woensdag 31 maart 2010

Haar oergeest maar

(Maandag ging ik naar het Babylontoneel in het kader van Interfacultair Theaterfestival en wel om twee redenen. Primo: Sander Yezerskiy zijn Joke Schauvliege Challenge loopt nog steeds. Secundo: "Laat een racist geen asielcentrum openhouden, laat Geert Janssen geen studentenactiviteiten recenseren," riep Felix van de VTK Revue en gewoon om hem te kloten zou ik het Babylontoneel recenseren voor het veelgelezen Leuvense studentenblad Veto. Een bewerkte versie van onderstaand stukje discours zal u na de paasvakantie terugvinden in dat linkse vod.)

Driewerf “Huh?” was onze eerste reactie toen de vijf dames en twee heren van het Babylontoneel hun applaus in ontvangst namen. Het stuk heette Axel en onze naam was verwarring. Geheel dazed and confused verlieten wij de Zwartzusterskapel. Daarna is het nooit meer goed gekomen.

Drie dingen maakten Axel onvergetelijker dan een terroristische aanslag in Moskou. Uno: Sara de Maupère weigert op het laatste moment tot non te worden gewijd en laat de katholieken met een fikse streep trashmetal alle hoeken van de kamer zien. Dos: de kuisvrouw draagt Crocs en die mogen dan wel comfortabel zitten, ze ziet eruit als een dumbass. Tres: tijdens een over the top duel smijt Kaspar een boek naar Axel. De sticker op de rug verraadt dat het uit de bibliotheek komt.

Drie dingen maakten Axel ergerlijker dan acute builenpest vlak voor het paasweekend. Vooreerst: op het potsierlijke af gezwollen teksten à la “Ik wil de paleizen van mijn dromen niet meer bouwen op jouw ondankbare grond.” Vervolgens een schrijnend gebrek aan samenhang tussen de drie delen. Ten slotte een overdaad aan personages.

Axel gaat over een man en een vrouw die gedreven door het noodlot en zwarte magie elkaar vinden en zelfmoord plegen. Of zoiets. Sommige details zijn vaag, andere onduidelijk. De website van het Interfacultair Theaterfestival schrijft het stuk toe aan Harry Muylisch. Internet leert ons dat dat een typefout is en geen clever pseudoniem.

De ster van de avond was Jolien Deroost als de eerder vermelde Sara De Maupère. Sowieso een naam met een beladen voorgeschiedenis. De vrouw van Abraham heette zo. De eerste vrouw van Bob Dylan heet zo. Onze wederhelft heet zo. Het eerste kwartier zei Sara geen woord en keek ze een roedel nonnen even hautain als onverschillig aan. Fucking geweldig was dat. Daarna trok ze haar mond meermaals open. Ze deed zeker niet slecht. Toch was in dit geval zwijgen wel degelijk goud tegen het zilver van spreken. Ontluistering troef wat ons betrof.

Nergens tijdens Axel hadden wij het gevoel een slecht toneelstuk te bekijken. Wel verwachtten wij vijf minuten voor het einde dat het nog een klein uur zou duren. Een naad om alles aan elkaar te binden, een clou om alles te verklaren. We bleven op onze honger zitten als een Haïtiaans weeskindje.

Axel was meer dan voor het zingen de kerk uitgaan. Het was een kerk die instortte, zaad op de rotsen geplengd. Chance dat de Zwartzusterskapel achteraf nog recht stond. Misschien heeft Sara met de zwarte ziel het wel zo bedoeld om ons te pesten. In dat geval wensen we haar vliegend schurft toe op alle plekken waar ze net niet kan krabben. In alle andere gevallen: volgend jaar beter.

Labels: , ,

dinsdag 30 maart 2010

Alles is voor iedereen beschikbaar

Heden schryf ik my wat crap met hulp & bystand van Thelonious.

In een carnavalswinkel in de Leuvense Parysstraat blinkt een miniatuurpolitieuniform in de etalage. Wat voor cryptofascist dost zyn nageslacht zo uit? De realiteit is dat ik vaagweg weet wat een fascist is maar geen idee heb wat ik my by een cryptofascist moet voorstellen. Een SS'er met een kruiswoordpuzzel? Gerolf Annemans in Tien Voor Taal? Een zwarthemd dat Esperanto mompelt?

Ken vertelt & we drinken koffie. Hy heeft het over wielrennen. Hy straalt zoveel joie de vivre uit dat ik spyt heb dat ik niks van wielrennen ken.

"Ik begryp het niet. Dat zyn neven maar die hebben de zelfde achternaam," zegt een meisje in de Colruyt. Ik wil haar luidkeels uitlachen. Ik weet genoeg van de sociale codes van het menselyk ras om dat niet te doen. Bovendien is haar verbazing misschien evidenter dan ik vermoed. Als ik het natel, deel ik maar met één derde van myn neven myn achternaam. De cyfers zyn tegen my, altyd & immer tegen my.

Dit soort flarden koeken in myn brein samen tot de bry die ik geheugen noem. Een puree die zwaar op de maag ligt. Heden serveer ik stomp over afgelopen zondag met hulp & bystand van Thelonious.

Met het stof van zaterdag nog op myn hielen belandde ik in Brussel om een graantje mee te pikken van de finale van Humo's Rock Rally 2010 in de AB. Voor de leken: die rock rally is het muzikale equivalent van de Ronde van Frankryk voor min-twaalfjarigen.

Ik neem aan dat u de uitslag al heeft opgevangen: goud voor School Is Cool, zilver voor the Sore Losers, brons & de publieksprys voor Willow. Ik wil enkel gezegd hebben dat ik qua goud & publieksprys de uitslag correct had voorspeld. Alsof daar zoveel kunst- & vliegwerk voor nodig was.

James, het overzicht!

Maya's Moving Castle. Het eerste nummer klonk als PJ Harvey op een slechte dag. In het tweede nummer had PJ Harvey zo'n slechte dag dat ze Sabotage van de Beastie Boys pisnydig tackelde. Het derde nummer: PJ Harvey is haar slechte dag beu, drinkt een kopje thee & speelt een mopje cello. Met de zangeres van Maya's Moving Castle wil ik geen ruzie, de gitarist is te cool voor zyn eigen goed.


Willow. De heren zyn nog steeds gladder dan my lief is maar in het eerste nummer contrasteerden ze die gladheid aardig met enige ruwheid. Als ze dat pad verder op strompelen, ben ik content. De zestienjarige meisjes zyn sowieso al content.


The Crackups. De zanger beloofde een "zot fiestje" & kreeg een moshpit & een peloton stagedivers in ruil. Punktrash met een heerlyk grove korrel. Of the Crackups my langer dan drie nummers kunnen boeien, blyft voorlopig in het midden.


Psycho 44. Minder punk & meer Korg maar verder krek hetzelfde als the Crackups: zelfde moshpit, zelfde stagedivers. Een voor een diveden de leden van the Crackups zelf het podium af. Respect! All My Demons Have Distortion was de meest aanstekelyke song tot dan toe.


The Mojo Filters oogden saai na het geweld van de twee vorige groepen maar Mokkel vond hen leuk & hun tweede nummer het leukst. Weet zy veel.


The Sore Losers waren hun degelyke zelf met ambachtelyke bluesrock.


School Is Cool. De fans hadden confetti by & terecht. "Say hi to the new kids in town," zongen ze in Junkyard Kids. By deze: heren & dame, hallo & welkom! Zet u! Koffie?


Gloria stelde "ik ga er een lap opgeven vandaag" & vervolgens maakte ze die belofte grotendeels waar. Het eerste nummer heette Loser & ik zou niet graag de kerel zyn die ze erin aanspreekt. Als tweede nummer stal Gloria Walk On The Wilde Side & Lou Reed wilde het niet eens terug. Het derde nummer was enige akoestisch geneuzel maar dat gaf niet. De rest van de avond heeft San F. Yezerskiy obsceniteiten gespuid over de gitariste. Ik ben er nog niet goed van.


Amatorski. De Standaard had hen zilver beloofd maar De Standaard zat ernaast. De vaste referentie is Sigur Rós. Ik hoorde er meer triphop in. Ik was verder niet echt geboeid.

Nele Van den Broeck ging zowat ten onder aan zenuwen. Haar eerste liedje was (voor my) nieuw & ging over dronkenschap. Nice! Vervolgens twee classics waarvan het laatste, Loser's Twist onnodig lang werd uitgesponnen.

Terwyl de jury beraadslaagde, kregen wy entertainment. Of zoiets.

Jasper Erkens was nog maar half het knulletje van weleer. De andere helft wil rocken gelyk een grote meneer. Dat voornemen strandde ergens tussen een powerballad & de Red Hot Chili Peppers in. De late Red Hot Chili Peppers, that is. Ik wil daar nog aan toevoegen dat Jasper Crazy niet heeft gespeeld & dat ik hem daar lichtjes voor bewonder.


Steak Number Eight was een half uur retegaaf & vervolgens een kwartier hondsvervelend.



Na de prysuittreiking hervatte School Is Cool zyn bezigheden & maakte van het laatste nummer een groepsfeest. De gedachte dat "myn" the Fortunate Few het tegen hen moet opnemen in Popfolio verlamt my.

Dank u, Thelonious, voor hulp & bystand by het schryven van deze crap.

Labels: , , ,

maandag 29 maart 2010

Barbie wil met ken dobbelen

Azijnpissers met een halve snor en een Kinder Surprise mogen over Limburg orakelen wat ze willen. Gent is pas echt een stukje buitenland in het binnenland. Een vieze coté. Een obscure spiegelstad waar voorprogramma's pas om half elf 's avonds de aftrap geven.

Zaterdag was ik in Gent. Om GW te knuffelen en te eren. GW die in Gent hof houdt, die in Gent audiënties afneemt. Zelfs koningen hebben soms een knuffel nodig. De gemene zaak die mij naar Gent had gelokt was een avondje stoner waar ik courtesy of de vriendelijke lieden van Rifraf aan mocht meedoen in de concertzaal van de Vooruit. De organisator was Orange Factory, een zeer leuk collectief waarvan ik al plenty concerten heb gezien zonder hen echter te namechecken. Bij deze is dat rechtgezet.

My Sleeping Karma gaf zoals gezegd om half elf de aftrap. Zelden vier heren zo intens het concept verwoestijning zien belichamen. Verpletterende lappen rawk die de wereld te lijf gingen als een meute botergeile bulldozers. De heren van My Sleeping Karma zijn dan ook Moffen, die specialiseren zich in dat soort dingen.



Brant Bjork And The Bros streden op een slagveld waar ze bij voorbaat getriomfeerd hadden. Duizenden joints en sigaren werden als zoenoffer voor de goden geplengd op het podium. Ik vond de man en zijn broertjes beter dan anderhalf jaar geleden in het Depot. Waarom weet ik niet. Misschien lag het wel aan mij. Misschien ligt alles wat ik hier neertik wel aan mij.



Het was half twee toen ik de Vooruit verliet. Ik baande me een pad naar het habitat van GW. Ik belde zo hard aan dat hij "au" zei. 't Is te zeggen: ik was zijn huisnummer vergeten en moest hem SMS'en met de smeekbede de deur te openen. We keuvelden tot de rest van de nacht slechts een nevel van woorden was. Opeens sloeg de klok vijf uur maar dat had ook te maken met het zomeruur. Toen ik zondagochtend wakker werd, draaide ik mij om en sliep ik verder.

Man, I feel like a stoner.

Labels: , ,

zondag 28 maart 2010

Cocaïne voor de ziel

Eergisteren was het vrijdag en dat was de vijfde dag van de week dat ik in het Depot woonde. Het was ook de vierde dag van de week dat ik effectief in het Depot ben geweest. Omdat de zetels er beter zijn dan op mijn kot, omdat er betere bandjes optreden dan op mijn kot.

Lang geleden zag ik een documentaire op de Nederlandse TV. Een documentaire die indruk heeft gemaakt. Een documentaire die achteraf gezien heel erg oppervlakkig moet geweest zijn. Onder de vlag 25 Jaar No Future (of zoiets) werd een korte, oppervlakkig keten tussen punk, new wave en grunge gehaakt. Het fragment dat nog wel het meeste indruk maakte was een bende gevaarlijke mannen die een manisch refrein Whatever Happened To The Heroes de zaal inbrulden. Ik heb heel lang het internet afgespeurd naar een lied dat Whatever Happened To The Heroes heet. Via Kazaa was dat toen nog. Hoe ik precies heb ontdekt dat het lied No More Heroes heette en de groep the Stranglers ben ik vergeten.

Diezelfde Stranglers stonden vrijdag in het Depot en ik was daar want ik woonde daar. Een bende gevaarlijke mannen was het niet meer. Een groepje overjaarse heren die er nog eentje bij doen voor het geld des te meer. Juist is juist: in de categorie eentje voor het geld was dit wel een hele goede. Perfecter dan dit worden greatest hits-optredens niet en the Stranglers hebben nu eenmaal veel hits. Voor de annalen wil ik er nog bijgezegd hebben dat ik zozeer gepogood heb dat ik een douche nodig had en dat de helft van de originele line up op het podium stond. Ik zag een man met Nice 'n' Sleazy op zijn arm getatoeëerd, ik kreeg een elleboogstoot van een opa in een T-shirt van Crass. Meer punk dan dit word ik niet. Heren Stranglers, ik neem mijn petje voor u af maar ik hoop dat we elkaar nooit meer zien.

Het voorprogramma was Goudi, Belgische new wave tussen T.C. Matic en Killing Joke in. Goudi liet tekstflarden als "What should I supposed to do" los op de wereld. Goudi wordt vanaf nu door mij genegeerd.

Achteraf wandelde ik hijgend het pad af naar mijn onderdak. Ik kruiste een man die op professor Zonnebloem leek. Ik kruiste een man die niet op Karl Marx leek maar er wel de baard voor had. Thuis schoor ik mij en sneed ik mij. De douche verloste mij van mijn pogozweet. Ik trok propere kleren aan en ging naar een feestje waar veel mensen waren en waar Douglas Firs zijn liedjes zong tot ik een beetje sliep en een beetje niet.

Eergisteren was het vrijdag en dat was de laatste dag van de week dat ik in het Depot woonde. Ik ben dat hele Depot beu. Nu blijf ik er twee weken weg.

Labels: , ,

zaterdag 27 maart 2010

Dalai lamateurisme

Eergisteren was het donderdag en dat was de vierde dag van de week dat ik in het Depot woonde. Het was ook de derde dag van de week dat ik effectief in het Depot ben geweest. Omdat de zetels er beter zijn dan op mijn kot, omdat er betere bandjes optreden dan op mijn kot.

Waldorf bijvoorbeeld dat een hele grote zak vol rock & roll-clichés omkiepte op het podium en uit de resulterende stapel rommel een optreden puurde. Als ik het mij goed herinner werd Waldorf destijds in Humo geprezen als de Belgische Queens Of The Stone Age. Dat zijn ze niet. Een meer dan okee voorprogramma zijn ze wel. Hopelijk tot een luie namiddag op een middelgroot zomerfestival, jongens!

Mintzkov bijvoorbeeld die ik u niet zou moeten voorstellen. Eenvormige optreden met sterke hoogtepunten. De titels daarvan ontgaan mij momenteel. Daarvoor verontschuldig ik mij op mijn blote knieschijven.

Labels: , ,

donderdag 25 maart 2010

Een verhaal is altijd iemand mist iets en iemand loopt achter iets aan

Gisteren was het woensdag en dat was de derde dag van de week dat ik in het Depot woonde. Het was ook de tweede dag van de week dat ik effectief in het Depot ben geweest. Omdat de zetels er beter zijn dan op mijn kot, omdat er betere bandjes optreden dan op mijn kot.

Kiezen is verliezen, dat weet u waarschijnlijk beter dan ik, lieve lezer. Gisteren mocht ik het aan den extreem sexy lijve ondervinden. Gisteren stonden the Opposites in het Depot. Ik sprong een half gatje in de lucht toen ik hoorde over de komst van dit duo. U en uw buurman kennen hen in het beste geval sinds Dom, Lomp & Famous. Ik volg hen (van op afstand) sinds Katja Schuurman hun Fok Jou door Zomergasten liet schallen. Ik fixte mij gezwind een ticket.

Niet veel later kondigde ook het Stuk een optreden aan voor gisterenavond. Een goedgevuld avondje zelfs. Tape Tum, die ik drie en een half jaar geleden enorm zag sucken in datzelfde Stuk. De Portables, waar ik al heel lang heel nieuwsgierig naar ben. The Go Find, die ik heel lang geleden toppie zag openen voor het eerste Belgische optreden van TV On The Radio. Ja hoor, heel lang geleden was ik ook al ongelofelijk hip. Door mijn eerder keuze voor the Opposites zag ik al dit lekkers, al dit spek voor mijn bek aan mij voorbijgaan. Kiezen is verliezen.

The Opposites dus. Beeld u middelmatige hiphop in gecombineerd met de allerslechtste tuning beats. Beeld u een bende boerenlullen in die een grotere moshpit bouwen dan om het even welke punkgroep. Beeld u Nietzsche in met een salade en Kant met een broodje bakpao. Ik kan niet zeggen dat het suckte, ik kan wel zeggen dat ik niet tot de doelgroep behoor. Ollmeister vroeg mij op voorhand of ik the Opposites goed vond. Ik antwoordde hem positief. Ollmeister vroeg mij vervolgens of ik the Opposites beter vond dan De Jeugd Van Tegenwoordig. Ik antwoordde hem dat er vandaag de dag niemand beter is dan De Jeugd Van Tegenwoordig. Ik vind the Opposites nog steeds goed maar live hoeft het voor mij niet meer.

De Predikanten mochten openen. Ik ken hen van naam omdat zij de vorige editie van Popfolio hebben gewonnen. Na drie nummers was ik hen beu. Van hen kan ik wel zeggen dat ze suckten al moet ik er evenzeer bij zeggen dat ik niet tot de doelgroep behoor. Kiezen is verliezen. Ik koos en ik heb er spijt van. Is er iemand naar The Go Find en co geweest? Hoe was dat? Was dat spannend? Spannend gelijk vroeger?

Labels: , , ,

woensdag 24 maart 2010

Flanellen toga's met provinciale saus

Gisteren was het dinsdag en dat was de tweede dag van de week dat ik in het Depot woonde. Het was ook de eerste dag van de week dat ik niet in het Depot ben geweest. Ik had andere verplichtingen. Ik ging naar het Politikatoneel in Theater Reynaert: Over Eva.
Ik vond dat de teksten te duidelijk naar het Engels gemodelleerd waren: "opportuniteiten" "professie". Ik ergerde mij daaraan. Ik merkte dat liedjes werden gebruik die buiten het tijdskader vielen. Ik ergerde mij daaraan. Ergens wordt Clark Gable genamedropt als levend persoon. Gable stierf in 1960. These Arms Of Mine van Otis Redding kwam uit in 1962. New York, New York van Liza Minelli kwam uit in 1977. Ik ergerde mij daaraan. Inferieure details, zielige ergernissen, ik weet het. Het zegt veel over Over Eva dat ik op zo'n dingen begon te letten.
Over Eva gaat over tweespalt en konkelfoezerij in het New Yorkse theaterwereld pakweg late jaren veertig. Smijt Sunset Boulevard en Broadway Danny Rose op een hoop. Over Eva was ambitieus, overambitieus misschien. Een halfgelukte imitatie van een film noir. Excuus: théatre noir. Enerzijds zouden enkele scènes geschrapt moeten worden. Anderzijds vertoont het verhaal nu al hiaten. Enerzijds zouden enkele personage geschrapt moeten worden. Anderzijds zitten er wel degelijk goede acteurs tussen.
Over Eva was een goede poging maar Over Eva was zeker geen Salome.

Labels: , ,

dinsdag 23 maart 2010

Gedichten over neuken, poëmen over copuleren

Gisteren was het maandag en dat was de eerste dag van de week dat ik in het Depot woonde. Omdat de zetels er beter zijn dan op mijn kot, omdat er betere bandjes optreden dan op mijn kot.

Agents In Panama bijvoorbeeld. Postrockers die een meisje bij hadden dat cello speelde. Als het meisje een gitaar vastnam in plaats van haar cello werd er loeihard geneveld. Toch vond ik de celloliedjes beter.

Mono bijvoorbeeld. Anderhalf uur lang werd ik afwisselend in slaap gesust en wakker gegeseld. Dit was de derde keer op een jaar dat ik Mono zag en ik apprecieer hen voor wat ze zijn. Toch is het duidelijk dat het tussen ons nooit grote liefde zal zijn. Tot nooit meer.

Ik verliet het Depot tegen alle verwachtingen in en zag een vrouw. Ze droeg een camouflagebroek. Ze had een grote opblaasbare banaan vast. Ze ging het pand van de GB Express tegenover het station binnen. Ik haastte mij naar Mokkel die de pijn in mijn ziel bluste met chocoladecake.

Labels: ,

zondag 21 maart 2010

Hoe liever hoe beter

Gelijk Iggy Pop ben ik gewoon een moderne kerel. Ik deed links en rechts wel eens iets voor de radio. Ik doe links en rechts wel eens iets voor de radio. Ik ga links en rechts wel eens iets voor de radio blijven doen. Volledig terecht dus dat ik vrijdag richting Depot schreed voor een nieuwe aflevering van Radio Modern. Ik had een pak uit de kast getrokken en een grijs hemdje dat mijn moeder ooit heeft meegebracht uit Turkije.

Het was tweede kan en het was paasvakantie. Zij trok naar Turkije en liet mij achter om rustig een scriptie te schrijven. Zij had op voorhand de diepvries volgestoken opdat ik zou overleven. Die paasvakantie vond ik de loempizza uit, een reuzeleuke combi tussen een pizza en een loempia. Het precieze recept blijft mijn geheim. Voor de scriptie kreeg ik een dertien. Hoe het met Turkije gaat, zou ik niet weten. Hoe het met mijn moeder gaat, zijn uw zaken niet.

Na het pak en het grijze hemdje dwong ik mijn haar achterover met iets dat op boter leek maar geen boter was. Qua schoeisel hield ik het maar bij All-Stars. Ik ben een gewoontedier. Mokkel droeg een bolletjesjurk en die stond haar beeldig.

Radio Modern kwam traag op gang. Radio Modern komt altijd traag op gang. Een goedgeklede man gaf tapdansles tot ik zeker wist dat tapdansen niets voor mij is. Vervolgens gaf hij nog een half uur tapdansles. Daarna was het van hop met de beentjes en gaan met die banaan.

The Keytones stonden in voor de levende muziek. Rockabilly, rock & roll: dat soort werk. Échte rockabilly en échte rock & roll. Geen opgepimpte of bijgetunede dingen à la Reverend Horton Heat. De eigen nummers waren weinig memorabel, de covers enerzijds voorspelbaar: Misirlou en Johnny B. Goode, anderzijds gans tofkens: Mr. Sandman. The Keytones: erg leuk maar weinig origineel. Daarna was het wederom van hop met de beentjes en gaan met die banaan.

Gelijk Iggy Pop ben ik gewoon een moderne kerel. Gelijk Iggy Pop poseer ik beter niet met ontbloot bovenlijf voor foto's. Het verschil is dat ik dat weet en Iggy niet.

Labels: , , , ,

zaterdag 20 maart 2010

Ik nam verleden week een semiotische beslissing op de trein

Bij deze wil ik mijn welgemeende excuses aanbieden aan iedereen die zich donderdagavond aan mij stoorde in de Soetezaal van het Stuk. Die idioot die elke vijf minuten veel te luid zijn neus snoot, was ik. De lenteprik had genoeg pollen de lucht in gestuurd om mij zo ziek als een straathond te maken. Maar zeker niet ziek genoeg om de voorstelling Bezette Stad van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te missen.
Het verhaal gaat als volgt: je laat zes hiphoppers, vijf heren en één dame, los op de legendarische gedichtenbundel Bezette Stad van de eveneens legendarische Paul Van Ostaijen, Zot Polleke voor de vrienden. Hij schreef de bundel in Berlijn, dat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog veranderd was in een hellepoel op de rand van een burgeroorlog.
De voorstelling is een unieke, dynamische, gevaarlijke kruisbestuiving tussen schreeuwen en fluisteren. Tussen rennen en razen. Tussen boem en paukenslag. Tussen poëzie en de taal van de straat. Tussen het vernielde Antwerpen van net na de Eerste Wereldoorlog en de as we speak ontploffende Brusselse banlieus. Het resultaat werkte te Stuk maar zou eveneens overeind blijven op de wei van Pukkelpop. Chokri, u heeft nog wel een plaatsje vrij, nee?
Het begin van hiphop pur sang: een dj mixte flarden dialoog uit Pulp Fiction en Goodfellas naadloos aan Public Enemy en Louis Armstrong. Langzaam werd het verduisterde podium bezet door de hippety hoppety brigade. Zelden zoveel hippe sneakers en hoodies gezien in een theaterzaal. Zot Polleke, zelf a dedicated follower of fashion, een dandy in hart, nieren en andere organen, zou vies content geweest zijn. Langzaam werden de lichten feller, steeds heftiger werden woorden gespuwd. De basistekst werd aangevuld met eigen werk. Ik ga er tenminste van uit dat frases over “vrouwen die pimpen” niet origineel van Van Ostaijen zijn.
De teksten werden ondersteund door meditatieve gezangen, hysterische kreten uit de zaal en human beatbox. Door alarmsignalen en politiesirenes, vragen en bevelen. De zes waagden zich in de buik van het beest om de woede van de stad aan te wakkeren. Er werd geciteerd uit reclames, uit Bitch van Meredith Brooks en uit duizend andere bronnen die ik niet meteen herkende. Er werd gedanst als een laser, er werd gesprongen als een boze gorilla.
Door het gebruik van Zot Pollekes experimenten als leidraad ontbrak elk verhalend element bij Bezette Stad. Na een dik half uur zorgde dit voor een klein, fijn dipje. Oplossing: een nieuwe portie battles, duelleren voor gevorderden zeg maar. Met ongeziene felheid worstelden de spelers met zichzelf, met elkaar en uiteindelijk ook met het publiek. Even voelde ik mij zelf een bezette stad, een feest van angst en pijn, een badkuip vol geweld.
De vraag “Are you not entertained?” werd het publiek Gladiator-gewijs in het gelaat gesmeten. We were en Van Ostaijen zou het ook geweest zijn. Bezette Stad is grote, grote klasse. Achteraf strompelde ik nog steeds zo ziek als een straathond naar huis en ging slapen als een reus, als een roos, als een reus van een roos. Reuzeke. Rozeke. Zoetekoeksdozeke.
Word!

Labels: , , , ,

donderdag 18 maart 2010

Jouw perfect harelbeke

Gisterdag was het Gratis Uur KULtuur in het Depot en ik ben gegaan. Op het podium stonden Roland, bekend van zichzelf, Steven De Bruyn, bekend van El Fish en the Rhythm Junks en Tony Gyselinck, bekend van the Rhythm Junks.

Ik zou nu kunnen uitweiden dat het een redelijk goed optreden was maar ik vertik het. Ik zou nu kunnen uitweiden over hoe Roland bij de laatste tour van El Fish inviel op gitaar maar ik vertik het. Ik zou nu kunnen uitweiden over hoe ik die tour tweemaal heb gezien, in Turnhout en in Peer maar ik vertik het. Ik zou nu kunnen uitweiden hoe gisterdag eindigde in de Fakbar Letteren maar ik vertik het. Ik zou nu kunnen uitweiden hoe de Fakbar Letteren veranderd was in de Moulin Rouge maar ik vertik het.

Ik zou zo veel kunnen vertellen dat je "au" zegt maar ik vertik het allemaal. Ik ben een luilak, een nietsnut. Leer er mee leven of ik zweer ik maak u dood.

Labels: , , ,

woensdag 17 maart 2010

Kastijdingskampioen

Het Leven En De Werken Van Leopold II is het beste toneelstuk dat ik ooit heb gezien.

Gisteren heb ik in 30CC Het Leven En De Werken Van Leopold II gezien door de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.

Rewind, zeven en een half jaar terug.

Ik ben net wel of net niet achttien en ik ben Brussel pasje voor pasje aan het verkennen. Ik heb een nonkel in Brussel, de jongste broer van mijn vader. We gaan naar Het Leven En De Werken Van Leopold II. Locatie: de Bottelarij, een heerlijk industrieel pandje waar de KVS onderdak heeft zolang hun eigen gebouw gerenoveerd wordt. Achteraf gaat we iets drinken in De Walvis aan de vaart. De dag nadien word ik gedoopt bij Historia. Ik zal met onderscheiding slagen in die doop.

Het Leven En De Werken Van Leopold II
is het beste toneelstuk dat ik ooit heb gezien. Minstens honderd maal heb ik mensen bezworen dat ik wekelijks naar het toneel zou gaan als alles zo goed was als Leopold II. Koning Leo werd gespeeld door Bruno Vanden Broecke die toen nog lang niet Sammy van Het Eiland was.

Zeven en een half jaar geleden had Leopold II nog mager. Zeven en een half jaar geleden was het zestienjarige hoertje nog niet zwanger. Zeven en een half jaar geleden was de Verenigde Staten een mooi meisje. Zeven en een half jaar geleden had ik duizend maal minder gefaald dan vandaag.

Voorwaarts, zeven en een half jaar later.

Halverwege denk ik: dit is helemaal niet beste toneelstuk dat ik ooit heb gezien. Goed maar niet het beste. De herinnering is een eigen leven gaan leiden. Aan het einde moet ik mezelf tegenspreken. De acteurs krijgen een staande ovatie van mij alleen.

Het Leven En De Werken Van Leopold II
is het beste toneelstuk dat ik ooit heb gezien. Tot over zeven en een half jaar, Bruno?

Labels: , ,

maandag 15 maart 2010

Language is never a problem

In mijn hoofd is het altijd zaterdag. Een dag om een man te zien die verkleed als Obelix wacht op een trein. Een dag om een prof te zien die over straat dwaalt met twee broden. Een dag om een cassetje te kopen want cassetjes zijn helemaal terug. Een dag voor Captain Straight Ed Fest in de Sojo in Kessel-Lo.

Captain Straight Ed is Ed, gitarist en brein van de befaamde poppunkformatie Exit On The Left. Het fest had hij opgezet om het tienjarig bestaan van de machtige moker Homer in de bloemetjes te zetten. Ik was aanwezig als een keizer van Rome met teveel koffie achter de kiezen. Ik was vermoeid, ellendig, rijk, lam, lastig en aantrekkelijk.

De dag werd geopend door When Hope Escapes. Vijf brave jongens die doen alsof ze boos zijn. Gingen keurig gekleed in ruitjeshemden en strakke broekjes.



State Of Mine
waren vrolijker Fransen en daarvoor huldig ik hen als waren ze een koningspaar uit een succesvol land.



The Ignored waren hard, snel en West-Vlaams maar dat kon allemaal niet verhinderen dat af en toe echte liedjes bovendreven. The Ignored zijn heel goed in wat ze doen. Helaas heeft wat zij doen geen doorsnede met wat ik doe. Vendiagrammen zijn cool, vet cool.



Her Concept
speelde zijn (haar?) afscheidsoptreden. Frontman Tom heeft namelijk de bas opgenomen bij Exit On The Left. Dat afscheidsoptreden was fucking weird. Niet eens in het kader van de dag maar in het totale kader. Het standaard punklawaai werd vakkundig de nek omgedraaid door te schelle keyboardlijnen. Misschien is het maar goed ook dat Her Concept ermee nokt.



De drie heren van Face The Fax kunnen als entertainers nauwelijks nog groeien. Als muzikanten doen ze het onder mijn ogen. Hun door en door plezante surfpunk is tegenwoordig funky! Benieuwd waar dat heen gaat.



Mid Air Collision beschikte vreemd genoeg over een echte zanger en niet over een schorre schreeuwer. Gevolg: hun punkrock was even heavy en snel als de rest maar veel melodieuzer. Gevolg: Mid Air Collision raakte kant noch wal. Verzwarende omstandigheid: Mid Air Collision speelde een powerballad. Afvoeren!



Exit On The Left
(met organisator Ed dus op gitaar en Tom van Her Concept op bas) speelde een korte, strakke set. Mijn favoriete band zullen ze nooit worden maar ze droegen Next Time Stars Cross The Sky aan mij op en het zijn toch zo'n schatten!



Campus is bezig een tweede CD op te nemen en kwam daar wat voorsmaakjes uit geven. Het smaakte niet slecht.



Homer zelf was uiteraard top of the bill. Ze hadden op voorhand gevraagd om drie favoriete nummers door te mailen en alzo was hun setlist opgesteld. Van mijn top drie You'll Do It Right, I Guess?, Back In Those Days en L'espoir Comme Une Flamme hebben ze de eerste twee gespeeld dus ik was tevreden. Al moet gezegd worden dat deze uitgebreide set halverwege wel een gemaan dipje kende. Dat werd meer dan goed gemaakt met een fors blik covers in de bisronde: Believers van No Fun At All, The KKK Took My Baby Away van Ramones en Mr. Clean van Millencolin. Heren van Homer, op naar de volgende tien jaar.



Ik verliet de Sojo en werd geconfronteerd met Mambo No. 5 van Lou Bega en al bij al is dat niet eens zo'n slecht lied. Op de Bondgenotenlaan zag ik twee oudere heren hand in hand paraderen en die nacht had ik een kortademige nachtmerrie maar ik suggereer zeker niet dat er een causaal verband is.

Tot slot nog een kort woordje over de foto's die u hierboven ziet. Ik heb ze zelf genomen zoals u misschien al gemerkt hebt aan de kwaliteit. Ik beschouw mezelf niet (echt) als een fotograaf. Ik heb gewoon eind vorige zomer een toestelletje gekocht van mijn fooienpot. Sindsdien wissel ik periodes dat ik te intensief foto's neem af met periodes dat ik mijn toestel negeer als was het een Jood. Het zal u niet verbazen dat ik momenteel in zijn intensieve fase zit. Voor Captain Straight Ed Fest had ik mij opgelegd per groep slechts vijf foto's te nemen. Noem het gerust mijn eigen kleine Dogma 95. Enkel bij Homer zelf ben ik over de vijf foto's gegaan.

Slaap lekker ding.

Labels: , , , ,

zondag 14 maart 2010

Mond-op-mondreclame

In het Britse rijk ging de zon nooit onder. Er was altijd ergens ter wereld een moment om thee te drinken of cricket te spelen. Hoe diep is die eens zo machtige reus gevallen sinds de Suezcrisis? Vrijdag was het of België postuum deel uitmaakte van dat Britse rijk. Of minder postuum van het Gemenebest, zo u wil. Beeld u in dat het huidige België in 1815 niet aan de Hollanders was gegeven maar dat Wellington er een Brits protectoraat van had gemaakt als betere buffer tegen de Fransozen. Zo'n sfeer hing vrijdag in Leuven en omstreken.
Het Depot was gans in de ban van Hindu Nights. Dat heeft met Hindoeïsme noppes te maken, met de nacht des te meer. De avond begon met een optreden maar met een later optreden dan ik gewend ben. De eer was aan Team William, een leuk groepje maar meer ook niet. De eens zo toffe toetsenist is ronduit vermoeiend geworden, de zanger koopt zijn bindteksten bij de Kringwinkel. Een leuk optreden maar meer ook niet.
Wel een toppie opwarmer voor de rest van de avond: DJ-sets met enkel de beste liedjes die ze nooit spelen op gewone fuiven. Om u een idee te geven: de twee slechtste nummers van de avond waren Sex On Fire en Don't Look Back In Anger, in tempore non suspecto de beste liedjes van de fuif. Dat zegt meer over het hedendaags fuifklimaat dan over de nummers uiteraard. Het enige gitaarnummer dat ik miste was Summer Of '69. Ik zwoer niet naar huis te gaan zonder het te horen maar ik ben afgedropen met mijn been tussen mijn staarten.
Wie draaide er zoal? Veel volk: geezers en mates en lads. Slechts twee ervan kende ik: de drummer van Babyshambles en Eppo Janssen. Eppo ken ik omdat ik nog met zijn pa op de bureau gewerkt heb. De dag nadien deden mijn oren pijn en mijn benen pijn maar ik had nergens spijt van. Meest memorabele moment: de schrik op op Sander zijn gelaat toen ik losbarste bij Lust For Life. Meest memorabele moment bis: Eppo die iets van the XX waarvan de titel me ontgaat aan Blue Monday mixt.

Labels: ,

zaterdag 13 maart 2010

Nergens nooit meer niemand zijn

Het is een publiek geheim dat ik een beertje ben. Een wollig hoopje chagrijn dat gromt naar alles wat beweegt. Een solitaire viervoeter die de hele winter zijn bedje niet uitkomt. Donderdag verscheen opeens een andere beer in Leuven. Deze agressie mocht geen stand houden. Een territoriumstrijd barstte los en toen het stof was gaan liggen, stond ik als enige nog recht.

Het andere beertje luisterde naar de naam The Bear That Wasn't en kwam zijn debuutplaat voorstellen te Stuk. Al zijn liedjes klonken hetzelfde maar door het rijke instrumentarium (strijkkwartet!) stoorde dit pas na een dik half uur. Het was mooi maar niet Isbells-mooi, niet "hey, ik koop die debuutplaat even"-mooi.

Het voorprogramma van het andere beertje was de broer van het andere beertje. Hij luisterde naar de naam Winterslag en ook hij speelde zachte liedjes. Hij had een vriendje bij en een vriendinnetje. Hij zong: "When I went to heaven / They wouldn't let me in / Something with a dresscode / My outfit was a sin."

Opeens zag ik een man die op Nietzsche leek.

Labels: , ,

donderdag 11 maart 2010

Orbre vanson laner derf saunetur

In mijn vrije tijd achtervolg ik tornado's, hypes en karavanen. Alzo belandde ik gisterdag in het Depot om te controleren wat die Isbells juist waard zijn.



Voor het zo ver was, werd ik geconfronteerd met Megafaun. Drie heren met drie baarden om driewerf u tegen te zeggen. Hun muziek was folk maar rare folk. Zowel zacht als luid kwamen aan bod en de staartje van de liedjes verzopen in gefröbel. Geen slecht optreden maar weinig consistent.



Isbells was duidelijker. Folk maar geen rare folk. Zacht, heel erg zacht. Zo zacht dat elk kuchje uit de zaal de muziek overstemde. Zo zacht dat het heiligschennis leek toen één nummer geplaagd werd door technische fouten en scherpe pieptonen. Isbells verzachte mijn kapotte rug en mijn kapotte schoenen. Ik kan het leven weer aan. Waar loopt die zijderoute ergens?

Labels: , ,

woensdag 10 maart 2010

Paarsgloeiende polsen



Brussel was gisteren een beetje Amsterdam in het klein.

Volgens mij werkt het als volgt: je bent Nederlander maar door je V.O.C.-bloed vertik je het in eigen land te blijven. Je verkast naar België. Om belastingtechnische redenen. Omdat je bij de maffia bent. Op tijd en stond koester je je Nederlandse identiteit. Als er gevoetbald moet worden. Als Youp van 't Hek afzakt naar België. Hé dat is toevallig: Youp van 't Hek stond gisteren in de AB met zijn conference Omdat De Nacht.

Laat ik hier meteen stellen dat het mij aan mijn reet kan roesten wat Youp heeft gedaan in De Slimste Mens en wat u zich daarvan herinnert en wat u daarvan vindt.

Rewind. Youp is er altijd geweest. Eerst als behoorlijk exotische naam op steeds meer videocassettes van mijn vader. Later als cabaretier, toen ik die videocassettes zelf begon te bekijken.

Een verre zaterdag. 1999 ofzo. Ik ga naar de boekenbeurs. Ik koop alles van J.D. Salinger behalve Catcher In The Rye. Catcher heb ik al. Waar is hij nu, die Salinger? 's Avonds zendt Holland 3 - zo heet die zender niet maar zo noemen wij die zender - vier vroege conferences van Youp uit. Er gaan er maar twee op een videocassette. Vader belast mij met de taak de halve nacht op te blijven om op het gepaste moment een verse cassette in de video te steken. Ik haal het einde niet maar de video legt alles vast wat ik verslaap.

Een andere dag. Misschien ook een zaterdag. Misschien eerder een vrijdag. 2001 ofzo. Ik lees in Bonanza over de dood van Joey Ramone. Ik ben onderweg naar Antwerpen met vaderlief en broerlief. We gaan naar Youp in de Bourla en de Bourla is een mooie zaal en Youp is een held en wij aanschouwen hem voor het eerst in levende lijve. Het einde van de conference missen we omdat we een trein moeten halen maar dat geeft niet. Als Holland 3 die conference maanden later uitzendt, is alles anders dan in mijn herinneringen.

Youp was gisteren Youp by numbers. Een paar kilo minder, een kleinkind erbij. Shiny shoes in plaats van basketsloffen. Youp praatte mijn hart aan flarden. Dezelfde inhoud en motieven als altijd maar minder verhaal, minder vorm dan ooit. Hij lulde en hij deed dat met klasse. Dit was woordjazz en ik wil er elke zondag naar luisteren. Youp herhaalde gisteren zichzelf meer dan ooit maar wie ben ik om hem dat te verwijten?

Er is geen licht aan het einde van de tunnel. Het is de auto voor je. Dat is een citaat van Youp maar wel vierentwintig jaar oud.

Labels: , , , ,

dinsdag 9 maart 2010

Quiet nuns on a low budget

Beste mevrouw Bridgewater,
Lieve Dee Dee,

U bent een zwarte vrouw zonder haar. Ik ben een blanke man met een aardige hoeveelheid lokken. Op papier hebben wij bitter weinig gemeen. Toch heeft u mij gisterdag diep geraakt in de Brusselse Ancienne Belgique.

U bracht hulde aan Elinore Harris alias Billie Holiday. Ik zeg haar echte naam erbij omdat u daar belang aan hecht. U herhaalde hem een keer of vijf. U bracht hulde aan Lady Day en u deed dat uitmuntend. Van alfa Lady Sings The Blues tot omega All Of Me hield u mij in uw ban. In de ban van Billie.

Ik ben weinig vertrouwd met het leven en de werken van mevrouw Holiday vrees ik. Er staat een dubbele compilatie in mijn rek. Als ik er de laatste vijf jaar twee keer naar geluisterd heb, zal het veel zijn. De prijs van die compilatie laat mij het ergste vermoeden over de kwaliteit ervan. Haar leven ken ik ondertussen iets beter omdat u zo vriendelijk was voor uw optreden een korte documentaire te draaien.

De korte impressie van Billies muziek die ik heb onthouden uit die documentaire verschilde dag en nacht van uw optreden. U aapte haar niet na, u schopte haar tot leven. Of u nu uw groep loos liet gaan of zelf scatte tot uw longen barstten: wat u heeft onthouden van Lady Day is de levensvreugde die ze ongetwijfeld had. U amuseerde zich te pletter op het podium. U dolde met uw muzikanten. U dolde met uw publiek. U dolde met mij. Uit die hoek kwam een hoogtepunt van de avond voor mij: Your Mother's Son In Law.

Toch kon u ook serieus zijn. Bij Strange Fruit bijvoorbeeld. Het andere hoogtepunt van de avond. Een lied dat geen lichte benadering toestaat, vermoed ik. Aan het begin van het optreden vertelde u dat u de aanwezigheid van Billie haar geest voelde. U leek serieus. Ik zou er geen eed op durven zweren.

Veel van wat u vertelde, vertelde u in het Frans. Dat vond ik leuk. Daarvoor krijgt u een veer op uw hoed. Ik vond dat leuk omdat ik het verstond. Wat mijn zelfvertrouwen ten aanzien van mijn beheersing van de Franse taal een stevige boost gaf. Daarvoor gaf ik mezelf een veer op mijn hoed. U krabt mijn rug en ik de mijne. Zo werkt het toch?

Ik ben een beetje uitgepraat, mevrouw Bridgewater, lieve Dee Dee. Er rest mij slechts een dankbetuiging uit het diepste van mijn hart. Heel Fel Dankuwel.

Geert

Labels: , , ,

maandag 8 maart 2010

Roken als een ketter

Het is zondagmorgen en iedereen slaapt.

Ik laat alles achter om mijn grootoudjes te bezoeken. Pépé gaat naar de voetbal maar van Mémé krijg ik een wafel. We praten over vroeger. Blijkt dat de overgrootouders van mijn overgrootmoeder verwant waren in de derde graad. Ik stam af van inteelt, mensen. Van Mémé krijg ik nog een wafel om mij te troosten. Ze vraagt mij naar wurgseks, ze noemt mij teer van aard. Ik krijg een laatste wafel.

Het is zondagavond en iedereen slaapt.

Ik laat alles achter om het Stuk te bezoeken. Dizzy Ventilators was de Jazz Op Zondag maar Dizzy Ventilators speelde geen jazz. Dit trio begon met iets heel vreemd en evolueerde toen naar minder vreemd maar Creedence Clearwater Revival werd het nimmer. Mokkel kreeg wijn in haar glas, de zatte fles. Sander kreeg suiker in zijn haar, de zoetekauw. Ik kreeg een papiertje opgespeld. "Geert" stond erop. Dat is mijn naam en dat is mijn naam niet.

Het is maandagmorgen en iedereen slaapt.

Labels: , ,

zaterdag 6 maart 2010

Semiotiek & semantiek kunnen samen mijn bruine anjer likken

Ik gaf het Chinese meisje haar portefuille terug die ik had gevonden en ik was haar held. Ik at twintig stukken pizza en ik was niemands held. Jij leest dit nu maar hoogstwaarschijnlijk zal ik jouw held nimmer zijn.
Mijn enige noemenswaardige wietervaring dateert van Werchter 2004. Er diende gebokald te worden op de camping en mijn tent was the place to be. De rest van de nacht barstte ik in schaterlachen uit iedere keer iemand het woord “groen” liet vallen.
De herinnering spookte door mij getergde hoofd toen ik gisterdag richting Depot kuierde door de kou van de laatste winter, door de regen van de eerste lente. Daar zou Le Peuple De l’Herbe losbarsten op het podium.
Doctor Flake mocht het op dat moment weinig talrijke publiek opwarmen. Deze knoppendraaier was de meest lonesome cowboy sinds Lucky Luke hemzelf. Ondanks – of net dankzij – zijn idiote naam kreeg hij een handvol wietadepten aan het dansen. Als ik voorbijga aan de geijkte definities van dansen dan toch.
Doctor Flake had downtempo beats bij die swongen als een uier. Daarover spon hij lichtjes spookachtige soundscapes. Moest Alfred Hitchcock nog leven, hij zou er met plezier een filmpje bij draaien. Ik was best te spreken over Flakes paranoïde grootstadswaanzin.
Naar Le Peuple was ik benieuwd zonder al te hoge verwachtingen te koesteren. Al bij al een gezond uitgangspunt dunkt me. Het eerste nummer was een kort intro met een trompetje dat me naar de zomer deed verlangen. Het tweede nummer herinnerde aan funkmetal zoals die begin jaren negentig wel eens werd bedreven in het spoor van de Red Hot Chili Peppers en Primus. Het derde nummer klonk als de Beastie Boys die de soundtrack bij de nieuwe James Bondfilm componeren. Het vierde nummer was een bloedgeile lap Latin jazz.
Ik wil het concert geenszins nummer per nummer aflopen. Ik wil wel aantonen dat Het Gepeupel niet voor één gat te vangen was. Muzikaal dan toch niet. Qua teksten, qua boodschap werd het zelfde steegje een keer teveel op en af gewandeld. George W. Bush bashen is niet meer fashionable nu er een zwarte man in het witte huis resideert.
Al even vermoeiend was het voortdurende verheerlijken van softdrugs. Toegegeven: met zo'n groepsnaam ben je op voorhand gewaarschuwd. Maar het begon na een uur serieus op mijn heupen te werken. Vooral omdat regels als “The weed I need / Legalize hashish / That’s my creed” (of zoiets) bezwaarlijk grote poëzie zijn. In die zin spreekt het voor Le Peuple dat hun fondness voor marihuana hen niet heeft verleid tot het spelen van reggae. Dat is namelijk muziek voor Zoeloes en andere apen.
It don’t mean a thing if it ain’t got that swing poneerde Duke Ellington ooit. Le Peuple De l’Herbe betekent wel degelijk a thing. De hutspot die zij serveerden, smaakte goed. Zo goed dat ik mijn bezwaren tegen de voortdurende wietverheerlijking zonder probleem aan de kant schuif. Er rest mij slechts te vermelden dat er een zeer leuk stukje human beatbox inzat maar dat het concert als geheel gerust een kwartier minder lang had mogen duren.
Zo, dan ga ik nu een frisse pint drinken.

Labels: , , ,

vrijdag 5 maart 2010

Themafoto's zijn in toenemende mate wel heel interessant

Ik houd van Brussel maar ik begrijp Haar niet. Ik verwar het Warandepark met het Jubelpark. Ik verwar de Munt met de Beurs. Soms weet ik het wel. De Beurs dat is waar we frieten eten op de trappen omdat de traditie het vereist. Woensdag vereiste de traditie juist niks. De trappen van de beurs waren afgezet met hekken en bekleed met rode loper. Dat zag er een serieus feestje uit. Ik was niet uitgenodigd. Ik ging ouderwets naar de AB voor een optredentje.
The Scene speelde ten dans en dat was redelijk goed. Redelijk goed als in: Thé Lau en co speelden een uur en drie kwartier vol en hebben mij niet verveeld ook al ken ik maar twee liedjes van the Scene. Dit was Nederlandstalige muziek van het niveau net ietsje hoger dan de bovenste plank van opener Rigoureus tot hekkensluiter Iedereen Is Van De Wereld. Ik was een jonge hond tussen oude zakken. Ik was best tevreden.
Thé Lau leidde zijn troepen als een net iets beter geconserveerde Walter Grootaers. De leadgitarist was retecool. De drummer kaalde. De toetsenist zag eruit als een net iets minder goed geconserveerde Rick De Leeuw. De bassiste vulde de liedjes op met oehoe's van Kim Deal-achtige proporties. Na drie stevige rockende kwartieren volgde een akoestisch intermezzo dat nergens lullig was. De volgende drie kwartier werde de puntjes eens te meer stevig rockend op de i's gebeiteld.
Persoonlijke hoogtepuntjes waren Atlanta, Mijn Land en een heerlijk lied waarvan ik de titel niet heb kunnen achterhalen. Het bevatte de prachtregel "De geest van Yasser Arafat waart door de stad." What the fuck?-moment van de avond was de bevreemdende Clouseaucover Sterven Op De Planken. Vanaf heden drink ik mijn koffie gloeiend heet maar mijn thee lauw. Voor dat grapje verdien ik te sterven in de hel, de hel en niets dan de hel.

Labels: , ,

donderdag 4 maart 2010

Uitslapen, middagdutje, vroeg naar bed

Praten over muziek is als dansen over architectuur, zo wil de beste gemeenplaats aller tijden het. Zelf hebben we dat ooit uitgebreid tot schrijven over muziek is als tapdansen over binnenhuisarchitectuur. Logischerwijs is schrijven over dans als zingen over binnenhuisarchitectuur. Ons favoriete desbetreffende lied is You’ll Always Find Me In The Kitchen At Parties van Jona Lewie. We stellen voor dat u het even zoekt op YouTube en het afspeelt terwijl u dit leest, lieve lezer.

Het zit namelijk zo: deze week loopt het dansfestival Move Me in STUK. Dansers die qua leeftijd schipperen tussen de dertig en de veertig worden hoogstwaarschijnlijk terecht in de schijnwerpers gezet. Een aardig grietje vond dat wij maar eens een kijkje moesten gaan nemen al was het maar voor onze algemene ontwikkeling. Tegen zoiets zeggen wij nooit nee omdat wij de spontaniteit hoog in het vaandel dragen. Wij kozen dinsdag The Farewell van Claire Croizé enigszins lukraak uit het programma en vroegen een lekker grietje met een arty farty imago of ze goesting had om mee te gaan. Zonder in te gaan op de details: ze hapte toe.


Claire Croizé is een prille dertiger en een Française. Zij studeerde aan de The Performing Arts Research and Training Studios te Brussel, ooit de hoofdstad van een mythisch rijk dat België heette. Voor The Farewell ontving zij vorig jaar de prestigieuze Prix Jardin d’Europe. De jury bestaande uit vier wereldwijde dansprofessionals huldigde Croizé voor haar combinatie van dans, belichting en muziek. Ook schreef men haar de mogelijkheid toe een groot publiek te bereiken.


Bij dat laatste plaatsen wij graag een paar vraagtekens. Wij hebben ons geenszins verveeld maar meer dan eens per jaar moet men ons zeker niet naar een dansvoorstelling sleuren. De opmerking over het combineren van dans, muziek en de belichting lijkt ons volledig terecht. In The Farewell dans Croizé zich de ziel uit het lijf op Der Abschied van the late, great Gustav Mahler.
In de eerste twee delen botsten en knuffelden de dans en de muziek afwisselend met elkaar. In het derde deel ontbrak de muziek volledig en door dit contrast kwam meer klemtoon te liggen op de dans. De belichting ten slotte was sober doch doeltreffend.

Hoe zag dat er juist uit? We zullen een poging wagen die vraag te beantwoorden. Vergeef ons als we doorslaan in semi-poëtische wartaal. Croizé kromp en zette uit. Ze bakende haar territorium af als een verlegen kat. Ze haperde soms als een videoband die blijft hangen. Kent u dat nog, een videoband? Nu eens molenwiekte ze het podium op en af als een op hol geslagen wasmachine. Dan weer hield ze furieus ter plaatse rust. Dat alles met een gratie waar wij slechts van kunnen dromen. Wij dansen dan ook als een kleutertje dat teveel cola heeft gedronken. Dat hebben wij uit goede bron.

Labels: ,

woensdag 3 maart 2010

Verschil van mening met adorno

Er is geen enkele reden om optimistisch te zijn. De voortekens spreken voor zich. Pikzwarte raven doorkruisen elke dageraad de einder. De teerling is geworpen. Elke nieuwe worp levert hetzelfde resultaat op. Wij zijn een maatschappij in verval gelijk het Romeinse keizerrijk dat ooit was.

Gelijk dat Romeinse keizerrijk doen wij nada. Wij laten ons afleiden met brood en spelen. Mijn brood scoor ik bij de bakker op de hoek van de Tiensestraat en de Maria Theresiastraat. Mijn spelen haalde ik maandag bij de vierenvijtigste editie van de revue van de Vlaamse Technische Kring (VTK). Dit totaalspektakel van muziek, dans en toneel getiteld De Regels van l’Hopital lokte ons naar zaal Heliand in het verre Heverlee. Een barre streek, niemandsland, where the streets have no name. Dat beloofde.


De eerste indruk was positief. Alles oogde goed georganiseerd. Professioneel zelfs. Een streepjescode op mijn ticket werd ingescand bij het betreden van de zaal. Even leek Heliand een vazal van het perfide Kinepolis. Comfortabele zetels onderschreven die illusie. Toen was het showtime.


Tien minuten later had ik reeds spijt van mijn komst. De teksten waren flauw en voorspelbaar. Het spel was houterig op zeldzame uitschieters na. Het zou echter laf zijn de revue daar op af te rekenen. Dit was het werk van amateurs in de meest letterlijke zin van het woord: een werk van liefde.


En plus behoorde ik duidelijk niet tot het doelpubliek. De wapenleuze van VTK luidt ongetwijfeld Ons Kent Ons. Personages waren gebaseerd op professoren inclusief catchphrases, hebbelijkheden en vermoeiend pruikenwerk. De hele zaal lag ermee in een deuk. Op mij na uiteraard. De proffen in kwestie zaten zelf in de zaal en staarden glunderend naar hun spiegelbeelden.


Een ander motief dat aan mij voorbij ging als een op hol geslagen Thalys waren vetes met de talrijke erfvijanden van VTK. Nu ja, talrijk: het zijn er twee. Enerzijds de sportkotters van Apolloon, VTK’s eeuwige rivaal van de 24 urenloop. Lobotomie blijkt de grootst gemene deler van deze studenten te zijn. Aan de andere kant werd Groep T in het vizier genomen. Tussen burgerlijke en industriële ingenieurs in spé weerklinkt minder harmonie dan ik dacht.


Drie kwartier ver in de revue was ik klaar om de avond te karakteriseren als plat amusement. De trieste waarheid is dat ik mij al lang niet meer amuseerde. Ik verruimde mijn blikveld en speurde het podium af naar mooie meisjes. Ik vond er twee.


Sophie Marien trok mijn aandacht het snelst. Een saxofoniste die vanop haar verhoog alles volgde met een berustende mix tussen gapen en grinniken. De tweede was een anoniem danseresje dat haar pasjes beter kende dan de rest en ze uitvoerde met meer swing en enthousiasme. Twee keer mocht ik onder haar rokje door naar haar onderbroek staren. Een frisse Duvel voor de heer die mij de identiteit van deze dame kan tippen.


Conclusie? Een personage, een moordlustige dwerg om precies te zijn, stelde ergens: “Zelfkastijding is de ideale manier om jullie innerlijke demonen uit jullie lijf te snijden.” Beschouw mijn bezoek aan De Regels van l’Hopital gerust als een zoveelste stap in mijn eindeloze queeste richting zelfverbetering.

Labels: , , ,

dinsdag 2 maart 2010

Wine vomit sex

Er is een droom die weerkeert in al mijn middagdutjes.

De binnenstad is bekend maar anoniem. Een tikje anders. Een slechte kopie. Ik vlucht door het stadspark met de inquisitie op mijn hielen. De zon is een lauwe appelsien aan een grauwe hemel. De toekomst is een verlaten graf met mijn naam op. Een wraakengel zit achter mij aan. Ze wil mijn huid. Ze wil mijn hart. Mijn afgehakte hoofd als trofee aan de muur van haar knusse woonkamer. Het leven sijpelt uit mijn ogen.

Ze nadert maar ik geef niet op. Misschien het paadje achter de kiosk. Misschien het poortje achter het klimrek. Alles zwijgt wanneer twee schoten alles overstemmen, alle aandacht opeisen. Twee gifgroene flitsen. Één flits per schot. Één pijn per schot. Één schrik per schot. Linkerenkel. Rechterknie. Anderhalve stap. Een laffe pas, meer stilstand dan vooruitgang. Knieval. Neerploffen. Ik bevlek het pad en het gras.

Opeens ben ik alleen in het park. Alleen met de wraakengel. Slechts één van ons zal levend en wel wegwandelen. Ik kan niet meer wandelen laat staan dat ik wel ben. Ze nadert. Rustig. Ze weet dat ik niet weg kan. Ze is zeker van haar prooi. Een geslaagde jachtpartij. Obelix één. Everzwijn nul. Het grint vertelt mij dat haar stappen naderen. Haar schaduw valt over mij. Ik prevel een gebed tot een god die ik niet meer ken.


“Draai je om.”


Geen vraag. Geen bevel. Een evidentie.

“Draai je om.”


Ik probeer. Het lukt. Moeizaam, al te moeizaam. Ze helpt. Een goedbedoelde schop. Leren laars. Modderspatten. Ik lig op mijn rug in mijn eigen bloed. Ik kijk naar de wraakengel. Een profiel scherp afgelijnd door de zon, een klamme citrusvrucht. Leer, veel leer. Laarzen. Broek. Jas. Motorhelm. Geen gezicht. De arm. De hand. De handschoen. De vinger. De trekker.


“Made.”


De knal.

“Larf.”

De pijn. De linkerknie. Het zal niet lang meer duren.

“Kijk me aan.”


Ik probeer. Ik faal. Ze knielt. Ze legt de revolver neer. Koud staal. Modderspatten. Ze zet de helm af. Glanzende nacht. De zon verschuilt zich. Ik kijk. Ik zie. Ik herken.


Joke Schauvliege.


“Gij zijt een made. Gij bloedt als een rund. Gij sterft als een lafaard. Gij krijgt wat gij verdient. Of niet soms, misplaatste nar? Gij criticaster zonder verhaal. Gij intellectueel ionder fundamenten. Gij lacht met mij zo vaak gij kunt. In uw gesproken woord. In uw geschreven woord. In uw gedachten. In uw dromen."

"Gij klopt uzelf op de schouder zo vaak gij kunt. De highbrow concerten. Het arty farty toneel. De literatuur zonder ziel. Het linkse vod. Gij zijt een larf. Een rat. Een verrader. Een insect waar ik geeneens mijn laars aan vuil maak.”


Ze schopt met haar laars in mijn kruis. Mijn ballen sterven duizend doden. Ik zou dubbel plooien als ik kon.

“Gij zijt een made. Ik kan u verpletteren wanneer ik wil. Ik wil u verpletteren. Ik zal u verpletteren. Later. Voorlopig heb ik een beter idee. Gij zult uw gewoontes afzweren. Gij neemt afscheid van de kunst zoals gij die kent. Exit Entartete crap. Ge gaat u weiden aan eerlijke volkscultuur. Opgetrokken uit de klei waarin gij zult sterven als gij niet doet wat ik zeg. Uitgevoerd door mensen als gij en ik. Begrepen?”


Ik zucht een antwoord. Het enige mogelijke antwoord. Een bevestigend antwoord. Ze verstaat het niet. Haar laars. Mijn ballen. Duizend doden. Gekerm.

“Begrepen?”


“Ja.”

Ik stort het uit. Ik haper tot de klank drie lettergrepen telt. Het is luid. Het is duidelijk. Ze is tevreden. Voorlopig.


“Gij begint de laatste zondag van de tweede maand. Gij gaat naar Zaal De Kronkel in Huldenberg. Het jaarlijkse concert van de Koninklijke Filharmonie van Ottenburg. Uw wonden zijn pijnlijk maar niet dodelijk. Een ambulance is onderweg. Krukken of rolstoel of amputatie: gij gaat. Anders weet ik u te vinden. Begrepen?”


Haar laars treft een laatste maal mijn scrotum. Alles zwart.

Er is een droom die weerkeert in al mijn middagdutjes. Elke middag word ik wakker met mijn hart in mijn handen. Reken maar dat ik de laatste zondag van de tweede maand naar Huldenberg ging. Naar Zaal De Kronkel waar een tribune stond op de lijnen die de rest van het jaar gevolgd worden door handballers en volleyballers.

Zo’n filharmonie verschilt niet eens zo veel van een rockgroep. Ze zijn met zes keer zo veel, ja. Ze hebben geen gitaren. Geen basgitaren. Ze hebben wel drie percussionisten. Ze dragen witte hemden en zwarte hemden. De zanger zingt niet. Hij staat met zijn rug naar het publiek. Hij zwaait met een stokje. Ze spelen geen liedjes. Ze spelen muziek.

Sinds de laatste zondag van de tweede maand durf ik geen middagdutjes meer te doen.

Labels: , ,

maandag 1 maart 2010

XL reservatie dogs

Lectuur februari:
  • Wij (2009) van Elvis Peeters
  • Sisyphus' Bakens - Vloekschrift - Feuilletons 8 (2009) van Jeroen Brouwers
  • Een Leeuw In Een Kooi - De Grenzen Van Het Multiculturele Vlaanderen (2009) van Karel Arnaut, Sarah Bracke, Bamby Ceuppens, Sarah De Muhl, Nadia Fadil & Meryem Kanmaz
Cinema februari:
  • Tipping The Velvet (2002) van Geoffrey Sax
  • Capturing The Friedmans (2003) van Andrew Jarecki
  • Hadewijch (2009) van Bruno Dumont
  • Citizen Kane (1941) van Orson Welles
  • Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain (2001) van Jean-Pierre Jeunet
  • (500) Days Of Summer (2009) van Marc Webb
De neger van de maand februari is tegen alle verwachtingen in niet Dick Black maar Baloji. Gefeliciflapstaart, Baloji!

Labels: , ,