zondag 25 juli 2010

Er zijn verhalen over vaders die van verdriet niet meer kunnen spreken

Weet gij wat er gebeurt als ge een vinylplaat in de zon laat liggen?
Het vinyl begint krap te zitten in de volmaaktheid van de schijf. Benauwd. Verkrampt. Een vrouw op het punt te bevallen. De plaat wil zich languit op de sofa draperen. Rusten in zuurstof. Ademen in stilte. Verlangen naar de derde dimensie. De zwarte cirkel bolt omhoog. Langzaam als een aarzelende erectie. Een slak die bergop klimt. De piste ontspoort. De naald verdwaalt. De muziek wordt nooit meer onthuld. Prijsgegeven. Geopenbaard.
Het overkwam mij met de self titled eersteling van Vaya Con Dios. Mijn Brussels kot, het schuine dakraam. De platenspeler van mijn moeder, de plaat van mijn daddy. Ik heb hem nooit durven zeggen wat er gebeurd is ook al zou hij het niet erg gevonden hebben. Daddy luistert al lang niet meer naar lp's. Daddy luistert zelfs niet meer naar cd's. Daddy luistert naar zijn iPod en naar Klara op de auotradio. Vaya Con Dios woont in geen van beide.
Vaya Con Dios woonde vrijdag wel op de Oude Markt van Leuven. Ik daarheen met Mokkel en haar vriendinnen en met Sander tot die ging lopen. Ik had het hardnekkige idee dat ik iets goed moest maken tegenover Dani. Haar naam is Klein, haar daden benne groot. Schuldgevoel hoort bij de Beleuvenissen. Het kan ook de buzz van drie Duvels en een pizza twaalf volt geweest zijn.
In mijn hoofd maakt Vaya muziek voor een tuberculoze schilder die in een onderkomen Parijs' café goedkope witte wijn drinkt omdat hij die dag geen geld heeft voor absint. Mijn hoofd kreeg enkel gelijk in de laatste bis Nah Neh Nah. Al wat daarvoor kwam was nooit erg goed maar niet altijd slecht. Braafjes, mak, gedwee, saai. Don't Cry For Louie was geen kroegentango maar gesneden brood voor Helmut Lotti Goes Paris. Om de haverklap moest er iemand soleren wat de algehele spankracht dynamiteerde. In de bindteksten toonde Dani de ware clichés: "Alles oké? En ginder ook? Ik hoor jullie niet!"
Toch heb ik mij niet verveeld. Ik heb gedanst al zegt de badge die Ine Benzine uit Londen meebracht dat ik dat niet kan. Ik heb gekeken en vergeleken en er is heel wat jongenszaad gemorst. Een aarzelende erectie. Een slak die bergop klimt. Tegen de morgen zag mijne sjarel eruit alsof duizend wespen er zich kostelijk mee geamuseerd hadden. Ik herkende mijne kameraad niet meer. Hij was duidelijk geïrriteerd en hoe meer ik eraan krabde, hoe erger het werd. Ik had elephantitis, een olifantenpiet.
Heel misschien heb ik achteraf gezien de juiste lp om zeep geholpen.

Labels: , , , , ,