dinsdag 30 november 2010

De mensen op straat worden al donker

Ergens buiten onze wil om krijgt de taal gestalte. Als er geen regering is, doen wij onze goesting. Wij weten wat leven is, wij doen het elke dag. Wij kunnen ons verstand niet op nul zetten, daarvoor hebben wij te veel verstand. Wij spelen met taal gelijk met woorden.

Een stiekemerd gluurt telkens naar de tv. Een oprecht man bezoekt het Stukcafé op maandag terwijl het buiten sneeuwt. Een oprechte vrouw tekent haar momentane en niet-momentane Lust in het Stukcafé op maandag terwijl het buiten sneeuw. Een oprechte vrouw doe geen gorilla na in het Stukcafé op maandag terwijl het buiten sneeuwt.

The Lunatics improviseerden voor de pauze en wij lachten een keer of vijf. Bert Gabriëls lulde na de pauze en wij lachten een keer of vijfentwintig. Wij drinken nog maar wij zuipen niet meer.

Labels: , ,

zondag 28 november 2010

Hipsters don't like to scream

(Deze tekst wordt u aangeboden door de Zionistische Lobby.)
Juffrouw Mokkel - Zij Die Nooit Nee Zegt - heeft een kapster bezocht en nu lijkt ze op een knaap. Ze vindt het verre van amusant dat ik dat met jullie deel. Vroeger deden wij altijd leuke dingen. Tegenwoordig maken wij enkel nog ruzie en eten.

Verbaast het u dat ik menige concertzaal heb afgeschuimd gewapend met een zak brood en een bak ajuin? Verbaast het u dat ik als een dolle hond het eerste het beste optreden naar de keel vloog op zoek naar een vette halsslagader?
Zaterdag 20/11 - Sojo Kessel-Lo
Black Harvest. Een relatief nieuw groepje met de zanger van Sludge Phenomenon. Ik moest af en toe aan Black Flag denken. Ik vond dat niet erg. Aan Black Flag denken is een hobby waar ik te weinig aan toe kom.

Break Of Day. De zanger had een dag eerder een auto-ongeluk gehad maar leefde zich als vanouds uit als een gymnast met anderhalve kan koffie achter de kiezen. Ik heb weinig tegen Break Of Day maar een paar ons meer ademruimte zou hun sound ten goede komen.

PN. Ik heb uit Asterix & De Belgen geleerd dat de garde zich nooit overgeeft. Toch was dit de laatste charge van een elite-eenheid. Feller dan een patrouille dronken Kozakken die een bolsjevistische betoging uiteenranselt met de blanke sabel. Heerlijkste moment: een bijna-veertiger sleurt zijn puberende zoon mee de mosphit in. Heren PN, né Portie Nootjes, het was een eer jullie gekend te hebben. Reünieoptredens over een jaar of vijf?
Maandag 22/11 Sprekende Ezels De Metafoor Leuven
Ik mocht enkele gedichtjes balken en mensen meldden achteraf dat ze hadden moeten lachen. Daarna was er een resem grietjes met gitaartjes die liedjes als Crazy, Bad romance, Under the bridge en - hoe kon ie ontbreken? - You don't know kweelden. De avond werd gelukkig gered door Groef en Lotte Dodion. Sommige dagen zijn goede dagen en net dan val je in slaap.
Dinsdag 23/11 Stuk Leuven
Motek stelde zijn nieuwe plaat Dragons voor. Een uur lang heb ik niet op mijn gsm gekeken. Dat is helaas een grotere verdienste dan het klinkt. Tevens had Motek de beste visuals aller tijden bij.


Foto: Jochem Thyssen
Woensdag 24/11 Stuk Leuven
Pack AD: een manwijf en een tomboy maken samen lawaai op drum en gitaar. Zelfs als de Blood Red Shoes door al de duivels van de hel werden geassrapet, zouden ze zo fokswild niet klinken. In de tragere nummers klonk Pack AD als een in drie gebroken cd van Muddy Waters die terug aan elkaar gelijmd in de speler gepropt wordt. Mijn innerlijke leerkracht - de bebaarde luilak van het vierde leerjaar - trok bovendien punten af voor de vermoeiende metabindteksten genre "I will now look at my cymbal while Becky changes guitar."

No Means No zijn oude punkers en hun publiek eigenlijk ook. Woensdag was die ene dag per jaar dat combovers zonder toekomst veranderen in hanenkammen met een verleden. Beeld u in dat het lef, het talent, de chops en de snedigheid van een dozijn punkbands uitgepuurd worden in drie grijsaards met een buikje. Beeld u in dat de zelfrelativering van een gros punkbands zijn weg vindt naar ditzelfde triumviraat. Beeld u in dat de bassist jazz en polka vrolijk door elkaar liet huppelen als geitjes in de eerste weide van de lente. Zo klinkt No Means No. De conclusie leen ik bij Craig Ward: I guess that's why I hope I get old before I die.
Donderdag 25/11 Het Depot Leuven
Amatorski vertolkte ijsmooi het oog van een sneeuwstorm. Elke keer ik hen zie, lijken ze trager te worden. Dat het gauw winter wordt, seizoen dat me ligt. Zangeres Inne was opvallend goedgemutst.

Tortoise. Zeg altijd Tortus, zeg nooit Tortwaas. Het huisorkest van de meest abstracte nachtclub aller tijden speelde gemaan ten dans. Junglemuziek voor apen met een monocle en slangen met een buishoed.
Vrijdag 26/11 Alma 1 Leuven
Gitaarman wilde mijn kleingeld, ik vroeg of hij iets van Neil Young kende. Hij knikte wild van ja, ik stak twintig cent in zijn potje. Hij rammelde gedurende tien seconden iets uit zijn gitaar waarin ik in de verste verte niets van Ome Neil herkende. Twintig cent well spent.
Vrijdag 26/11 Stuk Leuven
The Neon Judgement. De vleermuizen hadden de klokkentoren verlaten, de zwartfrakken de post-nucleaire vestiaire. Een heel vreemd optreden waarin niets herinnerde aan de dreiging die dit infernale duo in de vroege jaren tachtig waarschijnlijk/hopelijk uitstraalde. De jaren tachtig was geen gemakkelijke periode om in te leven. Dit was een amusant optreden om in te leven.

(Eretz Yisrael Hashlemah dankt u voor uw tijd en aandacht.)

Labels: , , , ,

vrijdag 19 november 2010

Een politiek correcte fles rode wijn voor wie de brontekst herpuzzelt richting geertsimonisatgmaildotcom

’t ’t
a a aanwezigheid al al al als als als alwaar ander
bajonet begijnhof ben betalen betalen betalen bilding bilding braakland braakland bruidschat
correct
dag dansen dansen dansen dat dat dat dat de de depot die drinken drinken drinken
een een een een eens eerst en en
gaan gelukkig geperst geweest gezien gezien gisterdag gisterdag gisterdag goed goed groepjes
haar heb heb heel het het het het het het het
ik ik ik ik ik ik ik ik ik ik ik in in is is
jong jong
kapel kent klavier krijg
lang lang lawaai
maakte maar maar maken man meer meer meisje meisje met mijn mijn misschien mocht mocht moest moeten mokkel mokkels mooi
naar naar net niet niet niet niet niet
obscure opgevoerd opzoeken over
samen schriftelijk schrijven sfeer smijt stout straf stuk stuk stuk
te tekstjes tekstjes toen toneelstuk toneelstuk twee
u uit
van van van veel verhaal vijand vormen vrienden vriendin
was was werd
zal ze ze zhe zhe zijn zo zo zonder zouden

Labels:

maandag 15 november 2010

Aaneensluitend geraaskal

Het regent pijpenstelen
En regent het geen pijpenstelen
Dan gaat het pijpenstelen regenen

Er zijn drie gelijkenissen tussen Herman Van Veen en De Jeugd Van Tegenwoordig. Ze knoeien water over hun publiek. Ze torsen het epitheton ornans "zo professioneel." Ze rommelen maar wat aan op het podium en hun publiek ziet daar geen graten in.

Zaterdagmiddag moest ik mij aanmelden in de Minnepoort om Herman Van Veen een kwartier te interviewen. Ik had niet direct een idee wat ik de man moest vragen. Uiteindelijk had de man niet eens vragen nodig om drie kwartier lang te monologeren. Achteraf hoorde ik van het personeel van de Minnepoort dat hij na het interview zei onder de indruk te zijn. Nog achteraffer vertelde hij er zelfs over tijdens zijn optreden zaterdagavond.

Ik kan zeker niet zeggen dat het optreden is tegengevallen maar wild was ik er niet van. Alsof 's mans werk te los stond van mijn referentiekader. Zijn teksten waren melige poëzie. Zijn mopjes gegarandeerde successen in het cafetaria van rusthuis De Negensprong. Kortom: ik kan Herman Van Veen krijgen maar hij mij niet. Hij is de last man standing van een uitstervende generatie Nederlandstalige chansonniers. Dat zeg ik niet enkel omdat hij Laat me van Ramses Shaffy heeft gecoverd.

In dat opzicht zag ik donderdag de voorhoede van een nieuwe generatie Nederlandstalige chansonniers van jetje geven in Fakbar Letteren. Arne Vanhaecken - u hopelijk niet bekend van Zo is er maar één - was energiek op een geforceerde manier en grappig op een adhd-manier. Of omgekeerd. In ieder geval kwam hij er dat half uur op die plek en met dat publiek grandioos mee weg.

Nog steeds in diezelfde metafoor is het peloton, de hoofdmassa van het leger der Nederlandstalige chansonniers voor mij nog steeds Spinvis. (Luister gerust naar Spinvis op de radio terwijl u dit leest.) Woensdag zag ik Adem van Hans Van Nuffel. Met soundtrack van Dorleac alias Spinvis plus Geike Arnaert. De muziek was niet Nederlandstalig maar hij deed mij wel afvragen wanneer Spinvis nog eens de baan op trekt. Geen slechte film trouwens.

Als nagedachte wil ik daar aan toevoegen dat ik vooralsnog geen enkele mening whatsoever heb over de nieuwe zangeres van Hooverphonic.

Labels: , ,

zaterdag 13 november 2010

Ben jij de fotograaf van de geheime plekjes?

Tijdens het eerste Vijfjarenplan had mijn vader stapels videobanden met zo goed als alle afleveringen van People's Century. Ik zag hoe Vladimir Lenin orakelde dat de cinema een belangrijk revolutionair wapen was. Hoe Sergei Eisenstein daarmee aan de slag kon.

Tijdens het tweede Vijfjarenplan volgde ik hoger onderwijs in twee steden. In de eerste stad nodigde iemand mij uit voor een festival in de rimboe. Ik plofte er mijn eerste wankele kleuterpasje in de muziekjournalistiek. Het was het holst van de nacht en na twee minuten was het geduld van Buscemi op.

In de tweede stad volgde ik Filmgeschiedenis en leerde over Eisenstein als gevolg van oorzaak Dziga Vertov. Ik viel in slaap bij Kino Glaz en las over Man with a movie camera. Op het examen verbasterde iemand die laatste film tot Man with a video camera. Zelden zo gelachen op een examen.

Bekomen kocht ik in de Bilbo Cinematic Orchestra's soundtrack bij Man. Eisensteins wens dat zijn Pantserkruizer Potjomkin elke twintig jaar een nieuwe soundtrack zou krijgen, krijste als zure wind door de barsten in mijn schedel.

Dankzij de economische sprong voorwaarts van het derde Vijfjarenplan kon ik gisteren in de Leuvense schouwburg kijken hoe Buscemi & the Michel Bisceglia Ensemble hun eigen soundtrack bij Man with a movie camera knutselden. Minder dansbaar dan de gewoonlijke Buscemi. Denk een beetje aan Gotan Project.

(Hoe zou het nog zijn met Gotan Project? Gesneuveld in
de burgeroorlog? Weggezuiverd? Naar Siberië gestuurd? Naar Mexico gevlucht? IJspriem door de kop?)

Hoogtepunt: een meisje steekt sigaretten in pakjes op een ritmische soundscape. Ondanks de film bleef de klemtoon op de muziek rusten. Alzo werd het narratieve tot stof herleid zodat een bijna absurd schimmenspel overbleef. Bewegingen zonder kader, reacties zonder verband.

Ik heb geen poging gedaan Buscemi te interviewen. Ik ben maar een klein beetje in slaap gevallen. Soms leer ik uit het verleden, soms niet. De videobanden van mijn vader zijn al lang gedigitaliseerd. Het vierde Vijfjarenplan zet in op vervreemding.

Labels: , , ,

vrijdag 12 november 2010

In dit half huis ben ik half thuis

Twee jaar geleden schreef ik over de eerste Leuvense kotroute van AmuseeVous: "De avond was gevarieerd, sexy en rommelig. Een beetje zoals ons kot. De volgende keer blijven we daadwerkelijk thuis." Dit jaar heb ik woord gehouden. In de taal die ik spreek, wil gastvrijheid zeggen dat ik de mensen een zjat koffie aanbied. In mijn hart heet ik iedereen welkom, mijn kot echter zit achter slot, grendel en Cerberus. Ik gebruik het om te neuken, te slapen en te douchen. Niet noodzakelijk in die volgorde. Mensen die veertig jaar op het containerpark hebben gewerkt, omschrijven mijn kribbe als een rommeltje.

Dinsdag echter heb ik de vlag der gastvrijheid gehesen aan de hoogste mast van de parel van mijn armada. Voor de tweede Leuvense kotroute werd ik van reservegastheer geüpgrade naar echte gastheer. Het thema was burlesque. Dat wil zeggen naakte vrouwen met pluimen in hun gat. Ten minste dat dacht ik. Ik zag mijzelf al à la Hugh Hefner de perfecte gastheer spelen. Helaas had de droogkuis mijn zijden pyjama geruïneerd. Ik hield het maar bij een comfy kloffie van jeans, hemd en All Stars. Toch was mijn kot heel even the Playboy Mansion in het diepst van zijn gedachten. What happens op de koer, stays op de koer.

Mij werden twee artiesten toebedeeld. De Amsterdamse fotograaf Frank Wiersema en het West-Vlaamse muziekduo Silent Alarm. Toen ik mijn onderkomen zo leeg mogelijk had gemaakt, was er net genoeg plaats om een geluidsinstallatie binnen te pleuren. Vervolgens belde Frank Wiersema aan, meer gothic dan de Oost- en de Westgoten tezamen. Na het strijken van een zwart doek en het goochelen met duct tape sierden twee fotoseries mijn kot. Elfjes in een dromerig paleis en sexy pirates op een schip van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

Net op tijd verscheen Jozefien, de cellohelft van Silent Alarm, op het appel. Ter introductie zei ze dat ze vergeten was hoe ik noem. Ik kan mij betere basissen voor een samenwerking inbeelden. De kist van haar fijnbesnaard instrument torste stickers van toffe jongelingen als the Beatles, Foals, Arctic Monkeys en Kaiser Chiefs. Muse was helaas ook van de partij. Bij navraag bleek de cello van Jozefien geen Stradivarius te zijn. Teleurstelling alom. Met Sofie, de pianohelft, was het gezelschap compleet. Silent Alarm speelde zachte, gevoelige meisjesmuziek die mij deed denken aan Joni Mitchell maar zelf Tori Amos als voorbeeld vermeldde. Sommige liedjes duurden te lang en de eenvormigheid loerde om de hoek maar lang niet slecht.

De bummer van de avond was dat mijn kot net iets te ver uit het centrum lag om gargantueske volksmassa’s op de been te brengen. Slechts dertig bezoekers kreeg ik over de vloer. Had ik daarvoor opgeruimd? Ondanks alles nauwelijks slechtgeluimd, trok ik naar de afterparty in het Stukcafé waar Up High Collective ten dans speelde tot het tijd werd om te gaan slapen. Onderweg naar huis vroeg een vreemd meisje of ze mijn zakdoek even mocht gebruiken. Dat mocht ze. Ze was buitengegooid op de Schaats-TD van Ekonomika omdat ze op het ijs een joint aan het rollen was. Blijkt dat enkel Friezen en Zweden mogen blowen op bevroren water.

Labels: , , ,

donderdag 11 november 2010

Jij bent geen zwerver, jij bent onze held

Zes jaar geleden bezocht ik voor het laatst de uit zijn voegen gebarsten bazar die wij allen kennen als de Boekenbeurs. Aan mijn zijde mijn vader en twee mannen genaamd Peter. Ik kocht voor een belachelijk kleine hoeveelheid dukaten het recente Dwarskijker 1991-1998 van Rudy Vandendaele, onder messentrekkers, koeherders en paljassen beter bekend als (rv). De motivatie lag waarschijnlijk bij het spotprijsje want in Humo las ik de stukjes slechts occasioneel.

Drie dagen geleden heb ik Dwarskijker 1991-1998 voor het eerst volledig uitgelezen. U zult peinzen dat ik dat deed om scene points te scoren op de kap van het recente verdwijnen van de rubriek uit Humo en ik zal u tegenspreken. Omdat ik in oktober niet tot het lezen van een boek ben gekomen, heb ik voor november bundelingen kortere stukjes uit mijn boomgaard vol boeken geplukt. Dwarskijker dus en ook Stijloefeningen van Raymond Queneau.

(rv) hier een groot stilist noemen is het web 2.0-equivalent van een opengetrapte deur zo goed en zo kwaad als het gaat terug recht zetten en andermaal omver schoppen. Meermaals was ik zo diep onder de indruk van 's mans frasen dat ik contact had kunnen leggen met de Chileense mijnwerkers. Maar ja, die waren natuurlijk net bevrijd. Dwarskijker lezen is net als middagdutten en action painting een eenzame bezigheid.

Ik zie twee opties blinken aan mijn einder. Ofwel hang ik mijn klavier aan de wilgen omdat (rv)'s niveau verder buiten mijn bereik ligt dan jouw hart. Ofwel zal ik wekelijks zijn nieuwe speelplaatsen, De internationale nozem en Rechten voorbehouden, frequenteren voor eindeloze potjes verstoppertje, kleurenwies en welbespraakt schoppen tegen schenen.

Labels: , ,

maandag 8 november 2010

It doesn't matter if it's war or football

Al boen je mij tot ik glim, al geef je mij een nieuw pak en nieuwe schoenen, ik zal nooit worden als James Dean.

Als een meisje naar mijn naam vraagt, mompel ik terug dat ze mij mag noemen hoe ze wil. Dat ik wel zal luisteren. Als een jongen naar mijn naam vraagt, zal ik antwoorden dat ik Geert heet maar dat hij Geert mag zeggen.

Die alfa en omega bieden speelveld genoeg aan de voetbalploeg menselijk wrakhout waar ik mee om pleeg te gaan. Geert. Geertje. Meneer Geert. Lieve Geert. Geweldige Geert. Goedmoedige Geert. Hooggeachte meneer Simonis. Zouden die laatste vier pottenstampers mij wel echt kennen?

Anderen gaan een stapje verder en negeren vrolijk mijn namen als ze een label aan mijn voorhoofd plakken. Geachte redactiesecretaris. Beste redsec. Jongeheer. Man. Zoon. Neef. Lekkere beer. Schatje. Pamfletverspreider. Oproerkraaier.

Gisterdag meldde een cheerleader mij dat mijn schrijfsels - het woord pennenvruchten rot weg in een met napalm ontboste boomgaard - haar eraan herinneren dat lyrisch schrijven bestaat. Waar haalt ze het?

Als je alle meningen over en benamingen voor mij afpakt van de mensen en ze opstelt in een cirkel, zou de ware ik dan op de middenstip staan om met een bal die rond is de aftrap te geven voor een match die negentig minuten duurt?

Labels:

zaterdag 6 november 2010

Zijn eigen broer weet inderdaad, letterlijk van de prins geen kwaad

Angst is de beste vriend van de mens. Niet de hond. Tenzij het een hond is waar je bang voor bent. Een voortdurende herkauwer van gloeiende houtskool. Maar iemand die goed vluchten kan, die plukt daar wel de vruchten van.

Deze week was ik voortdurend bang zonder werk te vallen als een barometerbouwer, een paardenslager of een tolbrugwachter. Als enige uitweg zou ik de nieuwe woordvoerder van kardinaal Léonard moeten worden. Elke ochtend naar de vroegmis en 's zondags ook nog naar het lof.

Deze week keek ik in Cinema Zed naar Robin Hood van Walt Disney. Achter me bevlekte Jan Van den Bossche uit Familie het pluche. Voor me hing iemand die op Nic Balthazar leek. Ik was voortdurend bang dat hij op zou staan om enige begeleidende woorden los te laten op de nietsvermoedende filmfans, filmfanaten.

Deze week zat ik in de Libertad voor de muziekquiz. Ik was voortdurend bang dat ik zou verliezen. Een ritueel dat gepaard gaat met series stokslagen en zweepslagen en copieuze hoeveelheden pek en veren.

Deze week las ik dat het café waar ik mijn onschuld ben kwijtgeraakt, is afgebrand. Buiten de openingsuren gelukkig, geen dodelijke slachtoffers gelukkig. Deze week ben ik door toedoen van Vadertje Tijd ook mijn jeugd kwijtgeraakt. Ik was voortdurend bang dat het café noch mijn jeugd als een pheonix zou herrijzen uit de brandstapel.

Deze week ging ik in de Libertad naar een optreden van Deadman Flats. De omschrijving "banjo driven gospel crazyness" had mij nieuwsgieriger gemaakt dan Christoffel Columbus en Frank Columbo tezamen. Ik was voortdurend bang dat Deadman Flats zou struikelen over mijn hoge verwachtingen.

Sommige angsten waren meer gegrond, gefundeerd, onderbouwd dan de Taj Mahal, de Klaagmuur en de basiliek van Koekelberg samen. Andere enkel echo's in mijn hoofd van het hatelijke Halloween. Het onderscheid tussen die twee is een greppel die u zelf mag graven.

Labels: , , , ,

maandag 1 november 2010

They come for the boobs, they stay for the books

In minder verdachte tijden is dit het moment van de maand dat ik u netjes opsom wat ik heb gelezen, welke films ik heb gezien, wie de neger van de maand is. De dag dat Solomon Burke stierf, gaf San F. Yezerskiy mij te kennen dat de neger van de maand een makkelijke keuze zou worden. Eigenlijk had ik net beslist de categorie af te schaffen, de reeks te kelen, de negers te schrappen. U moet zelf maar weten wat u met die info doet.
Aan lezen ben ik deze maand niet toegekomen omdat ik het net iets te druk had met zelf leesvoer de wereld in te keilen. Mijn maand cirkelde rond redactieraden, redactievergaderingen, eindredacties en andere toffe bezigheden met het woord redactie in. Geen klimaat om - ik zeg maar iets - Een Portret van de Kunstenaar als Jongeman te doorworstelen.
Tijd voor film was er wel deze maand maar hennig krap. Ik heb enkel Crass: There is No Authority but Yourself van Alexander Oey gezien. Een documentaire van net geen uur. Crass is gewoon maar een groep. Alexander Oey is gewoon maar een regisseur. Ik ben gewoon maar een schrijver. U bent gewoon maar een lezer. Dit is gewoon maar een blog.
Dinsdagmiddag stap ik met twee compagnons in een wagen die niet wil starten. Onze problemen trekken snel de aandacht van twee hangbejaarden. Allianties smeden, tactiek bepalen. Grijsaard I krast: "Stoempen, godverdomme!" et alors on danse. Met hem in onze rangen en Grijsaard II achter het stuur duwen we het beestje aan de gang. Terwijl II een rondje rijd, hijgt I: "Nu hebt ge een probleem, de Jef heeft een nieuwe auto." Scheutje paniek, de terugkeer van Jef, grote opluchting. Als ik ooit een film draai, zit deze scène er gegarandeerd in.

Labels: , , ,