zaterdag 12 februari 2011

Halfway through the night everybody looks alright

Antwerpen bezoeken is een cocktail drinken van gelijke delen thuis blijven en op vakantie gaan. Een verdacht mengsel dat makkelijk wegglijdt maar terugkeert met een kater, krols als de eerste dag van het paarseizoen.

Dankzij de lieve, lieve mensen van Kindamuzik mocht ik gisterdag naar het We are o'pen-festival in Trix. Een schier eindeloze reeks bandjes mocht zijn ding doen: een voor het geld, twee voor de show en drie voor het publiek. Wanneer we de - excuse le mot - Belpop van vandaag aanschouwen als een rijpe pompelmoes dan was het een puike dwarsdoorsnede. Een schoon overzicht van wat er reilt, zeilt, drinkt en zinkt in de Belgische rock.

Toen ik achteraf richting eerste trein huiswaarts strompelde, stonden in heel Antwerpen de gieren te trappelen van ongeduld om boven de kist van Marie-Rose te cirkelen.



Buffoon (Club). Reuzeleuke kaduke rammelpop die geweldig hard werd gefist door de mokerhamer van dondergod Dave Schroyen. Prachtige dame op bas maar daar zal ik verder niets over zeggen want dat is seksistisch en seksistisch is verkeerd.

The Galacticos (Zaal). U kent het verhaal: een tot trio uitgedunde groep omdat toetsenist Siegfried zich op Roadburg wil concentreren. Het gebrek aan synths heeft de sound gevoelig aangetast. Mijn reacties zwommen van "opgefokte Jimi Hendrix" naar "silly U2". Anderzijds bleef Humble crumble werken. Was ik Griek, filosoof en knapenschender tegelijk, ik zou mij met plezier vergrijpen aan the Galacticos. "'t Is fijn om terug te zijn," aldus frontman Thibault en ik spreek hem niet tegen.

Blackie & the Oohoos (Club). Twee duivelse sirenes die stoute kindjes vakoverschrijdende eindtermen als blues en mystiek proberen bij te brengen. Bonuspunten voor het snorretje van een der begeleiders.

The Sore Losers (Zaal). Gitarist Cedric: "'t Is goed voor Egypte maar 't is toch erg voor Gary Moore." De Slechte Verliezers kennen hun prioriteiten: eerst de blues, dan de problemen der wereld. De blues, jongen, die werd opgeblazen en rondgestrooid alsof het Disneyland was. Als Trix de O.K. Coral was, dan hadden de bandieten het duel gewonnen.

Flying Horseman (Club). Goede naam, een naam die nieuwsgierig maakt. In feite een jongen met een gitaar en ongeveer de volledige Blackie & the Oohoos als begeleidingsgroep. Americana Australiana à la Nick Cave.

Broken Glass Heroes (Zaal). Eindelijk een volledig optreden gezien van dit hemels verbond tussen Tim Vanhamel en Pascal Deweze! Dat maakte het vooral heel erg vreemd dat gitarist Sjoerd Bruil de ster van het optreden was. Schitterende show met de compacte popsongs van voor en de wilde jams vanachter. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik zin hem om "fucking hell" uit het raam te roepen. "Het volgende nummer is een ander nummer. Het heeft ook een andere titel," logica volgens Pascal.

A Brand (Zaal). Wat een verschrikkelijk optreden! Wat een slechte teksten! "Fight the undertaker," what the fuck? Een hol skelet waarvan het rockend vlees is weggevreten. Al bleef Hammerhead best een leuke deun.

Zender (Bar). Vijf heren van verschillende leeftijden maar met soortgelijke ruitjeshemden die aan opgewekte rootsrock doen.

Star Club West (Club, met zo'n naam kun je moeilijk elders spelen). Heupwiegende droompop met uiterst passende mompelzang en occasionele noise-uitbarstingen. Excuus: occasionele noisy uitbarstingen.

Labels: , ,

0 Comments:

Een reactie posten

Links to this post:

Een link maken

<< Home