maandag 18 oktober 2010

Wat voor een smeerlap moet ge zijn om een dikke vrouw hoop te geven?

Ik woon in een gevaarlijke buurt. Zaterdag slofte ik naar huis, een dronkaard waggelde voor mij uit. Vijf meter voor mijn deur kwam hij ten val. Half op het voetpad, half op de straat. Hij kon niet op eigen krachten rechtstaan. In dubio over de etiquette belde ik de 100. Daar verbonden ze mij door met de 101. Daar verbonden ze mij door met de Leuvense flikken. Een combi kwam, de dronkaard werd ingeladen, ik ging slapen.

Zonet trof ik voor mijn deur de resten van een ongeval. Een jongen, een dame. Zijn scooter, haar wagen. Papieren voor de verzekering. Een zakdoek tegen zijn bloedneus. Haar smos opengevallen op de passagierszetel. Overal wortel. Ik belde niemand en stapte een broodjeszaak binnen. Twee minuten later stond ik buiten met een ontmaagde klantenkaart en een kleine triplex. Philadelphia, ham, kipfilet, augurk, ui, sla, mayo. Mijn cholesterol klimt als een raket aangedreven door edelgas en volgende week ben ik dood. Ik woon in een gevaarlijke buurt.

Labels: , ,