van zijn gebazel.
XVI
Op de bus terug blijkt dat we naast tickets ook een reservatie nodig hebben. Die hebben we niet ergo geen zitplaatsen. We mogen op de grond zitten. In een echt land zou dat geen optie zijn. Alzo staar ik drie kwartier naar het kruis van een Griek in een trainingsbroek.

A brief history of violence (maandag)
XVII
Op de luchthaven van Wenen spot ik een echte Tiroler terwijl Ayo Technology in de versie van Milow door de boxen schalt. Als ze mijn leven ooit verfilmen, hoop ik dat dit geen sleutelscène wordt.

Tot zover deze lezing uit de heilige schrift.

Labels: , , ,

dinsdag 17 november 2009

Het vasteland & het wasteland

Ik heb net bloed gegeven dus vergeef me als dit geen steek houdt.

Mijn grootmoeder langs vaders kant heb ik nooit gekend. Ik ben een kind van de jaren tachtig, zij een slachtoffer van de jaren zeventig. In het huis waar ik mijn grootvader altijd heb weten wonen, heeft zij nooit geleefd. Er huist nu een gezin van vreemde origine. Volgens professor Rötelflöt kopen we er weldra onze kebabs.

In mijn grootouderlijk huis langs moeders kant kom ik nog regelmatig. Een huis uit een andere tijd. Een boomgaard en een stal. Een buitentoilet en een buitenpissijn. In de living geen CD-speler maar een LP-speler. Die staat in een meubel dat ook een stapel LP's herbergt uit de tijd van toen. LP's van mijn nonkels. Een daarvan is Live Stiffs.

Stiff Records was een Londense independent uit de volle punktijd. Ian Dury en Elvis Costello debuteerden er. Op een gegeven ogenblik stuurde Stiff zijn artiesten tezamen de baan op om het Verenigd Koninkrijk te veroveren. Live Stiffs is de neerslag van die tour. Hoogtepunt van de plaat en van elke show was een gezamenlijke versie van Sex & Drugs & Rock & Roll toepasselijk hertiteld tot Sex & Drugs & Rock & Roll & Chaos. Een meer obscuur lid van de Stiffstal was Wreckless Eric. Hij is present op Live Stiffs maar ik zou uit het hoofd geen nummer van de man kunnen noemen.

Door een simpele wending van het lot stond Wreckless Eric vorige woensdag in het Depot. Samen met zijn vrouw Amy Rigby deed hij het voorprogramma van Yo La Tengo. Het was aandoenlijk om twee oude mensen simpelweg gelukkig te zien wezen op een podium. Gewoon met zijn tweetjes en een handvol liedjes. Gitaren vooral, beetje bas, beetje piano, occasioneel beatje uit de laptop. Als ik vierenzestig ben, hoop ik net zo cool te zijn als Wrecless Eric. Fuck dat, ik hoop volgende week donderdag zo cool te zijn als Wreckless Eric. Ik vrees dat het er niet in zit. Ik weet dat het er niet in zit.

Met Yo La Tengo stond er ook al een echtpaar op het podium. Het Depot leek wel een parenclub, verdomme. Net dan staat GSS er met GW als twee lulletjes rozenwater. Husband Ira Kaplan en wife Georgia Hubley werden zoals wel vaker het laatste anderhalve decennium bijgestaan door lone ranger James McNew.

Nu is Yo La Tengo één van die groepen die ik ken van naam maar niet van muziek. In de warrige archiefkast van mijn hoofd staan ze gerangschikt onder de V van Velvet Undergroundachtig. Aan de hand van dit optreden zou ik inschatten dat het lang geen slechte rangschikking is. Het was noisy zoals Sister Ray dat is. Het was verstild mooi zoals Pale Blue Eyes dat is. het was een shot onversneden rock & roll zoals euhm Rock & Roll dat is.

Ik vond het een goed optreden maar niet super. Toch kan ik me perfect inbeelden dat het voor de fans geweldig was. Yo La Tengo heeft bijna twee uur gespeeld maar door de vele stilistische bochten en instrumentenwissels bleef het wel boeien. Enkel het derde half uur had gedecimeerd mogen worden. Hoogtepunten waren een razend funky Periodically Double Or Triple, noisejam I Heard You Looking als setafsluiter en eerste bis Dizzy, een cover van Tommy Roe met Wreckless Eric en Amy Rigby op zang.

Nu ga ik even rusten. Na dat bloedgeven voel ik me zwakjes.

Labels: , , ,

maandag 9 november 2009

Funk is dood

Gisterdag heb ik mijn innerlijke smeerlap laten bloeien als nooit tevoren op Jazz Op Zondag te Stuk, dat is mijn favoriete Stukdag op Mariachi Op Maandag na en het Dr. Dree Quintet heerste een klein beetje want de vijf speelden toeterjazz uit de tijd dat freejazz slechts een boze koortsdroom was en naast een streepje Miles Davis werden vooral veel G-funk classics verhaspeld met resultaten die er mochten zijn maar tussen de bedrijven door smeedde ik plannen om een kanarie uit Duffel af te maken met een Hollander, een dandy en een wielerfanaat terwijl ik me afvroeg: is dit nu mijn leven, echt mijn leven?

Labels: , , ,

zaterdag 7 november 2009

Hij heeft een washandje gedaan

"Blijkbaar hebben we allemaal in ons hoofd een romancier wonen: hij heet Geheugen en blijft voortdurend het verhaal herschrijven dat wij 'Mijn leven' noemen," aldus historicus Timothy Garton Ash in de Humo van deze week. De afgelopen hoofdstukken van dat verhaal doorbladeren is zelden een goed idee. Oude stamcafés bezoeken kan serieus tegenvallen. Ex-lieven nachecken op Facebook is gewoon zielig. Muzikale jeugdliefdes kunnen teleurstellen. Daar wil ik het heden over hebben.
Popmuziek volgt een grillig parcours. Alsof een epilepticus in het donker een pad heeft uitgetekend waar iedereen van afwijkt. In dat kader kan ik u ten zeerste het aardige boekwerkje Grijsgedraaid - Liedjes En Lijstjes Uit De Popgeschiedenis van Leo Blokhuis aanraden. Daarin volgt de man - Nederlands popgeweten in bange tijden - bekende songs door een doolhof van covers, bewerkingen en plagiaatzaken. Over een dergelijk parcours wil ik het heden hebben.
De zomer van 2003 heb ik gebukt onder een tweede zit Pukkelpop aan mij voorbij moeten laten gaan. Ik heb er wel enkele zeldzame fragmenten van opgepikt via Studio Brussel. Zo herinner ik mij opeens Spooks die een flard Rapper's Delight door hun Karma Hotel mixten. Verder was er de toen nog onbekende Damien Rice die solo aantrad en een eigen nummer liet overgaan in Creep van Radiohead. Begin 2004 parkeerde diezelfde Damien Rice zijn tourbus voor de AB en ik was zo paraat als Adriaan Van den Hoof bij een aidstest.
De aftershow in de club was toen Absynthe Minded van wie ik de eerste CD pas had. Wat wil zeggen dat ze vers van de Rock Rally kwamen. Ik ben op die aftershow niet meer binnengeraakt. Zo gaat dat met aftershows in de club van de AB. Ik was hart-stik-ke zot van die eerste CD van Absynthe Minded. Zo zot dat ik mijn vriend Peter C. aanstak en die op zijn beurt zijn moeder besmette. Met Peter C. heb ik Absynthe Minded later gezien in de AB bij de Rock Rally On Tour-karavaan samen met Milow, the Van Jets en twee andere finalisten die mij nu ontgaan. Die hoogstwaarschijnlijk zijn verdwenen in de nevelen van de tijd.
De tweede CD van Absynthe Minded volgde snel, al te snel en was te lang om deftig te doorgronden, de derde heb ik aan mij voorbij laten gaan. Ik heb het gezelschap nog eens gezien in de AB als voorprogramma van Zornik met de Dag van de Student en ook een keer in De Ploter in Ternat Rock City. Toen werd het stil tussen Absynthe Minded en mij. Tot een paar weken geleden hun vierde CD bij de Humo zat. Absynthe Minded stond gisterdag in het Depot. Ik ben gegaan met San F. Yezerskiy, jongens onder elkaar: u kent dat wel.
The Nursery Rhyme mocht de zaal opwarmen. Ik hoorde brave folkpop die mij aan Keane deed denken ook al ken ik niets van Keane. De frontman leurde te nadrukkelijk met hun EP en dat vergrootte de afkeer enkel. De violiste in de rode jurk was bloedmooi maar ze negeerde mij toen naar haar had gezwaaid. The Nursery Rhyme: gebuisd.
Naar Absynthe Minded had ik heel erg uitgekeken. Jeugdliefde, quoi? Het is dan ook met spijt in het hart dat ik nu wereldwijd bekend maak dat dit een slecht optreden was. Er werd afgetrapt met een half uur ballads en downtempo materiaal. Het kabbelde eindeloos voort en bleef maar aanslepen. Daarna mocht er wat meer gerockt worden maar het klonk allemaal verschrikkelijk middle of the road en onbezield.
De bassist amuseerde zich duidelijk en de violist soms. De drie overige leden deden hun werk met hetzelfde gebrek aan enthousiasme als wij allemaal. In het nummer Moodswing Baby van hun laatste plaat citeert zanger Bert Ostyn the late, great Duke Ellington: "It don't mean a thing if it ain't got that swing." Dit optreden swong minder dan een geamputeerde kankertiet. En dat op mijn verjaardag: een vernedering bovenop de teleurstelling!
Ik heb heil gezocht op een TD van Babylon in de Albatros. Ik heb heil gevonden op die TD van Babylon in de Albatros. Een onbekend grietje genaamd Jil kwam mij vertellen dat ze had gehoord dat ik heel goed kon schrijven. Ik zei haar dat dat zo was. Een iets meer bekend grietje genaamd Betse kwam mij vertellen dat ze mij hilarisch vond. Ik zei haar dat ik dat wist. Daarop vond Betse mij arrogant. Met de wijven niks als last!
Toen ik omstreeks vijf uur huiswaarts sloop, zong ik in mezelf Friday Night Saturday Morning van the Specials. De wildvreemde man die naast me strompelde, vertelde dat hij drie uur later alweer op moest. It's a hard knock life.

Labels: , , , ,

zondag 1 november 2009

The fat lady is on in five

Ik heeft boekjes gelezen in oktober!
Ik heeft fimmeltjes gezien in oktober! Ondermeer in het arty farty bastion Cinema Zed!
Ik heeft de neger van de maand gezien in oktober! Dave Okumu van the Invisible met name! Gefeliciteerd, Dave!
Laat ik dit gezever besluiten met een paar wijze woorden uit het oeuvre van de apostel Dré Steemans alias Felice: "Mijn piemeltje werd precies wel wat harder, maar wat bij Alexander aan het gebeuren was, had ik nog nooit gezien. Alexander trok zijn buik in. Zijn adem stokte. Heel even leek het alsof zijn lichaam verstijfde en al kreunend en in kleine schokjes vlogen er witte vlokjes uit zijn piemel. Twee of drie keren na elkaar. Er kleefden zelfs wat druppels aan zijn hand."
Ik zou het zelf niet beter kunnen zeggen, Dré.

Labels: , , ,