maandag 8 november 2010

It doesn't matter if it's war or football

Al boen je mij tot ik glim, al geef je mij een nieuw pak en nieuwe schoenen, ik zal nooit worden als James Dean.

Als een meisje naar mijn naam vraagt, mompel ik terug dat ze mij mag noemen hoe ze wil. Dat ik wel zal luisteren. Als een jongen naar mijn naam vraagt, zal ik antwoorden dat ik Geert heet maar dat hij Geert mag zeggen.

Die alfa en omega bieden speelveld genoeg aan de voetbalploeg menselijk wrakhout waar ik mee om pleeg te gaan. Geert. Geertje. Meneer Geert. Lieve Geert. Geweldige Geert. Goedmoedige Geert. Hooggeachte meneer Simonis. Zouden die laatste vier pottenstampers mij wel echt kennen?

Anderen gaan een stapje verder en negeren vrolijk mijn namen als ze een label aan mijn voorhoofd plakken. Geachte redactiesecretaris. Beste redsec. Jongeheer. Man. Zoon. Neef. Lekkere beer. Schatje. Pamfletverspreider. Oproerkraaier.

Gisterdag meldde een cheerleader mij dat mijn schrijfsels - het woord pennenvruchten rot weg in een met napalm ontboste boomgaard - haar eraan herinneren dat lyrisch schrijven bestaat. Waar haalt ze het?

Als je alle meningen over en benamingen voor mij afpakt van de mensen en ze opstelt in een cirkel, zou de ware ik dan op de middenstip staan om met een bal die rond is de aftrap te geven voor een match die negentig minuten duurt?

Labels:

1 Comments:

Blogger Alexander said...

Goed geschreven, Simo. Op een dag staan wij samen aan het sportkot een balletje te trappen. Waarom niet eigenlijk? 't Is vlakbij en we hebben tijd. En op de redactie is er een bal, nietwaar?

november 09, 2010 3:06 p.m.  

Een reactie posten

Links to this post:

Een link maken

<< Home