zondag 19 juni 2011

Het jaar is weer voorbij, wat zullen we straks vieren?

Zelden ben ik zo rechtstreeks met spelplezier geconfronteerd geweest als in Plattegrond van Janne Desmet en Ephraïm Cielen. De actrice en de muzikant verhalen hoe iemand van het appartementsgebouw springt en wat er ondertussen gebeurt in de flats. Hij acteert zoals zij musiceert: onbeholpen, dat deert niet.
Als er gedanst moet worden, mag ik De Alcoolstift vasthouden. Ik vergeet Ze terug te geven, dat deert niet. Ik ga Haar op gepast wijze omzetten in stiftgedichten. In de staart wordt Paul Jambers’ legendarische onderhoud met Zatte René en diens moeder tot lied bewerkt. Het eindigt up on the roof maar enkel de pop springt daadwerkelijk. Het zal je leren, Barbie.
Noot per noot begeeft mijn linkeroor het een beetje meer. In bed liggen met het laken over mijn hoofd lijkt een goed idee. Tegen beter weten in zoek ik theater, muziek en lawaai. Laat Braakland/ZheBilding net die componenten serveren op zijn seizoensafsluiter Vermaak na arbeid gisterdag. Laat Braakland/ZheBilding nu net een tiet geld gekregen hebben van de universiteit. Reden genoeg om richting Openbaar Entrepot voor de Kunsten te slenteren.
Genoeg theater! Tijd voor muziek! Een goede anekdote heeft een begin, een midden en een einde maar niet noodzakelijk in die volgorde. Wij mankeren Clarence Clemons maar ik moet het gros van het oeuvre van Bruce nog ontdekken. Momenteel zwoeg ik op Nebraska. Een plaat zonder Clarence, een plaat waar ik weinig grip op krijg. De enige optie: enkele nachten waken rond het kampvuur met Bruce en zijn gitaar. Waar de schijn van de vlammen eindigt, begint de donkere nacht van de nieuwe maan. Outlaws, renegades en refugees zorgen voor opstoten van diepere zwartheid in de peilloze duisternis.
In Smallfilm waagt Leen Verheyen zich aan een soort Braakland van de witte producten. Het verhaal werd hoe langer hoe minder boeiend. De muziek van Jan Evenepoel en Sim Van wordt gradueel beter. Waar de stijgende lijn en de instortende pijl elkaar kruisen, knippert een oranje verkeerslicht doelloos verder. De ogen van het meisje schieten spichtig de zaal rond, de tieten van het meisje staren mij onversaagd aan. Ik houd niet van babyborrels maar als dit stuk volgroeid is, komen whiskeyfles en ik met plezier af om de sweet sixteen gepast te vieren.
Alles begint met kort theater, flarden voor de toekomst. Zjat per zjat verliest de koffiekan haar inhoud. The shape of Braakland to come. Snede per snede wordt het brood gekleineerd. Braakland: the next generation.  Boterham per boterham sterft de Diestse geitenkaas uit van volle maan, over halve maan, tot nieuwe maan.
De oogst van Tom Pintens is een plaat waar ik weinig grip op krijg. Ik oogst haar als de soldenthermometer van JJ Records op min zeventig procent staat. Twee seconden eerder heb ik Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten van Roosbeef vast maar die heb ik al gered toen de Bilbo op het Ladeuzeplein ermee nokte. De oogst biedt een prima alternatief wegens ook uit op Excelsior. De averechtse jazztroep Franco Saint De Bakker levert een ijzersterk optreden af. Ik ben vergeten hoe goed en strak doch wild ze zijn. Ik zal het nooit meer doen.
In Aard hinkstapspringt Kristof Van Perre door zijn verleden tijd. De kat sterft. De tweede kat sterft. De vader sterft. Ermee omgaan heet volwassen zijn. Ermee omgaan heet onmogelijk. Het gitaargetokkel van Youri Van Uffelen is te vrijblijvend. Benieuwd wat Aard wil worden als het later groot is.
Halverwege ranselt Kristof Broeder Jakob uit zijn xylofoontje. Een lied dat in het Nederlands een andere betekenis heeft dan in het Frans. Frère Jacques moet opstaan met het bevel: “Sonnez les matines.” Frère Jacques moet opstaan om de klokken te luiden. Broeder Jacob wordt gewekt met de woorden: “Hoor de klokken luiden!” Broeder Jacob moet opstaan want de klokken luiden al. Benieuwd wat Aard wil worden als het later groot is.
Ik durf het handvol nummers dat Tom Pintens speelt nauwelijks een optreden noemen. Moeiteloos levert hij het muzikale hoogtepunt van het jaar af. Een begeleidingsgroep heeft hij niet nodig. Vingerafdrukken op de gitaar, schaduwen op rood fluweel, neerslag in mijn ziel. Ik neem mijn petje af en buig heel, heel diep.
Tape Cuts Tape heette vroeger Trouvé, Cassiers en Thielemans. Daarmee kent u de dramatis personae. Stem, drums, gitaar en elektronica gaan de strijd aan als vier  wereldgodsdiensten. Nu eens kruistocht, dan weer oecumene. Nergens echt slecht, soms zo-zo maar adembenemend in het laatste lied. Daarin schuren de zang van de sirene en de brom van de Rudy zachtjes tegen elkaar. Alsof je je favoriete zjat inpakt in schuurpapier.

Labels: , ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home