zondag 30 mei 2010

Wil mijn vijand voor

Ooit kreeg ik een lift van Limburg naar Leuven. Een propvolle stationwagen met mijn broer en vrienden van hem. Zij gingen uit in de Seven Oaks, ik had de dag nadien examen. De man in de koffer vroeg mij wat ik studeerde. "Geschiedenis," antwoordde ik zonder te liegen. "Da's zo van vroeger?"' luidde de reactie. Vroeger heb ik menige poging om vrienden te blijven met een ex-lief vakkundig de nek omgedraaid met diverse door en door dronken daden. Het beeld dat daarvan is blijven hangen, is hoe ik bezopen danste in de ruïne van mijn leven. Tegenwoordig tracht ik de huizen die ik veranderde in walmende puinhopen te herbouwen. Daarnaast probeer ik geen nieuwe kraters te slaan. Het falen van beide pogingen noem ik mijn leven.

Daarover zal ik schrijven in mijn weldra te verschijnen mémoires Heusden, we have a problem. Ik kan nu al verklappen dat het geen dik boek wordt. Eerder een dun uitgevallen pamfletje. Een pagina of zestien max. Dat zijn maar vier vellen papier. Hoogstwaarschijnlijk gerecycleerde brol. Volgens de normen van de UNESCO is dat niet eens een boek. Niemand zal het lezen. Wie het doorbladert, vergeet het meteen. Dat is misschien nog het meest tragische element van mijn dagen. De ziekelijke pretentie tot iets memorabels in staat te zijn. Ik ben geen generaal Custer. Ik ben geen Crazy Horse. Ik ben geen Winnetou. Hell, Winnetou is een fictiefiguur en hij heeft meer memorabele shit uitgestoken dan ik. Ik zal sterven en gecremeerd worden. Mijn as zal verstrooid worden op een braakliggend veld. Het veld zal omgeploegd worden, mijn as vermengd met de aarde en verteerd door een worm. Die worm zal met een riek doorboord worden en daarna als twee wormen door het leven kruipen. Memorabel? Fuck nee.

Tegen beter weten in blijf ik zoeken naar iets dat betekenis geeft aan alles. Het liefst van al een drie minuten durende ongehavende rock & roll-song die nergens meer te vinden is. U weet: ik houd zielsveel van The Letter van the Box Tops maar The Letter is dàt lied niet. Ik heb gisterenmiddag naar Pavement geluisterd en de rest van de dag Shady Lane geneuried maar Shady Lane is niet dàt lied. Daarna heb ik naar Illmatic van Nas geluisterd en Represent is een aardig nummer maar het is niet dàt lied. Ik schaakte met Big Nasty J. in Pangaea. Solitary Man van Neil Diamond werd er gedraaid in de versie van Johnny Cash. Een heerlijke cover maar niet dàt lied. We zagen een man met blauwe jeans bitch pants, sandalen gelukkig zonder sokken, een wit hemd met korte mouwen en een gruwelijk fout geknoopte zwarte das. De posterboy van het nihilisme. 's Avonds ging ik naar The Ghost Writer van Roman Polanski in het arty farty bastion Cinema Zed. Achteraf passeerde ik even op het Wereldfeest waar the Heptones van jetje gaven. Na een kwartier was ik het beu en ben ik weggegaan. Ik hoop dat the Heptones dàt lied nooit hebben geschreven, gezongen of gespeeld want dan heb ik wederom geflaterd.

Ik zag twee oudere heren in korte broeken met dikke knieën hand in hand voor de Key West staan en hoopte dat zij gelukkig zijn. Voor ik ging slapen, las ik De Hoed Van Geeraard De Duivel van Nero. Aan het einde mijmert die eigenste Nero: "Alles heeft een eind, behalve een worstje, dat heeft er twee." Deze van twee potten tegelijk gerukte portie proza is duidelijk geen worstje.

Labels: , , , , ,